Archief van
Maand: april 2017

Wat is symbooldrama? Deel 2

Wat is symbooldrama? Deel 2

De taal van beelden

Dit is deel 2 in de reeks over de werking van symbooldrama. Een door mij geliefde behandelmethode, die ik veelvuldig toepas. Het werkt goed, snel en is een vriendelijke manier voor zowel kinderen en volwassenen om aan verschillende problemen te werken. In deel 1 schreef ik over hoe ik met de dagdroom begin en hoe dit kan helpen je emoties te reguleren. Uiteindelijk werkt dit vaak als een herstel van eerdere, onopgeloste problemen.

Het begint met aandacht

Dat herstel gebeurt doordat je er samen met de therapeut aandacht voor hebt. In een veilige omgeving, waar je je dapper genoeg voelt, waar je gesteund en begrepen wordt en het dit keer in de therapie goed laat aflopen. De therapeut heeft daarom de taak om heel accepterend, begripvol en zonder oordeel mee te leven met wat je als cliënt doormaakt. En dat kan van alles zijn: hele fijne gevoelens, van alles waar je zo naar verlangt, of wat je mist, maar ook rotgevoelens, die nu goed verwerkt kunnen worden. En heel vaak is het een beetje van allebei: tegelijkertijd zijn er fijne en onprettige gevoelens.

Symbool voor het leven

De therapievorm heet symbooldrama, omdat alles wat in de dagdroom gebeurt, symbool staat voor het leven. Het heerlijke weer kan symbool staan voor je vrolijke bui, de enorm hoge berg kan symbool staan voor iets waar je als een berg tegenop ziet. Voor iedereen is dit verschillend. Het is niet de bedoeling dat ik ga zeggen wat ‘dingen betekenen’. Een kind (of een ouder) mag zélf de betekenis geven aan de dagdromen. Dat maakt de methode ook prettig, omdat er geen oordeel aan vast hangt.

Je eigen betekenis

Veel jongeren doen dit zonder uitleg al uit zichzelf. Zo was er eens een meisje van 16, met wie ik een dagdroom deed. Ze stelde zich een boom voor: “nou gewoon, een boom, met een dikke stam. In de herfst, met alle gekleurde blaadjes op de grond”. Het is normaal dat kinderen en ook volwassenen, wat argwanend reageren op hun eerste kennismaking met symbooldrama. Toch probeer ik het vaak met ze uit, wat tot mooie processen leidt. Zo tekende dit meisje uiteindelijk haar boom. Toen ik er samen met haar naar keek, zei ze ineens: “ja, eigenlijk is dit ook wel een beetje hoe ik ben. Al die gekleurde blaadjes op de grond. Ze zien er mooi uit. Ik speel ook vaak mooi weer, maar je ziet niet de wortels die eronder zitten. Die wortels… misschien is dat wel hoe kwetsbaar ik me soms voel. Ik bedek ze liever”. En dat vind ik een feest, als cliënten zélf inzicht krijgen in deze processen.

“Al die gekleurde blaadjes op de grond. Ze zien er mooi uit. Ik speel ook vaak mooi weer, maar je ziet niet de wortels die eronder zitten”

Uitwerken

Na de dagdroom geef ik een uitwerkopdracht. Meestal laat ik dit tekenen. Ik heb ook een ezel in mijn behandelkamer. En als ik straks mijn eigen praktijk heb, wil ik de mogelijkheden voor de verwerking verder uitbreiden. Nu kunnen mijn cliënten tekenen, krijten, verven en kleien. Waarom ik dat doe? Of deze manier wordt er een vertaalslag gemaakt van de binnenwereld naar het concrete, het tastbare. Vaak is de dagdroom heel puur en grillig. Er gebeurt van alles. Bij het tekenen wordt als het ware weer verder gereguleerd: je bepaalt zelf wat je tekent en op welke manier.

In de volgende blog zal ik verder ingaan op deze complexe maar fascinerende behandelmethode. Dit betreft deel 2 in een reeks over hetzelfde onderwerp.

