Archief van
Maand: maart 2017

Eetproblemen van peuters

Eetproblemen van peuters

12 tips bij eetproblemen van je peuter

Ze bestaan in alle soorten en maten: eetproblemen. En een groep kinderen waar het veel voorkomt zijn peuters. Hoe komt dat? En vooral: wat doe je er aan? Vandaag neem ik je mee in deze veelvoorkomende problemen. Want echt: je bent niet de enige! En echt: het gaat weer over!

Overleven in het eerste jaar

Hoe komt het dat dit een van de meest besproken problemen is? En waarom komt het zoveel voor? Dat heeft eigenlijk een hele logische reden. Als je kindje net geboren is, is het nog totaal afhankelijk van de omgeving. Je kindje vertrouwt volledig op jou, en is daarin ontzettend kwetsbaar. Zonder de zorg van zijn ouders of verzorgers, zal een baby niet overleven. De eerste taak van een ouder is dan ook om je kindje in leven te houden. Het hele eerste jaar bestaat er een basale onzekerheid: zal het me lukken?

Steeds meer zelf

Zodra je dreumes 1 jaar is geworden, neemt deze onzekerheid geleidelijk af, omdat je ziet en ervaart dat je kind steeds meer zelf kan. Het begint te kruipen, lopen, kan zelf bij spullen komen. Het begint uiteindelijk te brabbelen en woordjes te zeggen, waardoor er steeds meer interactie komt. Je zal al gauw merken dat je kindje een heel eigen persoonlijkheid ontwikkeld. Maar nog steeds ben jij als ouder de belangrijkste persoon in zijn leventje. De verzorging van je kindje maakt nog steeds een groot deel uit van je dagelijkse taken. Zo ook het verzorgen van eten.

Onzekerheid en bezorgdheid

Als je kindje dan ineens niet eet, alle groentes op de grond gooit of zit te spelen met z’n eten, dan geeft dat direct zorgen. De bekende onzekerheid van het eerste jaar steekt dan weer de kop op: ‘als mijn kind niet eet, dan gaat het niet goed’, met als ergste sluimerende nachtmerrie: ‘als mijn kindje niet eet, dan wordt het ziek of zal het sterven’. Dit maakt het eetprobleem dus zo’n beladen thema voor ouders. Het triggert direct de bezorgdheid over je kind.

Machtsgevoel

Veel ouders durven er niet op te vertrouwen dat het goed komt, ze zijn tot dan toe altijd gewend geweest dat hun kind at wat zij het gaven. En nu beslist je kind daarin ineens zélf over. En ook dát is de normale ontwikkeling. Opvoeden is niet voor niets ‘het tot zelfstandigheid brengen van je kind’. Uiteindelijk moet je kind zichzelf kunnen redden. En dat proces begint al vanaf de geboorte. Zodra je kind merkt dat het meer en meer zelf kan, geeft dat zelfvertrouwen en een machtsgevoel.

Machtsstrijd

En dat betekent dus een conflict tussen ouder en kind: want de ouder is bezorgd, en wil controle uitoefenen door zijn kind te laten eten. En het kind wil tegelijkertijd zélf bepalen wat hij eet. Er zijn namelijk drie gebieden waar je kind in feite de totale macht over heeft:

  1. eten
  2. slapen
  3. zindelijkheid

Want als het er op aankomt: je kind bepaalt uiteindelijk zélf wat het in zijn mond stopt en wat niet, wat hij kauwt, uitspuugt of doorslikt. Het heeft daarom per definitie geen enkele zin om er een strijd van te maken: een machtsstrijd rondom deze thema’s verlies je sowieso en levert enkel frustratie en negativiteit op. Wat kun je wel doen?

Aan tafel eten

In een eerder artikel schreef ik al over het belang van gezamenlijk aan tafel eten. En in veel gevallen is dat géén vanzelfsprekendheid. Soms wordt er wel aan tafel gegeten, maar los van elkaar. Er wordt bijvoorbeeld eerst eten gegeven aan de kinderen, om vervolgens zelf op een ander moment te eten. Het samen, gelijktijdig aan tafel eten is daarom een eerste voorwaarde om een goeie eter te krijgen.

Ligt het aan mij?

