Archief van
Maand: februari 2017

Mijn boekenwurm

Mijn boekenwurm

Lezen als grootste hobby

Het is zo leuk, naarmate mijn kinderen ouder worden begin ik steeds meer in ze te herkennen van mijzelf, Steef of andere familieleden. Eén van de meest herkenbare dingen van de laatste tijd is het lezen van Meia. Ik zie mijzelf als klein kind nog op de bank zitten, omringd door boeken. Het was een feestje om naar de bieb te gaan, waar ik dan het maximum aantal boeken haalde. Ik haalde stapels boeken uit de rekken, nestelde mezelf tussen de boekenkasten op de grond of in een hoekje van de bieb. Om me vervolgens te vergapen aan de mooiste prentenboeken, of stukjes uit spannende boeken te lezen. Als we dan uiteindelijk met een tas vol boeken thuis kwamen, zette mijn moeder thee en nam ik de tas met boeken mee naar de bank. Daar bleef ik de rest van de middag, soms het ene boek na het andere boek uitlezend. De drie weken uitleentermijn maakte ik maar zelden vol. Vaak had ik mijn boeken al eerder uit.

Leren lezen

Meia was er vroeg bij met lezen. Nog voor ze naar de basisschool ging, herkende ze letters en enkele woordjes. In groep 1 begon ze te leren lezen, in groep 2 las ze inmiddels vloeiend. Nu, in groep 3, is er geen houden meer aan. Ze verslind de boeken. Maar eigenlijk alles wat ze kan lezen. Alle etiketten van de ontbijtproducten, de huis aan huis blaadjes die door de bus vallen, en als het even kan de berichtjes die op mijn telefoon binnenkomen. Het lijkt alsof ze niets wilt missen. Alsof ze, nu ze de vaardigheid goed onder de knie heeft, zoveel mogelijk wil lezen wat er binnen haar mogelijkheden ligt.

Alles willen lezen

Het is zelfs zo extreem dat ze tijdens het voorlezen voor het slapen gaan vaak verklapt hoe het verhaal verder gaat. Om een beetje gegeneerd op te biechten dat ze het boek eigenlijk zelf al heeft uitgelezen. En, multitasker als ze is, ze presteert het ook om tijdens mijn voorlezen doodleuk zelf in een ander boek te gaan lezen. Maar ook als ik haar haren kam wordt tegenwoordig de Donald Duck gelezen. Alsof niets doen zonde van haar tijd is. En het is allemaal zo herkenbaar voor me. Ook ik las alle etiketten, de melkpakken, shampooflessen en op latere leeftijd zelfs de Franse of Duitse beschrijvingen. Ook ik liep soms letterlijk lezend door het huis en nam overal een boek mee naartoe. Nog steeds heb ik die neiging, hoewel het nu vaak eerder ijdele hoop is, want in de praktijk kom ik er weinig aan toe.

lezen kind boeken boekenwurm leest

Lezen tot ’s avonds laat

Ik kan me nog zo goed herinneren hoe ik ’s avonds tot laat aan het lezen was. Dat mijn moeder ook maar kwam zeggen dat ik toch echt moest gaan slapen. Dan las ik, als het even kon, stiekem verder onder de dekens. Soms las ik verhalen zoals de Griezelbus, die ik eigenlijk te eng vond en waar ik bijna niet van kon slapen, maar tegelijkertijd kon ik niet stoppen met lezen. Het was een verslaving. Niet zelden zat ik letterlijk verzonken in mijn boek of verhaal en hoorde ik niets meer om mij heen. Nu komt Meia soms ineens rond 21u even uit bed, met de mededeling dat ze niet kan slapen. De waarheid is echter dat ze er nog niet aan is toegekomen, want ze ‘moest’ haar boek uitlezen. Op andere momenten kom ik zelf maar even zeggen dat ze écht moet gaan slapen. Het is alsof de geschiedenis zich herhaalt.

