Archief van
Maand: januari 2017

Top 10 opvoedingsvaardigheden

Top 10 opvoedingsvaardigheden

Ouders onder de loep

Een tijdje terug stond er in een tijdschrift een top 10 van opvoedingsvaardigheden. Deze waren in volgorde van belangrijkheid gerangschikt naar aanleiding van een online vragenlijst die is ingevuld door ouders. Hoewel de vaardigheden vrij algemeen zijn, geven ze wel een indruk van waar ouders op kunnen letten in de omgang met hun kinderen. Er is bovendien ook gekeken naar de beste toekomstvoorspellers: hoe meer van onderstaande vaardigheden, hoe beter het over het algemeen gaat met een kind. Bijvoorbeeld qua gezondheid, qua opleiding of welzijn.

Emotioneel betrokken

Een kanttekening bij dit soort onderzoeken vind ik dat het wordt ingevuld door ouders zelf. Er wordt vanuit gegaan dat ouders hun eigen opvoedingsvaardigheden goed kunnen inschatten, terwijl dit naar mijn idee per definitie niet kan, omdat je als ouder te emotioneel betrokken bent bij je kind. Reflecteren op jezelf is dan lastig, want je wilt als ouder niet falen. De ouders van tegenwoordig hebben de lat erg hoog liggen, en zich kwetsbaar opstellen in de opvoeding is zeker geen vanzelfsprekendheid.

Daarom is onderstaand lijstje zeker geen vastliggend regime. Het lijstje is bovendien zó algemeen, dat nog niet duidelijk is wát je dan precies beter wel of niet kunt doen als ouder om een betere band met je kind te krijgen. Om die reden probeer ik hier en daar een toelichting te geven. Soms vragen onderwerpen om een vervolgartikeltje. Ik hoor graag welke informatie jij nog mist.

1. Liefde

Een inkoppertje natuurlijk. Maar daarom niet minder waar. Maar wat is liefde en genegenheid nou precies? Hoe weet je wat goed is voor je kind? Het gaat hier bijvoorbeeld om (veel) lichamelijk contact, knuffelen, samen tijd doorbrengen, genegenheid… Maar er zijn nog veel meer genuanceerde en meer ingewikkelde aspecten van ‘liefde’ waar het hier om gaat. Interessant om een ander keertje op door te borduren.

2. Minder stress

Ja, één van mijn goede voornemens voor 2017. Want ik heb aan den lijven ondervonden hoe vervelend het is om stress in je lijf te hebben en deze mee naar huis te nemen. Mijn gezin is dan ongevraagd de dupe van mijn drukte in mijn hoofd. Het beter leren omgaan met stress is daarom voor mij, en voor alle ouders in het algemeen, een belangrijke vaardigheid als ouder. Dit kan bijvoorbeeld door jezelf ontspanningsoefeningen aan te leren, anders te leren denken of te oefenen met mindfulness, zo zegt het onderzoek. Kalm blijven, is het credo. Maar voordat dát lukt, is het naar mijn idee vooral heel erg belangrijk om de bron van de stress aan te pakken: wat ligt er binnen je mogelijkheden, dat je kunt veranderen? Wat zou er anders gaan op het moment dat je minder stress had? Door een stukje zelfonderzoek, kom je ook bij de oplossing om beter met de stress om te gaan. Het gevoel dat je zélf iets kunt doen aan je situatie, geeft een gevoel van controle, macht, invloed. Dit is het tegengif voor stress, als je het mij vraagt.

3. Goede relatie

Eentje die je misschien niet direct in het lijstje van sterke opvoedingsvaardigheden zou verwachten: een goede relatie hebben met je man/vrouw/partner. Het komt echter uit heel veel onderzoeken naar voren: kinderen zijn loyaal aan beide ouders en houden van hun ouders het allermeest van iedereen ter wereld. Ze willen daarom dat deze belangrijke mensen ook lief voor elkaar zijn. Ruzie tussen ouders, is voor kinderen daarom zeer ingrijpend en beangstigend. Niet voor niets is het stijgende aantal (echt)scheidingen tussen ouders en de echtelijke ruzies in het bijzijn van kinderen zo’n grote zorg. Niet voor niets spreken wij van echtscheidingstrauma’s en vechtscheidingen, waarin kinderen voor hun leven getekend worden door de slechte relatie tussen de ouders. Kinderen willen een sterk ouderpaar, het geeft veiligheid, een veilige haven om naar terug te keren in momenten dat ze steun nodig hebben. Deze mag, in de ogen van kinderen, niet wankelen. Wanneer er woorden zijn, is het daarom goed dit zoveel mogelijk buiten de kinderen te houden. Wanneer dit niet lukt, is het belangrijk de voorbeeldfunctie in acht te nemen die ouders hebben. Wij leren onze kinderen te delen, rekening te houden met elkaar, compromissen te sluiten, op vriendelijke manier te overleggen, het goed te maken als het even mis ging, woorden te gebruiken in plaats van agressie. Houd je daar dan als ouders vooral ook aan.