Het is niet alleen een kwestie van opvoeden. Als je kind een eetprobleem heeft, kan dat behoorlijk onzeker maken en bovendien bezorgd. Het voelt misschien als falen, dat het je ‘niet eens’ lukt om je kind behoorlijk te laten eten. Geloof me, het is zo’n veel voorkomend probleem, dat het onmogelijk alleen aan ouders kan liggen. Het is tenslotte ook de fase waar je kind in zit. Het spelen met het uitoefenen van zijn macht is nodig voor een gezonde ontwikkeling. Probeer daarom mild te zijn voor jezelf, je helpt je kind zich als zelfstandig persoontje te ontwikkelen. En daar zijn veel oefenmomenten voor nodig.

Verschillen tussen kinderen

Het is bovendien ook niet zo dat alle kinderen uit eenzelfde gezin dezelfde eetgewoontes hebben. Zo hebben we met Meia en Fosse nooit zorgen gehad om het eten: ze aten en eten als bootwerkers, en lusten alles wat ze krijgen voorgeschoteld. Het is eerder de andere kant op: ze hebben altijd maar trek. Toen Signe kwam, waren we daarom heel verbaasd te merken dat ze geen korstjes at, dat ze de schillen van de appel weggooide en al haar groente van haar stukjes vlees peuterde met het avondeten. Dit gedrag kenden we totáál niet. Zo zie je maar: elk kind heeft ook zijn eigen voorkeuren en persoonlijkheid die weer effect hebben op de relatie tussen ouders en kind.

12 Tips om je kind beter te laten eten

Wat kun je nou doen om je kind te helpen beter te eten? Hier volgen 12 tips.

  1. Realiseer je dat je kind de macht heeft over wat er naar binnen gaat. Kinderen eten als ze jong zijn heel intuïtief: als er gezond eten wordt aangeboden, zal je kind zeker niet snel teveel eten. Je kind luistert (in tegenstelling tot de meeste volwassenen) goed naar de hongersignalen en ‘vol’signalen van zijn lijf. Daardoor zal je kind eten als het trek heeft, en stoppen als het genoeg heeft. Dat je kind dus bewust niet eet ’s avonds, geeft dus aan dat het niet barst van de honger.
  2. Een jong kind heeft in feite maar heel weinig eten nodig om op te functioneren. Het zal dus niet snel een tekort oplopen.
  3. Eet gezamenlijk aan tafel, eet gelijktijdig.
  4. Maak van het eten een fijn moment. Richt je op elkaar, praat over de dag, toon interesse in elkaar. Haal negatieve aandacht af van het eten.
  5. Noem tijdens het eten tegen elkaar hoe het smaakt, dat je het lekker vindt, dat het gezellig is om samen te eten, geef complimenten aan de kok, etc. Kortom, uit je positief (maar wel gemeend) over het eten.
  6. Biedt je kind gezond eten aan, gewoon wat de pot schaft. Ook al weet je dat je kind het niet lust of niets zal eten. Blijf het aanbieden.
  7. Haal het eten weer weg als de maaltijd voorbij is. Als je kind speelt met het eten, haal het dan eerder weg. Als mijn dochter haar beker melk in haar bord giet of de stamppot op de grond kwakt, zeg ik: ‘jij bent klaar met eten, dan haal ik je bord weg’.
  8. Biedt, als je dat gewend bent, wel gewoon een toetje aan na het eten. Zeg niet: ‘jij hebt slecht gegeten, dus je hebt geen toetje verdient’. Daarmee suggereer je namelijk dat het avondeten blijkbaar iets vervelends is waar een beloning voor nodig is. Geef gewoon een toetje, want dat is wat jullie altijd doen. Niet iets dat afhankelijk is van de ‘eetprestatie’.
  9. Als je kind al wat ouder is, kan het een idee zijn om twee soorten groentes te maken en je kind te laten kiezen: ‘wil je sperziebonen of bloemkool?’. Hiermee toon je respect voor het autonomiegevoel van je kind (‘ik heb macht, want ik mag kiezen’), terwijl je zelf de kaders uitzet.
  10. Als aanvulling hierop kan het heel goed werken om je kind te betrekken bij het eten maken. Laat het kiezen in de supermarkt wat ze willen eten, laat ze helpen met groente wassen of in de pan doen, etc. Hiermee vergroot je hun betrokkenheid en zijn ze meer gemotiveerd om te proberen van het eten.
  11. Als je kind besluit om niet/slecht te eten ’s avonds, biedt dan later die avond geen ‘compensatie-eten’ aan, omdat je denkt ‘dan heeft het toch nog wat binnen’. Dit creëert een patroon dat je kind weet dat het later die avond toch nog kans heeft wat te eten en neemt de motivatie weg om met het avondeten goed te eten. Je kind zal met het ontbijt weer inhalen wat het de vorige avond eventueel heeft gemist.
  12. Zorg aan de andere kant dat je kind overdag op regelmatige tijden eet en niet teveel eet kort voor het avondeten. Zo klom Signe al maanden overal op en at ze soms, ongevraagd, wel 4 appels achter elkaar. We hebben toen noodgedwongen de fruitschaal maar bovenop een hoge kast geplaatst, zodat ze er niet meer bij kon. Sindsdien eet ze aanzienlijk beter met het avondeten.