Wat is symbooldrama? Deel 1

Wat is symbooldrama? Deel 1

Dagdroomtherapie

Symbooldrama is de behandelmethode die ik het meeste toepas in mijn behandelingen. Gecombineerd met andere behandelmethoden. In dit artikel wil ik uitleggen waarom ik zo enthousiast ben over deze methode en hoe het werkt. Dat zal nooit volledig kunnen in één kort artikeltje. De beste manier om te snappen hoe het werkt, is het zelf te ervaren. Sommige dingen zijn namelijk niet in woorden te vatten. En dat is eigenlijk ook de kracht van symbooldrama: door te ervaren wat het doet, weet je dat het werkt.

Meest gebruikte therapievorm

In Duitsland is het niet voor niets een van de meest toegepaste behandelmethodes in de therapie. Zowel voor volwassenen als voor kinderen. De oorsprong ligt in de psychoanalytische theorieën. Maar het succes van de therapie is ook met moderne middelen aangetoond, o.a. met hersenscans, waarop te zien is dat er nieuwe verbindingen zijn aangelegd. Symbooldrama is dus een therapievorm waarmee je echt iets herstelt. Het is geen symptoombestrijding, maar pakt de bron aan. Veel cliënten geven daarom achteraf aan dat de symbooldrama het meest heeft geholpen in de behandeling.

Het begint met ontspanning

Maar wat is symbooldrama dan? Het wordt ook wel dagdroomtherapie genoemd. Meestal doe ik het samen met de cliënt, maar soms ook samen met de cliënt en een vader of moeder. Dat is een ouder-kind droom. Er wordt begonnen met een ontspanning. Dit zorgt er voor dat je beter toegang hebt tot je binnenwereld. Klinkt zweverig? Lees dan nog even terug over het kalme brein. Als je ontspannen bent, kun je je beter concentreren op het hier en nu, en komen er gemakkelijker associaties. Je fantasie wordt meer geprikkeld.

Je veilig voelen

De ontspanning hoeft niet lang te duren. Dit verschilt per kind. Sommige kinderen zijn zo angstig en gespannen, dan is een langere ontspanning soms nodig. Een kind mag kiezen of het zijn ogen sluit of open houdt. Het mooiste is om ze te sluiten: ook dit helpt bij het voorstellingsvermogen, het mentaliseren. Maar je ogen dicht doen kan best spannend zijn. Veel kinderen voelen zich (nog) niet veilig of vertrouwd genoeg om dat te doen. Vaak zie je dat kinderen dit na een tijdje behandelen steeds beter kunnen: ze krijgen meer vertrouwen in de wereld om hen heen.

‘Stel je eens voor…’

Als een kind lekker zit, en voldoende ontspannen is, vraag ik of ze zich iets voor willen stellen. Dit ‘iets’ noem je een motief. Het is een soort thema, die bijna altijd te maken heeft met natuur. De natuur is iets ‘oers’ en iets wat iedereen kent. Het kan bovendien in alle mogelijke variaties bestaan. Iedereen kan zich namelijk wel iets voorstellen bij natuur, want het is overal om ons heen.

Taal van symbolen

Een boom kan groot, klein, dik, dun, scheef, recht, vol of kaal zijn. Het weer kan, net als je stemming, zonnig, bewolkt, met onweer, storm of regen zijn. De grond onder je voeten kan stevig voelen, glibberig, of zacht. De omgeving kan je aanspreken: misschien wil je lekker in het gras liggen, of pootje baden in de beek. Maar misschien vind je er niks aan en wil je liever weg. Of je voelt je ongemakkelijk, benauwd, bedreigd of onveilig.

Reguleren van emoties

In de dagdroom kun je dus, zonder dat dat benoemd of begrepen hoeft te worden, veel van je gevoelens kwijt. Het helpt je om wat je mee hebt gemaakt, gister, vorig jaar of als klein kind, te verwerken en te accepteren. Dit reguleren wordt ook wel herstructurering genoemd. Lastige woorden. In feite betekent het dat je de kans krijgt om terug te gaan naar momenten in je leven die aandacht nodig hebben. Waar je verdrietig was, waar misschien (kleine) trauma’s zitten of waar je iets gemist hebt. Door terug te gaan naar deze momenten, die je misschien niet eens meer weet, kun je ze alsnog herstellen.