4. Zelfstandigheid stimuleren

Een waarde die in de opvoeding van onze kinderen ook hoog in het vaandel staat. En wat leuk om terug te lezen dat dit ook een veel gedeelde waarde is bij de meeste ouders, die bovendien ook goed blijkt te zijn voor je kind. Als je aan ouders vraagt “wat is opvoeden”, antwoorden veel mensen ook met iets in de trant van “het tot zelfstandigheid brengen van je kind”. Bijvoorbeeld op school wordt dit ook gestimuleerd, in sommige ‘stromingen’ is het zelfs één van de pijlers van het onderwijs (Dalton, Montessori). Als ouder is er dus niks mis mee om je kind aan te moedigen dingen zelf te proberen en met respect te benaderen in zijn pogingen. Ook al duurt dit vaak (veel) langer of is het één grote troep in je keuken na zo’n poging. In het opgroeien van kinderen kom je in bepaalde fases waarin ook des te meer duidelijk wordt dat je kind een natuurlijke neiging heeft om zelfstandig en autonoom te worden. De peuterpuberteit bijvoorbeeld, waarin ‘zelluf doen’ en ‘ik ben 2 en ik zeg nee’ hoogtij vieren. Ook in de tienertijd oefent je kind steeds meer en vaker met het nemen van verantwoordelijkheid. Aansluiten op deze natuurlijke ontwikkelingsbehoeften, daar doe je dus goed aan als ouder.

5. Opleiding

Dit is een punt, die misschien een wat wrange bijsmaak kan geven. De tigermoms, pushende moeders of ouders die hun eigen wensen op hun kinderen projecteren ten koste van hun kroost… dat zijn bepaald geen charmante voorbeelden van het aanmoedigen in het leren en studeren. Uit dit onderzoek blijkt echter dat het scheppen van alle mogelijkheden om te leren en te studeren en je kind hierin stimuleren, wél een positief effect heeft op zijn welzijn. Waar dit nu precies mee te maken heeft, is mij nog niet geheel duidelijk. Het is wel bekend dat hoger opgeleide ouders over het algemeen minder problemen ervaren binnen de opvoeding. Misschien doordat zij zich meer verdiepen in de opvoedingsvaardigheden. Het is in ieder geval een beschermende factor binnen de opvoeding. Waar ik zelf wél voorstander van ben, is dat je kind, waar mogelijk, de ruimte krijgt voor zelfontplooiing. Om te blijven leren en ontwikkelen, niet om tot prestaties te komen, maar om zélf een gelukkiger mens te worden. Voor mijn gevoel is het dan vooral heel belangrijk dat je als ouder de interesses van je kind serieus neemt en je kind in zijn ontwikkeling volgt. Dat betekent dus ook dat je je kind de kans en gelegenheid geeft om op zijn bek te gaan, om het oneerbiedig uit te drukken. Want alleen op die manier leert het wat het werkelijk wil, leuk vindt, kan, of juist niet. Het betekent ook, dat je als ouder op je handen moet zitten, op je tong moet bijten en jezelf moet inhouden in je impulsen om je kind te beschermen voor tegenslagen, mislukkingen of andere teleurstellingen.

6. Vooruit plannen

Ook eentje die je niet direct in de top 10 zou verwachten. Maar het werken naar je toekomstplaatje, je ideaal, je dromen en de lange termijn blijkt een belangrijke vaardigheid te zijn binnen de opvoeding. Als ouder draag je je steentje bij door in het onderhoud van je kind te voorzien, te sparen voor bijvoorbeeld studie, te zorgen voor stabiliteit in bijvoorbeeld huisvesting en een vast inkomen. En het samen met je kind nadenken over keuzes die je maakt. Dat begint al vroeg, met bijvoorbeeld zakgeld; iedere week opgeven aan snoepjes, of sparen voor een nieuwe radio? Een interessant thema waar soms te weinig bij wordt stil gestaan in onze snelle maatschappij, waarin iedereen gericht is op snel en direct geluk. Uitstel van behoeftebevrediging is voor veel kinderen daarom lastig.