Heb je nog andere tips? Ik ben benieuwd!

De eettafel

De eettafel

Centrale ontmoetingsplek

Wat voor betekenis heeft de eettafel bij jullie thuis? Is het een plek waar je veel zit, waar je eet, of die vooral als opslag wordt gebruikt? Ik merk dat onze eettafel een belangrijke plek inneemt in huis. Niet omdat ie zo groot is, maar omdat veel ‘belangrijke’ momenten rondom de eettafel gebeuren.

Betekenis van de eettafel

De eettafel is in eerste instantie onze plek waar we eten. Logisch, zullen velen denken, maar de praktijk wijst toch vaak anders uit. In de praktijk kom ik heel regelmatig andere plekken tegen: de bank, aan het aanrecht, voor de tv, in de auto of op een andere kamer. Het is blijkbaar niet vanzelfsprekend dat de eettafel ook als ééttafel wordt gebruikt. De laatste tijd kwam het vaak, min of meer toevallig, op dit onderwerp. En het intrigeerde me en zette me aan het denken. Want ik vind het namelijk heel belangrijk dat we aan tafel eten, met zijn allen. Waarom?

Gewoontes

Sommige gewoontes doe je ‘gewoon’, ‘omdat we dat altijd zo doen’, of ‘omdat het zo hoort’. Veel van ons gedrag is overgenomen, aangeleerd, en we staan er niet bij stil. Het eten aan tafel en gezamenlijk eten, is één van die gewoontes. Toen ik bewust stil ging staan bij deze momenten, merkte ik pas wat het voor mij betekende. De eettafel heeft de functie van een ontmoetingsplek gekregen. Bah, wat klinkt dat geitenwollensokkerig.

Sleur en spitsuur

Laat ik het proberen te beschrijven. ’s Ochtends rond 6u gaat de wekker. Na een paar keer snoozen is het dan toch écht tijd om mezelf uit bed te hijsen en ons te storten in het dagelijkse ritueel van aankledenplassenwassentandenpoetsenhandenwassenharenkammentasinpakkenvuileklerenindewasnietklierenluisternoueensenschieteensopwantjekomttelaatlaatjezusjeeensmetrustwaarzijnmijnsleutelsikmoetnuweg!! Vast herkenbaar. Een aaneenschakeling van opeenvolgende en terugkerende taken, die nu eenmaal moeten. Het ontbijt vormt daar een uitzondering op. Zodra ik wakker ben en de jongste uit bed is, dekken we de tafel, en zetten we het ontbijt klaar. Vaak hoor ik dan al gerommel boven, wat de andere twee kinderen aankondigt. Druppelgewijs komt iedereen vervolgens aan tafel zitten om te ontbijten.

Rustpunt aan tafel

Het vormt een (kort) rustpunt voor ieder persoontje bij ons aan zijn eigen dag begint. Het is het moment om te vragen hoe het is, hoe je je voelt. ‘Heb je lekker geslapen?’ of ‘heb je een beetje zin in vandaag?’ nodigen uit tot gesprek en geven direct informatie hoe het met iedereen gaat. Het zijn die momenten die ik koester en waar ik tijdens mijn werkdag aan terugdenk.