Donald Duck

Bij mijn vader had ik een abonnement op de Donald Duck. Als ik daar dan op vrijdagavond kwam, nestelde ik mij in mijn favoriete oorstoel voor de open haard, met de 2 verse Donald Duckjes. Dat was een feestje. Soms was de stoel bezet door mijn pa, maar dan nestelde ik me op een groot kussen aan zijn voeten voor diezelfde open haard, genietend van het gekriebel in mijn nek door hem. De liefde voor Donald Duckies wordt door veel kinderen gedeeld, zo ook door mij en mijn jongere broertjes. Toen ik daar laatst was, werd Meia getrakteerd op een stapel uitgelezen Donald Ducks van mijn broertje, die zij al net zo verslind als ik vroeger deed. Zo leuk, die herkenbaarheid.

In slaap vallen

En dat je echt kan worden meegezogen in het verhaal, blijkt dan wel uit recente gebeurtenissen uit Meia’s leventje. Toen zij nog niet zo lang in groep 3 zat, was de juf een keer ziek. Meia was met het lezen lekker in de zitzakken gaan zitten, waar ze blijkbaar zó verdiept was in haar boek, dat ze in slaap was gevallen. Blijkbaar had de invaljuf nog niet in de gaten dat er een leerling ontbrak, want Meia werd door een vriendje wakker gemaakt toen de klas al op weg was naar het schoolplein om buiten te spelen.

Verslaving

Een ander moment deed zich van de week voor, toen de kinderen zich aan het aankleden waren om naar school te gaan. Althans, dat was de bedoeling. Meia is er van overtuigd dat ze tijdens het aankleden heus wel door kan lezen. Dat lukte ook, tot op zekere hoogte, want ik zag dat Meia haar hemdje van de dag ervoor nog aanhad toen ze bezig was een nieuw hemd eroverheen aan te trekken. Toen ik haar daarop wees, bleek ze niet één hemd aan te hebben, maar 3! Ze was dus bezig haar 4e hemd over alles heen aan te trekken. Toen ze zichzelf bekeek, leverde dat een schaapachtige grijns op. Achja, als dat het ergste is…

Gaat dit over hetzelfde kind!?

Gaat dit over hetzelfde kind!?

“Dat doet ze anders nooit!”

Elke week voer ik deze gesprekken. Dagelijks soms. Ouders die vol ongeloof aanhoren hoe voorbeeldig hun kind zich op school gedraagt terwijl het thuis de boel bij elkaar schreeuwt, kleine broertjes in elkaar timmert, constant een weerwoord heeft of knetterbrutaal is. Met bosjes komen ze bij ons: ouders van kinderen waarvan hun kind soms wel een andere persoonlijkheid lijkt aan te nemen in andere situaties. Om gék van te worden af en toe. Soms smeken deze ouders in het geniep of hun kind nu eens as-je-blieft óók rete-irritant willen zijn bij de juf. Want dan snapt ze eindelijk eens waar zij het de godganse dag mee te stellen hebben. Om het maar even met krachttermen duidelijk te stellen. En weet je, lieve ouders: I feel you!

voorbeeldig bij anderen ondeugend thuis

Voorbeeldig?

Ik heb er namelijk ook zo eentje thuis. Ze heeft nog nét geen halo boven haar hoofd als ze een dagje doorbrengt met onze nanny of bij opa en oma wordt afgeleverd. Voorbééldig is ze. De hele dag krijgen we berichtjes: ‘wat een lieverd, ze luistert zo goed!’, en: ‘ze is zo zoet, ze huilt nooit!’, of: ‘je hoeft maar je stem te verheffen, of ze luistert al!’. Jaja. Nou, niet bij ons dus. Want oma of de nanny is nog niet eens uit het zicht of de halo wordt ingeruild voor 2 duivelshoorntjes, zo lijkt het.