In de volgende blog zal ik verder ingaan op deze complexe maar fascinerende behandelmethode. Dit betreft deel 1 in een reeks over hetzelfde onderwerp.

 

 

 

Poes is dood

Poes is dood

Afscheid van je huisdier

April is blijkbaar de maand waarin alles moet gebeuren. Alsof een verhuizing alleen nog niet genoeg was, spelen er ook een heleboel andere zaken in deze maand. Zo moesten we afscheid nemen van onze auto, kreeg Steef in deze maand duidelijkheid over zijn baan behouden én moesten we iets regelen voor de zwangerschapsverlof van onze nanny. Maar blijkbaar kan er in zulke situaties altijd nog iets bij. Misschien onder het mom ‘als het golft, dan golft het goed’? Misschien omdat we dan in één klap maar alles achter de rug hebben?

Maatje

Al sinds mijn 15e heb ik een maatje op vier poten. Een klein gezelschap die door de jaren heen een soort vanzelfsprekendheid in aanwezigheid is geworden. Mijn kat. Vanzelfsprekend verhuisde zij met ons mee toen ik op mezelf ging wonen. Toen de kinderen kwamen, was de poes er altijd geweest. Het was geen knuffelkat. Eerder een dierlijk variant van Paris Hilton: arrogant en niet erg snugger. Maar wel mooi om te zien.

Einzelgänger

Poes was meer op zichzelf. Hoewel ze met de kinderen wel steeds toleranter werd, koos ze al snel het hazenpad als er klein grut teveel in haar buurt zat. Of, als het haar echt niet zinde, haalde uit om haar punt duidelijk te maken. Ik kan het me ook wel voorstellen, als Signe weer eens besloot om haar aan haar staart de kamer door te trekken.

Eerste woordje

Grappig genoeg was het eerste woord van de meiden ‘poes’. Toen ze nog jong waren, tot de peuterleeftijd ongeveer, had Poes een enorme aantrekkingskracht op ze: het bewegende beestje lokte bij de meiden vaak een aanstekelijk gelach uit. Nu ze wat ouder zijn, liggen hun interesses toch meer bij andere zaken. Toch moet ik zeggen dat de oudste twee het altijd leuk bleven vinden om de poes binnen te laten en het eten te regelen.

In laten slapen

Door de jaren heen werd Poes steeds onhandiger, zwaarder, dementer en luier. Ze verwisselde, tot onze grote ergernis, helaas ook regelmatig haar kattenbak met andere plekken in huis. Ook was ze soms dagen kwijt, alsof ze de weg niet meer goed terugvond. Toen we wisten dat we zouden gaan verhuizen naar een tijdelijk huurhuis, hebben we daarom gewikt en gewogen wat we met Poes moesten doen. Inmiddels 17 jaar oud, dik en met mankementen, was het asiel geen optie. Meenemen ook niet. Er bleef dus maar één optie over: haar in laten slapen. Het was een wrang besluit, onnatuurlijk: bepalen over het leven van een ander. En daarbij kwam dat het opnieuw een stressfactor zou zijn voor onze kinderen. Ik had het echter totaal onderschat hoe dit zou vallen.

poes dood overlijden inslapen afscheid begraven kinderen

Poes gaat dood

Tijdens het eten vertelden we over ons besluit en wanneer Poes zou overlijden. Direct daarom begonnen Fosse te huilen: ‘ik vind het zo zielig!’. Misschien naïef, maar dit kwam voor ons echt uit de lucht vallen. Ten eerste hadden we niet gedacht dat hij al direct zou begrijpen wat deze mededeling inhield. Maar ook niet dat het hem zoveel verdriet zou doen. Het was dan ook vooral Fosse die deze dagen erna veel vroeg over het doodgaan, over het inslapen en zijn verdriet hierover uitte. Kort daarop kwam hij met de prachtige tekening van de poes thuis. Hij was er veel mee bezig.