Verbinding

’s Avonds, wanneer wij thuiskomen van het werk, en het eten klaar is, is het samen eten opnieuw een moment van verbinding. Het tonen van interesse in elkaars dag, het klagen over wat tegenviel, of juist samen lachen om grappige voorvallen, dat brengt je weer bij elkaar. Met 5 mensen biedt het voor mijn gevoel de kans om weer met elkaar te synchroniseren, om niet langs elkaar te blijven leven, maar te kijken waar je met elkaar overeenstemt. Van de goedheiligman heb ik afgelopen december ook het boek ‘tafelklets’ gekregen, wat we er af en toe bij pakken om weer op een andere manier met elkaar te kletsen.

Samen zijn

Maar de eettafel is meer dan een plek om te eten, hoewel dat wel de belangrijkste functie is. De eettafel is ook een plek die we, bewust of onbewust, kiezen om dingen samen te doen. Ik werk aan de eettafel, en Meia en Fosse knutselen, kleien, tekenen of spelen met de lego aan tafel. Als er al iemand aan tafel zit, nodigt dit vaak uit om erbij te komen zitten. Ook hier wordt elkaars gezelligheid en aanwezigheid opgezocht merk ik. Zelfs de kleinste merkt dit: als er anderen aan tafel zitten, klimt zij zelf in haar eigen kinderstoel of probeert op mijn schoot te klimmen. Ze wil erbij zijn, deel uitmaken van de groep.

Winst

Ik denk daarom dat het aan tafel eten zo belangrijk is, en veel winst kan opleveren in je gezin. Zeker wanneer je het gevoel hebt dat er geen goede relaties onderling zijn, dat er langs elkaar heen wordt geleefd, of ieder maar zijn eigen ding doet. Het samen eten kan daar verandering aan brengen. Helemaal als je kind moeilijk eet, maar daar kom ik een ander keertje op terug.

 

Huis verkocht!

Huis verkocht!

Roerige tijden

Het was een roerige tijd. En eigenlijk is het dat nog steeds. Ik heb nog nooit zoveel opgeruimd en schoongemaakt als in afgelopen jaren. Want er kon zomaar ineens een bezichtiging komen. En dat gebeurde, regelmatig. Alle activiteiten werden teruggeschroefd, want een bezichtiging betekende potentiële kopers. En ons huis verkopen is de eerste stap naar mijn toekomstdroom: een praktijk aan huis.

Verhuisdatum

Helaas is er nog steeds geen pand op ons pad gekomen wat voor ons geschikt was. Dit leverde zowel bij ons als de kinderen de nodige onrust op. Ik kon ze niet uitleggen waar we gingen wonen, of op welke termijn. Nu kan ik eindelijk antwoord geven op één vraag: ‘wanneer verhuizen we?’. In april. Ja, zo snel. Helaas dus niet naar ons droomhuis, maar naar een knus galerijflatje met gedeelde slaapkamers. Want veel keus is er niet in huurwoningland.

Onzekerheid bij de kinderen

Dat de kinderen er veel mee bezig waren, was onvermijdelijk. Door de bezichtigingen moest er noodgedwongen veel worden opgeruimd en de woensdagmiddag afspreken was daarom soms niet mogelijk. Als ze op de achterbank zaten, zei Fosse ineens: ‘ik wil eigenlijk niet verhuizen’. En als ik Meia zorgelijk zag kijken, legde ze uit: ‘ik kan niet kiezen hoe ik mijn bed straks wil in het nieuwe huis’ of: ‘ik ga mijn bedstee zo missen, ik heb hem nog helemaal niet lang’.

Wanneer nou écht?

Het breekt mijn hart als ik zie dat ze last hebben van deze situatie, vooral omdat ik ze geen antwoorden kan geven. Toen dan eindelijk de kogel door de kerk was, en ons huis werd verkocht, was ik daarom heel blij dat er een stip aan de horizon verscheen. Zoals ik al had verwacht, gaf dit wat perspectief voor de kinderen. De volgende dag was het dan ook op school en de sportverenigingen verteld door de oudste twee. Fosse heeft nog weinig tijdsbesef, dus voor hem kan het verhuizen ieder moment beginnen. Omdat we er heel snel uit moeten, beginnen we daarom al met ruimen en inpakken. Voor Fosse wordt het daarmee meer concreet: pas als alles is ingepakt, gaan we verhuizen.