Wolf in schaapskleren

Madam praat nog steeds amper, maar dat neemt niet weg dat ze exact duidelijk kan maken wat ze wil. En hoe! Ze laat het kaas niet bepaald van haar brood eten. Als er een schaaltje druifjes op tafel staat waar broer- of zuslief van eten, krijgen ze het te horen: “nee! MIJ!” wordt er herhaaldelijk geschreeuwd. En als dat niet voldoende is, grijpt ze gewoon iets vast waar ze haar zinnen op heeft gezet. Serieus, het lijken wel zuignappen! Met man en macht lukt het om de vingers los te pellen. Maar alleen thuis hè? Is ze ergens bij onbekenden, dan steelt ze alle harten. Met haar blonde piekhaartjes, grote blauwe ogen en haar vingers in haar mond, waar ze verlegen op sabbelt. Wat een doetje. En wat een wolf in schaapskleren.

ondeugend kast leeghalen gooien klimmen dreumes

Je krijgt er zoveel voor terug!

We hebben een keuken zonder bovenkasten. Spijt van tot aan m’n tenen inmiddels. Want met een gemiddelde van 6x per dag leeggeschudde pakken hagelslag, havermout, suiker of rozijnen van de vloer vegen, ben ik er wel een beetje klaar mee. Mijn nanny vroeg zich blijkbaar laatst af waarom nou steeds de halve inhoud van de carousselkast op het aanrecht stond, en borg alles weer netjes terug op in de kast. En zo kon ik de dag erna weer 40x havermout tussen de plinten zuigen en vastgestampte cranberry’s van de grond pulken. Heerlijk die kinderen, je krijgt er zoveel voor terug!

Als de kat van huis is…

Zoals een kinderstoel die al ongeveer een halfjaar dwars op de grond ligt. ‘Waarom?’ Vroegen de oma’s en andere mensen zich fronsend af. Nou mensen, omdat Signe deze handige triptrapstoel gebruikt als keukentrap, om via de kinderstoel o.a. op de eettafel, in haar eigen (ikea) kinderstoel of de buffetkast te klimmen. Dáárom. Vervolgens wordt ik met grote ogen aangekeken, waarop de reactie der reacties volgt: “dat doet ze bij mij echt nooit!”. Nee bij jullie niet nee, maar zoals het spreekwoord luidt: “als de kat van huis is, dansen de muizen”. Nouja, ongeveer dan. Signe danst in ieder geval wel letterlijk op de eettafel.

ondeugend gedrag dreumes streken uithalen stout

Kinderslot

Ten einde raad struinde we internet en prenatals af op zoek naar een geschikte sluiting voor de carousselkast. Een magneetslot werkte helaas niet op deze draaiende variant. Uiteindelijk heeft Steef een andere constructie bedacht en lukt het Signe niet meer om deze kast open te krijgen. Dat maakte haar even flink boos, maar algauw koos ze eieren voor haar geld. Sindsdien heeft ze geleerd hoe ze de normale kindersloten open krijgt. Haar nieuwe hobby is nu de servieskast leeghalen.

kliederen met eten spelen met eten kinderstoel dreumes

Spelen

Maar ze heeft nog meer hobby’s hoor, ze verveelt zich zelden. Op dagen dat wij er niet zijn, kan ze heel lief spelen, heb ik begrepen. Op dagen dat wij er wél zijn, gooit ze het liefst bekers met vloeistof ondersteboven. Ze is gelukkig niet kieskeurig: melk, water, limonade, soep… het is haar om het even. Als ze er vervolgens maar hard met haar handen in kan slaan. Yoghurt werkt trouwens ook goed, wat dat aangaat.

bekers melk omgooien dweilen schoonmaken omgegooid drinken

Klimmen

Oh, en heb ik al verteld van haar klimtalenten? Zit vast in de familie. Het liefst gebruikt ze stoelen, zoals de eerder genoemde triptrapstoel, maar ook de kleine kinderstoeltjes zijn favoriet. Ik breek dagelijks mijn nek over deze ondingen, omdat Signe als een soort wedstrijdschaatster door de woonkamer zoeft achter een stoeltje aan. Om bijvoorbeeld het glaswerk uit de hoge vitrinekast te halen, het gasfornuis aan te steken, pannen van het aanrecht te trekken of via het stoeltje op de verwarming te klimmen. Ik heb al meermaals mijn hart vastgehouden toen ze een poging deed over het traphekje heen te klimmen (naar beneden dus).