Verdriet en piekeren

Ook wilde Fosse graag nog op de foto, ter herinnering aan Poes. Meia leek meer plichtsmatig te voelen dat dit nu eenmaal zo hoorde, en leek minder verdrietig. Tot de avond voorafgaande aan de dag van het inslapen. Meia lag om half 10 nog wakker: het bleek dat ze lag te piekeren en het zo zielig vond dat het die volgende ochtend zou gebeuren. Ook hier bleek er meer in het koppie om te gaan dan we dachten.

Behoefte aan concreet

Op de bewuste dag werden de laatste knuffels gegeven, de laatste foto’s genomen, want ze wisten: vanmiddag is Poes dood. Het was een raar besef. En hoe grillig kinderen met de dood omgaan, blijkt ook wel uit het feit dat er ’s middags gewoon werd afgesproken met een vriendinnetje. Fosse wilde juist bij Poes kijken. Niet aaien. Ook dit is iets natuurlijks: kinderen raken nooit zomaar dode dieren met hun handen aan. Ze weten instinctief dat dit niet prettig is. Fosse vroeg vervolgens hoe alles was gegaan. Hij leek rust te vinden in de concrete antwoorden.

begraven poes dood overlijden kinderen inslapen huisdier

Begraven

Toen Meia eind van de middag thuis kwam, was ineens het besef weer daar. Ze barstte in huilen uit en vertelde snikkend hoe ze had geprobeerd zichzelf op te vrolijken, maar ze kon de tekst van het liedje niet meer herinneren omdat ze zo aan Poes dacht. Het was hartverscheurend om haar zo verdrietig te zien. Zoals we hadden afgesproken, gingen we Poes begraven. Hier heb ik bewust voor gekozen, zodat het meteen duidelijk afgesloten wordt voor iedereen én omdat het duidelijk is wat er gebeurd als je begraven wordt. Misschien cru, maar ik heb het moment ook aangegrepen om ze alvast kennis te laten maken met de dood, met afscheid nemen.

poes huisdier dood afscheid begraven

Afscheid nemen

Het graven, steentjes en takjes zoeken als versiering en met zijn allen het grafje maken was helpend. Meia en Fosse hadden ‘een taak’, het voelde alsof ze nog iets konden doen, en dat was prettig. De takjes en steentjes werden geschikt en er werd gedag gezegd. Die avond sliepen ze allebei goed. Maar dat het verdriet langer duurt, is wel duidelijk. De volgende dag waren de oudste twee nog van slag op school. Na school hebben ze hun tekeningen en bloemen bij het grafje gelegd. Het is fijn dat ze kunnen zeggen wat ze voelen, en een plekje hebben om heen te gaan.

Beginnende geletterdheid

Beginnende geletterdheid

Leren lezen

Ineens kon hij het. Mijn kleine ventje die voorheen alleen maar geïnteresseerd was in spiderman en race-auto’s: letters herkennen. Ik zag hem in een boekje bladeren, wat hij al sinds baby af aan leuk vindt om te doen. Tegelijkertijd leek het alsof hij zijn mond bewoog terwijl ik intens naar de bladzijden keek. Direct zei ik tegen Steef: ‘volgens mij probeert hij te lezen?’.

Geen interesse

Ik kon het me bijna niet voorstellen, omdat er tot voor kort nul interesse deze kant op ging. Hij was (en is) altijd aan het spelen, bezig met afspreken, raketten aan het bouwen of ‘oorlog aan het voeren’ met denkbeeldige draken of dino’s. Waar zijn oudere zus nog wel eens dappere pogingen ondernam om hem te betrekken bij haar spel, liep dit steevast op een afwijzing van zijn kant uit. ‘Kom we gaan schooltje spelen en ik was de juf’ werd beantwoord met ‘Nee, saaaaaai!!’, waarmee de kous af was.