7. Gedrag sturen

Nog een thema die bij mij een wat dubbel gevoel oproept. In de ‘standaard’ opvoedprogramma’s of cursussen staat gedragsverandering bij kinderen altijd op de onderwerpenlijst. Het is gebaseerd op de gedragstherapie, waarin wordt gewerkt met belonen van goed gedrag en negeren of bestraffen van slecht gedrag. Hiermee zou je gedrag kunnen sturen. Bij honden werkt dit inderdaad zo. Maar mensen zijn, sociaal en intelligent als ze zijn, véél complexer dan een simpel ABC schema, waarin er veel meer komt kijken dan alleen maar gedrag sturen. Steeds meer pedagogen komen dan ook terug van deze klassieke conditionering. Ook neuropsychologen, die zich verdiepen in de werking van de hersenen, zien dat er voor gedragsverandering veel meer nodig is. Wat er nodig is, gaat niet zozeer om het gedrag, maar speelt zich bijna altijd af in de relatie tussen ouder en kind, en gaat dus vooral om de communicatie. Ook een onderwerp die vraagt om een extra artikeltje.

8. Gezonde levensstijl

Een leuke, die past binnen de huidige maatschappij met veel aandacht voor gezondheid, voeding en beweging. Dat je zelf als ouder ook een voorbeeldfunctie hebt voor je kinderen, geldt bij dit punt ook weer extra. Als het voor je kind gewoon is dat er groente wordt gegeten, dat er samen aan tafel wordt gegeten, dat er op school aan gruiten wordt gedaan of dat ouders net als zij wekelijks sporten, is de kans dat je kind dit gedrag overneemt heel groot. De omgeving heeft een belangrijke invloed. Ouders die roken, hebben veel grotere kans dat hun kinderen ook gaan roken. Monkey see, monkey do. Tegenwoordig is het goed opletten op wat goed is voor de gezondheid van je kind een hele zoektocht geworden. Als je alleen al naar eten kijkt, zie je als consument soms door de bomen het bos niet meer. Het ‘ik kies bewust’ logo blijkt een wassen neus, rijstwafels blijken schadelijk te zijn voor kinderen en diksap heeft net zoveel suikers als gewone limonade. De vraag waar je goed aan doet, is niet zo eenvoudig te beantwoorden, zo blijkt. Een thema waar ik zeker nog op terug ga komen.

9. Religie

Ja, religie. Ik heb het wel vaker gezien in onderzoeken. Een religieuze of spirituele opvoeding kan zeker bijdragen aan het welzijn van je kind. Waar dat mee heeft te maken? Religie geeft vaak een stukje houvast, het biedt een terugkerende structuur en regelmaat in het leven, en kan zorgen voor zingeving en acceptatie van situaties waarover je bijvoorbeeld geen controle hebt. Ook als je niet religieus bent, kan spiritualiteit dezelfde effecten op het welzijn van je kind geven. Hoe je dat kunt toepassen in de opvoeding? Dat antwoord moet ik je schuldig blijven, maar misschien een leuk idee voor een gastblog van iemand die hier wél ervaring mee heeft?

10. Veiligheid

Safety first. Vooral in Amerika een (doorgeslagen) waarde, met een grote keerzijde. Teveel bezorgdheid kan benauwend en verstikkend werken. Het ontneemt je kind de kans fouten te maken en zelfstandigheid te ontwikkelen (zie punt 4). De overbezorgdheid zorgt doorgaans juist voor een slechtere relatie tussen ouder en kind, waarbij kinderen hun ouders zelfs als hypocriet ervaren en zich niet houden aan de aangeleerde veiligheidsmaatregelen. Maar niet voor niks staat veiligheid toch in de top 10 van opvoedingsvaardigheden. Want het nastreven van voldoende veiligheid voor je kind leidt namelijk tot goede gezondheid en het veilige gevoel bij je kind dat het de moeite waard is om naar om te kijken. Je kind merkt dat je als ouder een oogje in het zeil houdt, dat het je raakt als er iets aan de hand is met je kind. En door op te letten in de ontwikkeling van je kind, kun je (grote) problemen voorkomen, wanneer je kind bijvoorbeeld gevaren over het hoofd ziet of onvoldoende zelf in kan schatten.

Opvoeden kun je leren

Nu noemde ik al dat er wordt veronderstelt dat hoger opgeleide ouders zich meer verdiepen in opvoedingsvaardigheden. Het goede nieuws is echter dat eigenlijk elke ouder beter kan worden in verschillende opvoedingsvaardigheden. Sommige ouders zijn een natuurtalent, die hebben al zo’n goede basis van huis uit meegekregen, dat zij deze met gemak kunnen doorgeven aan hun eigen kinderen. En dan gaat het niet over opleidingsniveau, maar vooral over de emotionele ontwikkeling, over elementaire zaken als hechting en een goede ouder-kind relatie. Niet voor alle ouders is dat een gegeven. Dan is het fijn om te weten dat je wél kunt werken aan liefde, een goede communicatie of vergroten van zelfstandigheid. Want zo blijkt dat ouders die bijvoorbeeld een cursus hebben gevolgd of zich via therapie in de opvoeding hebben verdiept, betere resultaten hebben in de opvoeding van hun kleintjes.