Gooien

Daarover gesproken, het naar beneden gooien van zaken is ook interessant. Het zal vast iets natuurkundigs zijn: het ontdekken van zwaartekracht, luisteren naar de effecten als de spullen neerkomen en tenslotte getrakteerd worden op een geërgerd gemopper van moederlief, inclusief getergde uitdrukking. Schoenen, lege flessen, speelgoed, wasgoed, you name it, Signe gooit het naar beneden. Maar uiteraard pas als ik bijna klaar ben met het opruimen van het afval dat ze uit de vuilnisbak op de grond heeft gegooid, of de tijdschriften weer aan het opstapelen ben.

rotzooi maken dreumes peuter

Dat doet ze anders nooit!

Ik was dan ook verrast en verbaasd te merken dat het onze nanny en andere betrokkenen op de één of andere manier wél lukte om nog iets anders te doen dan op Signe te letten. Want, zo krijg ik keer op keer weer te horen, bij hun doet ze dat allemaal nóóit! De stoeltjes blijven op hun plek, kasten dicht, ze stopt direct als je iets zegt. Eigenlijk doet ze gewoon niks van al die streken. Hoe kan dat toch?

Vreemde ogen dwingen?

Vreemde ogen dwingen? Bij ons voelt ze zich het meest vrij dus laat ze zich het meeste gaan? Of krijgt ze bij anderen andere (meer) aandacht dan bij ons, zoekt ze misschien op deze manier de aandacht? Ik kan het me bijna niet voorstellen, omdat mijn vrije dagen bijna volledig worden beslagen door ‘met Signe bezig zijn’. In ieder geval weet ik nu hoe het is voor al die ouders, die zich bij elk ouderavondgesprek afvragen of de leerkracht wel over het goeie kind vertelt. Aan de andere kant ben ik blij dat ze zich bij anderen blijkbaar wel gedraagt. Want, zoals ik ook andere ouders geruststel: als je kind het daar wel kan, beschikt het in ieder geval over die vaardigheden. Is er toch nog hoop, gelukkig!

Faalangst en 5 tips

Faalangst en 5 tips

Bang om het niet goed te doen

Het komt vaak voor. De angst om het fout te doen. Het idee dat fouten maken iets verkeerds is. Veel kinderen, en ook volwassenen kampen met dit soort gevoelens. Het geeft een grote onzekerheid en belemmert een kind om vrij en onbevangen ergens aan te beginnen. Het legt een grote druk, want niets is zonder gevaren. Deze kinderen kunnen, als de gevoelens heel sterk zijn, echt veel last hebben van de faalangstgevoelens. Het nemen de onbezorgdheid weg, die zo kind-eigen is. Iets wat je als ouder vaak aan het hart gaat.

“Tom (6) is altijd al bang geweest om dingen fout te doen. Hij remt zichzelf enorm in het aangaan van nieuwe dingen. Tom heeft moeite om nieuwe dingen te leren: zijn nieuwe fiets heeft nog steeds zijwieltjes want hij is ervan overtuigd dat hij valt als ze eraf gaan.”

Troosten en geruststellen

Het is ook heel erg naar om je kind zo verdrietig of angstig te zien als het iets nieuws ‘moet’ proberen, of als het bezig is iets te doen wat naar zijn idee in één keer goed moet. En als ouder probeer je die gevoelens dan ook zo snel mogelijk weg te maken. Het zien dat je kind het moeilijk heeft, is namelijk voor ouders heel lastig. Dit wekt vaak de automatische neiging op om je kind te troosten, gerust te stellen en te zeggen dat het niet klopt wat je kind denkt: ‘stil maar, daar hoef je niet om te huilen’, ‘je hoeft nergens bang voor te zijn, je kan het gewoon’, ‘het gaat je heus wel lukken, doe niet zo gek!’.