Tussenhuis

De roerige tijden zijn echter nog lang niet over. Komende weken staat in het teken van inpakken en wegdoen. We verhuizen naar ongeveer de helft van het woonoppervlak waar we nu wonen, in een huurflatje. Ik ben heel benieuwd hoe we dat als gezin gaan beleven. Vanmorgen vroeg Fosse: ‘is er wel speelgoed in het tussenhuis?’. We hebben de huurwoning maar het tussenhuis genoemd, omdat we er maar eventjes zullen wonen (hoop ik). Zijn vraag deed me weer beseffen hoe ongrijpbaar deze situatie voor hem moet zijn.

Huren, een avontuur?

Een huurhuis. En volgens mij zelfs zonder vloeren, met niks op de muren en zonder gordijnen. Een dilemma, want we willen niet investeren in het ‘tussenhuis’ omdat diezelfde kosten straks in ons ‘echte’ huis gemaakt zullen worden. We hebben daarom besloten het huren als één avontuur te beschouwen: tekenen op de muren, restjes vloerbedekking van marktplaats scoren en hetzelfde voor de gordijnen. Nog zoiets: in ons huidige huis zijn de bedden van de kinderen op maat gemaakt. Een bedstee en een volkswagen busje. Supertof, maar helaas niet mee te nemen. Komen we dus ineens twee bedden tekort! Gelukkig hebben we lieve mensen om ons heen die graag meedenken en meehelpen.

Ruimen en inpakken

Omdat we straks veel minder ruimte hebben, zijn we drastisch begonnen met ruimen. Afgelopen maanden zijn er al naar schatting 30 zakken richting kringloop en gevudo gegaan. Ik was perplex wat ik tegenkwam: kerstkaarten uit 2004, bankafschriften uit de puberteit, handleidingen van apparaten die we allang niet meer hebben, bonnetjes van jaren heen, een zak vól snoeren, stekkers en adapters die we niet konden thuisbrengen… En als we de ene laag op een plank in de berging hadden doorgespit, bleek er nog een volledige laag achter te bestaan.

Voorbereiden op verhuizen

Enerzijds zijn we gedwongen tot ruimen, want we hebben straks geen ruimte meer. Anderzijds is ook mijn wens (en één van de voornemens van dit jaar) om minder spullen te hebben, kopen, verzamelen en bewaren. Alleen de spullen die we gebruiken, écht nodig hebben en die gelukkig maken. In het kader van speelgoed heb ik hier al eens over geschreven. Maar ik trek het breder. Tijdens het ruimen merkte ik ook hoeveel rust dit gaf, ik werd er echt gelukkig van. Een ander punt waar we nu actief mee bezig zijn is het opmaken van de voorraad. In de berging staan namelijk planken vol met houdbare etenswaren. Tijd dus om ruimte te ‘eten’.

Nieuwe start

Voor iedereen in ons gezin voelt dit als een nieuwe start. Meia wil komende tijd veel foto’s maken om vast te leggen hoe haar kamertje en spullen er uitzien. Samen halen we herinneringen op van gebeurtenissen die hier hebben plaats gevonden. Dingen die ze niet erg vinden om achter te laten en zaken die ze zullen missen. Maar ook plannen: wat wil je straks in het nieuwe huis? Waar hoop je op? Op deze manier bespreken we de situatie nu en straks. Ik merk dat ik daar zelf behoefte aan heb, en merk ook dat de kinderen het prettig vinden om dit hoofdstuk op hun gemak af te sluiten.

Zintuiglijke prikkelverwerking

Zintuiglijke prikkelverwerking

Hoogsensitief, een trend?

Van sommige trends krijg ik een beetje jeuk. Eén daarvan is het idee dat heel veel kinderen ineens hooggevoelig of hoogsensitief zijn. Het is een nieuwe term voor een scala aan gedragskenmerken waarin vrijwel iedereen wel iets herkent. Begrijp me niet verkeerd, ik geloof best dat kinderen (of mensen in het algemeen) last kunnen hebben van bijvoorbeeld geluiden die hard binnen komen, teveel bezig zijn met hoe een ander zich voelt of zelfs  van het gevoel van spinazie in hun mond. Maar dat deze kinderen nou zoveel anders zijn dan andere kinderen, dat betwijfel ik.