Ik kan mijn naam schrijven

Ook op school kreeg ik te horen dat we een echt speelkind hebben. Vooral bezig met buurten en socializen. Mijn hemel, wat heeft ie al een drukke agenda in groep 1. Brullen en dikke tranen wanneer hij een middagje niet kan afspreken. Op school zal hij dan ook niet uit zichzelf voor een ‘werkje’ kiezen. Dat hij ineens vertelde dat hij zijn naam kon schrijven, kwam voor ons dan ook totaal uit de lucht vallen! Waar hebben we een afslag gemist?

Grillige ontwikkeling

En inderdaad, toen we een blaadje aanboden, schreef Fosse ijverig met tong uit zijn mond en een ingespannen bekkie in hanenpootjes zijn letters op papier. En nu, niet veel later, worden we opnieuw verrast door deze ontwikkeling in beginnende geletterdheid, die een enorme vlucht lijkt te nemen. Dat de ontwikkeling grillig verloopt bij kinderen is mij al langer bekend. Maar om het dan bij je eigen kind te zien, blijft een bijzondere ontdekking.

Letters herkennen

Zo zaten we, net als elke avond, met een boekje in bed voor te lezen. Al langere tijd merkte ik dat Fosse tijdens het lezen zijn vingers bij de paginanummers hield: hij herkende steeds beter de cijfers en getallen en maakte er een spelletje van om te raden welke bladzijde we waren. Maar dat hij hetzelfde met de letters kon, was voor mij een complete verrassing. Ineens wees Fosse een woordje aan en zei: ‘ik weet wat hier staat, hier staat t…a…k… tak!’ Het was een boek met veel plaatjes bij de woordjes, dus ik vermoedde dat dit een gokje was, maar toen hij ook woordjes uit de tekst zónder plaatjes noemde, wist ik het zeker: hij begint te lezen.

Beginnende geletterdheid

De beginnende geletterdheid vind ik zoiets wonderlijks: grip krijgen op de taal om je heen. Er gaat een wereld voor je open als je kunt lezen. Toen Meia hiermee begon, merkte ik dit ook, en het is sindsdien alleen maar toegenomen. Dat Fosse hier nu ook ineens een vlucht in maakt, maakt me enthousiast: het is zo’n leuke fase! Ik ben blij dat wij hier getuige van mogen zijn en verheug me op alle ontwikkelingen die hierop zullen volgen.

Woordjes lezen en schrijven

Het herkennen van letters en woordjes gaat trouwens hand in hand met het schrijven van letters en proberen te vormen van woordjes. Helaas voor ons is Fosse niet kieskeurig op welk medium deze letters oefent. Blijkbaar geeft hij nu vooral prioriteit aan het schrijven, en minder aan de omstandigheden. Hoewel je zou kunnen denken, ‘ach, je gaat toch verhuizen’, is het toch best lullig om een half alfabet op de muren achter te laten voor de volgende bewoners.

Indruk achter laten

Blijkbaar heeft het schrijven ook iets van ‘een indruk kunnen achterlaten’, zoiets als je handtekening ergens onder zetten. Zoals je nu nog ziet op de wc deuren van kroegen of concertzalen: ‘Lisa was here’. Ik vermoed dat dit over dezelfde behoefte gaat. Hopelijk kunnen we die behoefte nog een beetje binnen de perken houden en het vooral op papier laten zetten. We gaan het zien.

Registratietraject orthopedagoog generalist deel 1

Registratietraject orthopedagoog generalist deel 1

De start van de nascholingen

Vers van de universiteit, met een halve pabo, HBO pedagogiek, pre-master en master Orthopedagogiek achter de rug. Ik dacht dat ik wel even klaar was met studeren. Wat een mazzel had ik, dat ik kon werken op mijn stageplek, en ik was in mijn nopjes met het part-time werken nu ik net moeder was geworden. Maar ik kwam er al snel achter dat die rust niet voor lang was. Als ik nu op die periode terugkijk, denk ik wel eens: waar begon ik aan? Ik had niet kunnen voorzien hoe pittig dat traject was.