Herkenning

Niet zelden herkennen ouders deze gevoelens ook bij zichzelf. Angst is iets besmettelijks en wordt, helaas, gemakkelijk doorgegeven aan kinderen. Hoe goed je ook denkt dit niet te laten merken. Kinderen voelen dit echter feilloos aan en nemen dan ook vaak gedrag over. Daar komt bij dat angst ook een stukje genetisch materiaal is: het is vaak een karaktertrek. Mensen kunnen in meer of mindere mate emotioneel stabiel zijn, wat o.a. wordt afgemeten aan de mate van angstig gedrag. Dat betekent dat het ene kind per definitie angstiger is dan het andere kind. Zo kan er dus een kwetsbaarheid bij je kind zijn om bijvoorbeeld faalangst te ontwikkelen.

“Mijn dochter van 8 wil niet meer naar school. Ze vindt het saai, het duurt allemaal te lang. Toen ik wat doorvroeg, kwam er iets uit wat ons niet verbaasde: faalangst. Ik herken het enorm bij mijzelf, en mijn man trouwens ook.”

Argumenten en overtuigen

De meeste ouders zijn behoorlijk creatief in het aandragen van goede argumenten om hun kind te overtuigen van hun ongelijk. Maar tegelijk merken ze dat deze goed bedoelde peptalks niet lijken binnen te komen. Soms ontstaat er een patroon dat een kind deze geruststelling en bevestiging steeds harder nodig gaat hebben voor het ergens aan begint, wat ouders soms tot wanhoop kan drijven: “wat ik ook zeg, niks lijkt hem ervan te overtuigen dat hij zich geen zorgen hoeft te maken”. Het hele aanmoedigingsproces gaat steeds meer tijd kosten merken ze.

“Sam (13) komt steeds vaker ziek naar huis. Het begon toen hij voor Nederlands een presentatie moest geven voor de klas. Hij was zó zenuwachtig, terwijl hij zo goed had geoefend. Het uur voor zijn presentatie kreeg hij buikpijn en werd misselijk. Hij heeft zich toen ziek gemeld en is naar huis gekomen. Het lijkt wel of hij nu probeert alle spannende momenten op school te vermijden.”

Meteen goed doen

Faalangst komt voor bij alle kinderen. Het is een fabeltje dat dit niet bij jonge kinderen voor kan komen of alleen bij kinderen die moeilijk leren. Niet zelden is faalangst gekoppeld aan perfectionisme. Deze kinderen hebben vaak het idee dat wat ze doen, 100% goed moet zijn. Of dat ze iets al moeten kunnen als ze er mee beginnen om het te leren, bijvoorbeeld zwemles of zonder zijwieltjes fietsen.

“Lilly (10) is slim, maar toch is ze als de dood dat ze een fout maakt. Ze neemt het risico liever niet dat de juf met rode pen een kruis door haar werk zet, want dat is volgens haar onvergeeflijk. Als het even kan, doet ze pas iets als ze zéker weet dat ze het kan. En als ze het dan heeft laten zien, lijkt ze te denken: ‘zo, nu heb je gezien dat ik het kan, nu ga ik het niet meer doen’. Ik maak me zorgen dat ze hierdoor gaat onderpresteren op school, omdat ze alleen gemakkelijke werkjes kiest die ze 100% zeker weten kan.”

Perfectionisme

Waar perfectionisme ophoudt en faalangst begint, is vaak een dunne scheidslijn. Perfectionisme is een mooie eigenschap. Het is tenslotte prima dat iemand graag goed werk aflevert en nauwkeurig is. Maar als dit ten koste gaat van het welzijn van het kind of het kind wordt belemmerd om dingen te doen die het anders wél zou doen, dan is perfectionisme een probleem geworden. Hoe doorbreek je het patroon? Hoe kun je je kind het vertrouwen in zichzelf geven en het weer onbezorgd de dagelijkse dingen laten doen? Er zijn een aantal tips die ik met jullie wil delen.