Hooggevoeligheid is geen diagnose

Hoogsensitiviteit of hooggevoeligheid is dan ook geen diagnose of stoornis. Waar het naar mijn idee teveel mee wordt verward is de zintuiglijke prikkelverwerking. Dit is, in gewone woorden, de manier waarop informatie via je zintuigen binnenkomt. Dus alles wat je hoort, voelt, ruikt, proeft en ziet. En laat die nu bij iedereen een unieke afstelling zijn. Zo vindt Coen het heerlijk om hard muziek te luisteren, maar stopt Sara bij een feestje al haar vingers in haar oren. Iedereen heeft een eigen comfort zone waarin de prikkels die binnenkomen prettig zijn. Zit het daar onder, dan heeft je kind meer prikkels nodig om lekker te functioneren. Zit het erboven, dan is het teveel en heeft het behoefte aan minder prikkels.

Hoe ervaar je de wereld om je heen

Voordat je nu in je achterste benen staat en denkt ‘maar mijn kind is wél hoogsensitief!’, wil ik dit toelichten aan de hand van mijn eigen zoontje. Want ik denk dat veel mensen hetzelfde bedoelen, maar door verkeerd woordgebruik kan er verwarring ontstaan over waar het om gaat. Fosse is mijn enige zoontje, en hij is duidelijk anders dan de meiden in de manier waarop hij dingen ervaart. Al sinds jongs af aan liet hij duidelijk merken dat hij bepaalde kleding niet aan wilde hebben. Als het een ‘kriebelende’, stugge of gewoon andere stof was tegen zijn huid, vertikte hij het om het aan te trekken. Nog steeds kan hij er gerust 5 minuten voor uit trekken om zijn sokken goed te doen. Dat wil zeggen: het naadje precies zó hebben dat hij het niet voelt. Zodra hij de kans krijgt loopt hij trouwens op blote voeten. En in zijn minionpak, wat dat aangaat.

Het gevoel in je mond

In het leren eten met de pot mee, als kleine dreumes, was heel duidelijk dat hij duidelijke voorkeuren had in eten. Zo is hij een keer echt over zijn nek gegaan van prei, omdat hij die smaak te heftig vond. Van spinazie ging hij kokhalzen, omdat hij de structuur (glibberig) niet kon waarderen. Ik weet nog dat ik in het begin dacht: kom op zeg, wat een drama om niks. Maar daar ben ik van teruggekomen. Hij heeft gewoon een heel fijn afgestelde sensorische prikkelverwerking. Eigenlijk met alles.

Fijne neus en scherp gehoor

Van de geur van poepluiers van zijn kleine zusje rende hij letterlijk kokhalzend weg (nou snap ik dat ook wel hoor). Hij is ook de eerste die bijvoorbeeld ruikt wanneer er iets aanbrandt. Fosse kan, door zijn fijne neus, ook echt weigeren ergens bij in de buurt te komen als hij het vindt stinken. Of iets te proeven bijvoorbeeld. Hetzelfde geldt eigenlijk ook voor zijn gehoor. Hij heeft liever niet teveel herrie om zich heen, hoewel er uitzonderingen zijn waarbij hij zelf het hoogste woord voert.

Opzoeken van prikkels

Ook motorisch zie je een specifieke voorkeur in prikkelverwerking. Vroeger dachten we dat Fosse gewoon wat onhandig en lomp was. Hij struikelde overal over, liep tegen dingen aan, viel van zijn stoel af en maakte de meest gekke capriolen in zijn bewegingen. Omdat hij op de peuterspeelzaal toen als onbehouwen werd omschreven, ben ik naar de fysiotherapeut gegaan om het na te laten kijken. Op de speelzaal twijfelden ze aan zijn zicht, maar dit herkende ik dan weer niet. Dit bleek inderdaad ook in orde.

Prikkels en proprioceptie

Na wat motorische onderzoekjes, bleek Fosse juist aan de bovenkant te zitten qua motorische ontwikkeling. Het blijkt juist dat hij prikkels hierin opzoekt. Zo vindt hij tegendruk lekker, of het wiegende gevoel van schommelen. Hij wordt alleen gehinderd door zijn proprioceptie. Dat is het gevoel dat je weet wat de grenzen van je eigen lijf in de ruimte zijn. Dat je weet hoe kort je bocht kunt nemen om de tafel heen zonder je te stoten bijvoorbeeld. Dit was iets wat hij minder goed kon inschatten, wat de vele ongelukjes verklaarde.