Verplicht verder studeren

Als je studeert, krijg je vakken als diagnostiek en behandeling. Je wordt voor je gevoel opgeleid om straks mensen te behandelen. Niets is minder waar, en dat was een behoorlijke tegenvaller toen ik dat ontdekte. Wil je zelfstandig mensen behandelen, dan moet je namelijk geregistreerd zijn als hoofdbehandelaar. Daarvoor heb je een BIG-registratie nodig (GZ-psycholoog), of een OG (Orthopedagoog Generalist) registratie. En dat bleek een heel ingewikkelde klus om die te krijgen.

De sprokkelroute

Eerlijk is eerlijk, ik had geen idee waar ik aan begon toen ik begon. Maar er was weinig keus: wilde ik werken, dan moest ik een registratie hebben, anders kon ik de behandelingen niet vergoeden. En al helemaal niet nooit de praktijk overnemen. Al snel kwam ik er achter dat de GZ-opleiding in mijn geval uitgesloten was. Dat was op de werkplek waar ik zat niet mogelijk. De OG-route wel: zij hebben een zogenaamde ‘sprokkelroute’, waar je zelf punten voor nascholing bij elkaar mag verzamelen. Klinkt simpel, maar dat viel behoorlijk tegen.

Plannen

In de praktijk kwam het er op neer dat ik avonden lang bezig was met plannen, plannen en nog eens plannen. Eerst bedenken welke cursussen ik wilde volgen, dan bekijken op welke dagen dat was, zoveel mogelijk buiten werkdagen plannen, oppas regelen voor die dagen, inschrijven en hopen dat het niet al vol zat (wat helaas vaak voorkwam). Vervolgens moest ik rekening houden met de puntenverdeling: er moesten punten voor diagnostiek, behandeling, overig en literatuur gehaald worden. Als ik meerdere cursussen tegelijk volgde, moesten die elkaar ook niet overlappen. Het was ontzettend frustrerend en tijdrovend.

De plussen en minnen

De cursussen zelf waren vaak héél leerzaam en interessant. Ik ben in die jaren enorm gegroeid in mijn professionaliteit en expertise. Zonder die nascholing zou ik me nooit zo zeker in mijn werk hebben gevoeld. Maar na ongeveer 4 jaar begon de hoeveelheid me op te breken. Ik moest tegen die tijd cursussen gaan uitzoeken op de punten: had ik nog 12 punten voor diagnostiek nodig, dan koos ik maar een cursus met veel van die punten. En dat stond me tegen: ik wilde gewoon kiezen wat ik nodig had voor mijn werk, en dat ging op een gegeven moment niet meer.

Kop vol kennis

Bovendien had ik aan het einde van het traject het gevoel dat er niet meer kennis bij kon: alles wat ik aan nieuwe kennis opdeed, ging voor mijn gevoel ten koste van kennis die ik eerder had opgedaan. Het was alsof er iets op een overvolle tafel werd geschoven, waardoor er aan de andere kant spullen van af vielen. Gelukkig kreeg ik bij elke cursus mappen vol met naslagwerk, maar puntje bij paaltje maak ik daar in de praktijk te weinig gebruik van.

Eindeloos reizen

Helaas was er toen ik begon nog geen nascholing in de buurt. Dat betekende dat ik voor bijna alle cursussen naar Amsterdam, Amersfoort of Utrecht moest afreizen. Ik heb heel wat uurtjes in de trein gemaakt, en nog nooit zoveel afschrijvingen in korte tijd gezien voor het automatisch opladen van mijn OV-chipkaart.

Druk op het gezin

Het klinkt, als ik het zo opschrijf als een grote misère, maar dat was het natuurlijk niet. Ik ben ontzettend blij en trots dat ik dit traject heb doorlopen en voltooid, en het heeft me gebracht waar ik nu sta. Maar tijdens het traject heb ik alle drie mijn kinderen gekregen, hebben we thuis de gehele bovenverdieping uitgebouwd én moest ik dus elk vrij moment besteden aan het lezen van literatuur, maken van opdrachten of naar cursus gaan. Ik vond het vooral frustrerend dat ik het gevoel had dat ik geen keus had en niet meer terug kon: je moet het binnen een bepaalde termijn afronden, anders vervallen je punten. Dat legde enorme druk op me.