 

1. Goeie complimenten

De belangrijkste tip gaat over de manier van aanmoedigen. Complimenteren is een kunst, dat verdient een aparte blog. Voor nu is het belangrijk om te weten dat er een verschil is tussen complimenteren met een waarde-oordeel en complimenteren zonder beoordeling. Een waarde-oordeel gaat vaak over een prestatie. Veel voorkomende complimenten die in het geval van faalangst niet zo handig zijn: ‘goed zo’, ‘wat ben je slim!’, ‘dat kun je heus wel!’, ‘wat een mooi cijfer!’, etc. De waarde-oordelen zijn namelijk vooral prestatiegericht. En dat geeft de impliciete boodschap dat het gaat om de prestatie. Uiteindelijk wil je je kind leren hóe het tot een bepaalde prestatie komt, dus is het heel belangrijk dat de complimenten gaan over de inzet, het proces, de werkhouding van het kind. Houd in gedachten wat het doel is van een compliment: gewenst gedrag laten toenemen. Welk gedrag wil je vaker zien? Hoge cijfers? Of een goede inzet? Waarschijnlijk het laatste. Pas je complimenten daarom aan naar het gedrag wat je benoemt van je kind: ‘wauw, wat doe jij dat met aandacht!’, ‘jij let goed op zeg’, ‘daar neem je even de tijd voor, je wil het graag precies doen zie ik’, ‘je overweegt je antwoorden goed, merk ik’, etc.

2. Gevoelens benoemen

In aanvulling daarop is het belangrijk dat je ook aandacht hebt voor de gevoelens die je kind toont. Het is begrijpelijk dat je je kind zo snel mogelijk wil opvrolijken en oppeppen, maar effectief is het meestal niet. Als kind in de stress zit, neem dit dan serieus door mee te leven: ‘je maakt je zorgen he’, ‘je vind het spannend om iets nieuws te proberen als je nog niet weet of het meteen lukt’, ‘ik zie dat je verdrietig wordt nu je een foutje hebt gemaakt, daar baal je van’, etc. Het benoemen van gevoelens en met meeleven, de gevoelens serieus nemen en erkennen, is essentieel voor het ontwikkelen van een gezonde emotionele stabiliteit.

3. Oplossen is geen oplossing

Houdt in gedachten dat je als ouders niet altijd problemen hoeft op te lossen of te voorkomen. Het meeleven (tip 2) en je kind serieus nemen is vaak al meer dan genoeg. Een kind merkt dat je hem begrijpt en dat het deze gevoelens mag hebben. Doordat je er voor hem bent, heeft het vaak genoeg vertrouwen om alsnog de situatie aan te gaan. Er ontstaat een soort ‘life-line’, omdat je kind weet: ‘mijn moeder weet hoe ik mij voel’. Oplossen van de problemen van je kind is vaak juist niet de oplossing. Op je handen zitten is op de lange termijn beter.

4. Gedachten uitdagen

Als je kind een ster is in doemdenken, van een mug een olifant maakt of het ene blik argumenten na het andere opentrekt vol faalangstgevoelens, dan is het de kunst om uit de discussie te blijven. Nadat je bovenstaande 3 punten hebt gedaan, kun je proberen de gedachtes van je kind uit te dagen. Want, zoals je vaak al door hebt, vaak kloppen die gedachtes helemaal niet. Maar je kind gelooft ze wel. In plaats van overtuigen van zijn ongelijk, kun je daarom beter je kind leren om zelf tot inzicht te laten komen. Dat doe je door steeds kleine zaadjes van twijfel over de waarheid van zijn gedachtes te planten. Die zaadjes plant je, door vragen te stellen aan je kind die hem aan het denken zetten. Bijvoorbeeld: ‘is dat zo?’, ‘klopt het wat je zegt, gaat het echt altijd mis?’, ‘welke keren dat het goed ging vergeet je nu?’, ‘hoe weet je zo zeker dat het zo zal gaan?’, ‘hoe denkt vriendje x hierover?’, ‘als vriendje x dit zou hebben, wat zou jij dan tegen hem zeggen?’, etc.