Sensorische informatieverwerking

Als kinderen, zoals Fosse, gevoeliger zijn in het verwerken van sensorische informatie, zijn ze dikwijls ook gevoeliger voor de verwerking van andere informatie. Bijvoorbeeld hoe opmerkingen door anderen binnenkomen, hoe blij of verdrietig ze kunnen zijn in een situatie. Dit is eigenlijk logisch, omdat ze wat meer openstaan voor verwerking van informatie in het algemeen. Het is wat meer ongefilterd als het ware. Dit kan ook nog per zintuig verschillen. Zo is Fosse juist wat ongevoeliger in de motorische prikkelverwerking (hij zoekt ze daarom juist op), maar gevoeliger in mondmotoriek, smaak, geur en tast. Zo is het bij de meeste kinderen, wat elk kind dus een uniek profiel geeft en vraagt om een andere benadering.

ADHD, ASS en hoogbegaafdheid

Niet voor niets is ‘hoogsensitiviteit’ iets dat vaker voorkomt bij bijvoorbeeld kinderen met een hoge intelligentie, maar ook bij ADHD en ASS (autisme). Het is vaak niet óf óf, maar het is min of meer een verklaring voor bepaald gedrag bij deze kinderen. Bij zowel ADHD en ASS is er sprake van een informatieverwerkingsstoornis, wat al begint bij de zintuiglijke informatieverwerking. Dit kan ervoor zorgen dat deze kinderen wat ongefilterd reageren of juist ongevoelig lijken te zijn voor bepaalde prikkels (afhankelijk van iemands unieke profiel). Bij hoge intelligentie of hoogbegaafdheid zie je vaak ook meer gevoelige kinderen, omdat zij door hun scherpe opmerkzaamheid sneller informatie bij hen laten binnenkomen. Niet alleen cognitieve informatie dus, maar ook op andere (zintuiglijke) gebieden.

Als je wat meer onderbouwde literatuur wilt lezen over dit onderwerp, raad ik je het boek ‘Leven met sensaties’ van Winnie Dunn aan. Een andere keer zal ik dieper ingaan op de ontwikkeling bij jonge kinderen op dit gebied.

Review: “Mom’s one line a day”

Review: “Mom’s one line a day”

Dagboek over 5 jaar

“Een iets andere review dit keer. Niet over een inhoudelijk boek, maar over een leeg dagboek, dat inmiddels een heel belangrijke plek in mijn dagelijks ritueel heeft gekregen. Het zal jullie niet verbazen dat ik van schrijven houd, en ik vind het concept van deze simpele dagboeken een enorm succes. Inmiddels schrijf ik al een paar jaar in dit dagboekje, dus is het tijd om het met jullie te delen.”

 

De feiten:

  • Titel:  ‘Mom’s One Line A Day. A Five Year Memory Book.’
  • Uitgever: Chronicle Books
  • Publicatiedatum: 2010
  • Aantal pagina’s: 372
  • Prijs: €14,99

Algemeen

Dit dagboek is niet het old skool dagboek met lege pagina’s en een slotje, maar heeft een opbouw die je de laatste jaren steeds vaker ziet bij dagboeken: je houdt vijf jaar lang elke dag dit dagboek bij. Zo heb je na vijf jaar een compleet naslagwerk. Dit dagboekje is speciaal gericht op moeders. Ik gebruik hem dan ook om mijn ervaringen als moeder en de gebeurtenissen uit het leven van de kinderen in bij te houden.

review vijf jaren dagboek gezin moeder

Eerste indruk

Het is een fijn, klein en handzaam boekje. De afmetingen zijn ongeveer 16cm bij 10cm en 3cm dik. De bladzijden hebben een gouden rand aan de buitenzijde, wat een nostalgische en chique indruk geeft. De hardcover is stevig, met een zachte, dikke buitenkant. Dit maakt het prettig om vast te houden. Ook heeft het boek een mooi gouden leeslint. De lay-out is mooi in zijn eenvoud. Van binnen zijn alle pagina’s gelijk aan elkaar. Het boek blijft bovendien goed openliggen, wat wel zo prettig is om er in te schrijven (en te lezen).