5. Geef vertrouwen

Als laatste is het fijn als er wat praktische aanpassingen zijn. Zeker om een negatief patroon te doorbreken. Dat is meestal in samenwerking met de ouders en/of leerkracht. Het gaat erom dat je kind weer vertrouwen in zichzelf krijgt. Dat wordt versterkt op het moment dat hij voelt dat de leerkracht en zijn ouders dit vertrouwen in hem stellen. Als omgeving is het dan ook goed om, waar mogelijk, je kind meer verantwoordelijkheden te geven, zodat hij het gevoel krijgt dat hij invloed heeft op hoe dingen gaan. Geef hem bijvoorbeeld keuzes (Welk shirt kies je vandaag, rood of blauw? Wil je vanmiddag liever een tosti of broodje knakworst? Ga je eerst met rekenen beginnen, of met schrijven?). De keuzes zijn niet te groot en de volwassene zet de kaders uit. Dat geeft een gevoel van veiligheid. In het instrueren van een taak, is het fijn als er met een zekere mate van vanzelfsprekendheid en vertrouwen wordt gecommuniceerd: ‘vandaag ga jij deze twee rijtjes maken’, ‘vertel mij maar hoeveel 14×2 is’. Als ezelsbruggetje kun je in je achterhoofd houden dat je de vraagtekens zoveel mogelijk weglaat in je manier van spreken, maar dat je vooral zinnen met een punt maakt. Vragende zinnen roepen namelijk impliciet onzekerheid op: ‘dit is een vraag, hierop bestaat een goed en fout antwoord’. Een zin met een punt geeft deze onzekerheid veelal niet.

Hebben jullie nog meer tips? Laat het vooral weten!

 

Zindelijkheid ’s nachts

Zindelijkheid ’s nachts

Droge luiers in de nachten

Het is een probleem wat er een beetje is ingeslopen. Blijkbaar een familietrek, want het schijnt dat het aan mijn kant van de familie vaak voorkomt: laat zindelijk worden ’s nachts. Inmiddels is Meia ruim 6 en Fosse ruim 4, maar nog geen enkel teken dat ze snel zindelijk worden ’s nachts.

Meia was binnen no time zindelijk overdag. Met 2,5 jaar besloot ze op de wc te plassen, en binnen een week was ze volledig zindelijk. Vrijwel nooit een ongelukje gehad. Fosse is een heel ander verhaal. Zijn koppigheid heeft de zindelijkheid behoorlijk op zich laten wachten, waardoor hij pas tegen zijn 4e jaar zindelijk werd. Maar ’s nachts is toch een heel ander verhaal.

Vast slapen

Al sinds kleins af aan drinkt Meia veel en vaak. Het was bij haar als baby en dreumes daarom eerder regel dan uitzondering dat ze was doorgelekt. Stapels luiers en nieuwe kledingsets gingen mee als we van huis gingen. Fosse drinkt veel minder, hij moet eerder aangespoord worden om genoeg te drinken. Dat verschil merk je in de nachten, helaas. Daar komt bij, dat onze guppen allemaal heel vast slapen, als ze eenmaal slapen. De eerste 4 jaren sliepen ze bijvoorbeeld dwars door al het vuurwerkgeweld heen met oud en nieuw. Als één van hen midden in de nacht ziek wordt, en we met zijn allen bedden aan het verschonen zijn, was aanzetten, een bad laten vullen, etc. slapen de andere kinderen er gewoon dwars doorheen. Je kan een jubal band naast ze laten optreden, ze merken het niet.

Doorlekken

In de eerste jaren nadat Meia overdag zindelijk werd, verwachte ik dat het ’s nachts vanzelf wel zou komen. Ik heb daarom geduldig afgewacht, elke ochtend braaf alle doorgelekte zooi in de was gedaan en bleef de nachtluiers kopen met de wekelijkse boodschappen. Maar omdat ze zóveel plaste, hebben we op een gegeven moment maar besloten dat we haar wakker zouden maken voor wij zelf naar bed gingen. Ik hoopte dat ze dan door gewenning uiteindelijk zélf wakker zou worden rond dat tijdstip om te gaan plassen. Niets blijkt minder waar.

Wakker maken

Tot op de dag van vandaag maken we haar wakker, tillen we haar slapend uit bed, zit ze als een zombie op de wc, doet een plas en slaapt weer verder. Alle kennis over zindelijkheidsontwikkeling ten spijt, bij mijn eigen kinderen lukt het nog niet. Ik wéét dat wakker maken vaak geen zin heeft, maar het scheelt aanzienlijk in het wasgoed. Ik wéét dat ze moeten leren hun eigen signalen te herkennen en hier wakker van te worden. Ik wéét dat dit vaak toch een stukje rijping is. Maar inmiddels krijgt ze de leeftijd dat ze steeds vaker uit logeren gaat, wordt ze ouder en is het niet heel cool meer met een luier te slapen. Ze baalt zelf best wel dat het nog steeds niet lukt.

Zelf wakker worden

’s Ochtends weet ze vaak niet eens meer dat ze er uit is gehaald om te plassen. Omdat ik weet dat het het beste werkt als ze wakker zijn, ben ik zo ook begonnen. En daar strandde het hele voornemen ook direct. Want ze werd gewoon niet wakker! En als ze dan eindelijk zelf uit bed was geklommen, bleef ze zwalkend met ogen dicht staan, en was er geen beweging in te krijgen. Kansloos. Dus hebben we eieren voor ons geld gekozen en brengen we haar maar naar de wc. Wat ze dan plast, scheelt alvast weer. En héél soms lukt het dan de rest van de nacht droog te blijven. Dan is ze supertrots!

Plaswekker

Binnenkort ga ik toch maar eens informeren naar een plaswekker. Ik heb zelf regelmatig cliëntjes gehad met soortgelijke problemen en soms ook geadviseerd tot een plaswekker. Het is vaak het enige dat werkt in deze gevallen. Omdat ze dan direct wakker worden bij de eerste plasdruppels. Op die manier wordt de associatie gelegd: plassen=wakker worden. Ik heb mijn hoop hierop gevestigd, anders zou ik het ook niet meer weten.

Droge luier

Voor Fosse heb ik nog wel meer hoop. Hij is pas later zindelijk geworden overdag, dus ik gun hem nog even de tijd om dat ’s nachts te worden. Hij plast sowieso minder en heeft al af en toe een droge luier. Maar ook hij wordt nog niet wakker als hij moet plassen. Als we hem wakker maken voor wij zelf naar bed gaan, verandert hij in een klein venijnig monster, dat begint te gillen en wild om zich heen trappelt. Van pure sacherijnigheid besluit hij dan, moe als hij is, gewoon dus niet op de wc te gaan. Ook een kansloze zaak voor ons dus.

Zindelijkheid

Wie weet is driemaal scheepsrecht en maakt Signe nog verschil. Ik was in ieder geval van de week al enorm verbaasd toen Signe met haar 1,5 jaar naast de wc haar broek naar beneden begon te trekken, terwijl ze ‘plas, plas’ zei. Ik kon het me haast niet voorstellen, maar toen ik haar vroeg: ‘moet je plassen? wil je op de wc?’ kwam er een zelfverzekerd ‘ja’ van haar kant. Vol verbazing hielp ik haar toen op de wc, waar ze geduldig bleef zitten. Hoewel er niks gebeurde, pakte ze na een tijdje een stukje wc papier en veegde haar billen af! Ik viel om van verbazing, wat een gek gezicht! Niet praten maar wél naar de wc gaan? Dit ritueel herhaalde zich nog een keer of 3 daarna. Reuze interessant vond ze het. Het geeft in ieder geval wat hoop voor de toekomst.