dagboek vijf jaren schrijven onthouden persoonlijk gezin kinderen moeder

Gebruik van het boek

Je kunt op elke willekeurige dag beginnen met het dagboek. Stel dat je vandaag zou beginnen (ik schrijf dit op 25 januari 2017), dan zoek je 25 januari op. Op deze bladzijde staan vijf tekstvakjes onder elkaar, bedoeld voor elk jaar dat je er in schrijft. Vandaag begin je dan in het bovenste vakje, waar je aan het einde van de dag een regeltje (of meer) schrijft over vandaag. Morgen ga je dan naar de volgende bladzijde, enz. Net zo lang tot je weer terugkomt bij 25 januari in het volgende jaar. Dan schrijf je in het vakje daaronder en begint een nieuwe cyclus. Als je het structureel bijhoudt, heb je een handzaam boekje vol dierbare herinneringen over 5 jaar. Achterin het boek zitten nog extra pagina’s waarop je de belangrijkste data kunt noteren, zodat je de gebeurtenissen van die dagen gemakkelijk terug kunt vinden.

dagboek vijf jaren schrijven onthouden persoonlijk gezin kinderen moeder

Mijn ervaring

Sinds 4 oktober 2014 schrijf ik in dit boekje, dus ik ben nu in het derde jaar bezig met schrijven. En ik heb spijt dat ik niet veel eerder ben begonnen. Altijd heb ik wel hapsnap geschreven in losse notitieboekjes of suffige babyboeken, maar dat dekt de lading bij lange na niet. Het spreekwoord ‘wie schrijft, die blijft’ is ook hier van toepassing. Het is ontzettend cliché maar je vergeet zoveel! Ik zou bijvoorbeeld ook veel meer foto’s en video’s van onze kinderen moeten maken, maar dat schiet er doorgaans bij in. Doordat schrijven in deze dagboekjes (ik houd er meerdere bij) onderdeel is van mijn routine vlak voor ik ga slapen, ben ik ervan verzekerd dat ik de grote en kleine gebeurtenissen uit ons gezinsleven onthoud. Ik vind het heerlijk om terug te lezen hoe het de voorgaande jaren ging, welke streken ze uithaalden of met welke thema’s we toen bezig waren. Niet zelden zit ik grinnikend terug te lezen, omdat ik komische voorvallen alweer was vergeten of nu kan lachen om situaties waar we een jaar eerder met ons handen in het haar zaten. Ook bijzonder is om terugkerende patronen te zien. Dat onze kinderen bijvoorbeeld rond dezelfde periode van het jaar ziek worden, dat we (toevallig?) dezelfde soort uitstapjes maken, bijvoorbeeld. Ik houd deze dagboeken in eerste instantie voor mijzelf bij, maar ik kan me goed voorstellen dat ik deze boekjes op termijn aan mijn eigen kinderen doorgeef, zodat zij terug kunnen lezen over hun eigen kindertijd. Het is een stukje familiegeschiedenis wat ik dan in feite doorgeef, dat vind ik een mooi idee.

review dagboek vijf jaren schrijven onthouden persoonlijk gezin kinderen moeder

Pluspunten

  • Mooi vormgegeven boekje
  • Handzaam formaat, ligt lekker in de hand
  • Gemakkelijk bij te houden en vol te houden doordat een zinnetje per dag al voldoende is
  • Nooit meer belangrijke en minder belangrijke gebeurtenissen uit de kinderjaren en het gezinsleven vergeten
  • Een zeer persoonlijk naslagwerk
  • Leuk om te doen en om in terug te lezen
  • Een stukje familiegeschiedenis om eventueel door te geven aan je kinderen

Minpunten

  • Als je het dagboekje een paar dagen vergeet in te vullen, is het soms lastiger terug te halen wat je die dagen ervoor hebt gedaan en wat je op kunt schrijven.
  • Als je het een paar dagen vergeet in te vullen, is het meer werk om te schrijven.

Conclusie

Ik wil niet meer zonder. Het is voor mij echt een ritueeltje geworden wat me bovendien ook helpt om op de dag te reflecteren. Soms zet ik de gebeurtenissen neer, soms mijn gevoelens, andere keren mijn gedachtes of intenties. Je kunt het zo breed maken als je wilt. Omdat het open is, biedt het veel mogelijkheden. Ik geniet van het bijhouden en ben zeker van plan na 5 jaar opnieuw dit boekje te kopen voor de jaren daarna.