 

Sporten van jongs af aan

Sporten van jongs af aan

Turnen met 2 jaar

Meia zit op turnen. Al sinds haar 2e jaar. En als ik het zo opschrijf denk ik ook direct: jemig, was dat nodig, zo vroeg? Ik zal uitleggen hoe dat is gegroeid. Ik schreef al eerder over haar tomeloze energie en onze zoektocht om dat in goede banen te leiden. Zo kwamen we struinend op het internet uiteindelijk bij peuter/kleutergym. De officiële startleeftijd was 3 jaar, maar ik waagde en gokje en vroeg of ze een keertje op proef mocht komen. Zo gezegd, zo gedaan en de week daarop zat ik in een gymzaal te kijken naar mijn kleine wervelwind, die met een big smile over de tumble baan sprong en aan de ringen slingerde. Het was een feest. Voor haar om te doen, maar ook voor mij om er naar te kijken. Om te zien hoe ze genoot, hoe ze helemaal haar ei kwijt kon.

Peuter/kleutergym

Ik wist het toen nog niet, maar het was de start van een fanatieke hobby. De peuter/kleutergym mag nog niet de naam turnen hebben natuurlijk. Het is een horde kleintjes die gaan klimmen en klauteren en in kleinere groepjes verschillende oefeningen doen. Toch wordt er ongemerkt veel geleerd. Dat werd direct de eerste keer duidelijk, toen Meia doodleuk vooraan de rij aansloot of halverwege het springkussen er weer op klom. Ze had geen notie van ‘op je beurt wachten’, ‘in de rij staan’, of ‘achteraan aansluiten’. Het hele ‘rekening houden met elkaar’ was natuurlijk nog volop in ontwikkeling met haar 2 jaar. De gymlessen droegen daar ongemerkt erg aan bij.

Zelfvertrouwen

Meia vond de gymlessen zó leuk, dat ze eigenlijk wat vaker zou willen gaan. Toevallig is een vriendin van mij ook trainer bij deze vereniging en had zij op dat moment ruimte in haar lessen. Ze stelde voor om Meia daar mee te laten doen. Meia was op dat moment bijna 4 jaar, maar de lessen waren eigenlijk vanaf 6 jaar. Omdat ze het toch graag wilde proberen, ben ik de eerste paar keren meegegaan. En algauw kreeg ze de smaak te pakken. Als jongste van die groep, werd ze in de watten gelegd door de andere meisjes en leiding, en bouwde ze zelfvertrouwen op om met de oefeningen mee te doen. Na een paar maanden merkte ik zelfs dat Meia deze lessen leuker vond dan de peuter/kleutergym.

Turntalentjes

Toen Meia een tijdje bezig was met de lessen bij mijn vriendin, kwam er een oproep voor alle meisjes uit het geboortejaar van Meia, om een zaterdagochtend te gymmen. Dit werd georganiseerd vanuit de kweekvijver, een soort overkoepelende vereniging van alle gymverenigingen uit Dordrecht. Ik kende het hele bestaan toen nog niet, maar zij houden zich bezig met het opleiden van jonge turntalentjes. De genoemde ochtend wordt jaarlijks georganiseerd om nieuwe turntalentjes te vinden.

Jury

Omdat ik wist dat Meia het leuk vond om lekker bezig te zijn, besloot ik haar op te geven. Op dat moment was ik hoogzwanger van Signe, dus ik had de tijd om die ochtend te blijven kijken. En dat was genieten: het was een goed georganiseerde ochtend, waarbij de kinderen met verschillende oefeningen aan de gang mochten. Het had ook direct iets officieels, want overal stonden juryleden driftig te schrijven. Ik verbaasde me toen al over het fanatisme dat onder sommige ouders heersten. Zo hoorde ik een ouder verkondigen dat sommigen echt geen turnlijf hadden of over de grote beloftes die haar dochter zou verkondigden.

Bewegen voor je plezier

Ik kan er alleen maar om grinniken. Vanaf moment 1 hebben we een sport gekozen omdat we voelden dat ons kind hier behoefte aan had. Haar plezier in het bewegen en de sport was en is daarom altijd leidend voor eventuele beslissingen hierin. Soms vind ik het jammer dat ouders hun eigen behoeftes, wensen of verwachtingen onvoldoende kunnen loskoppelen van die van hun kroost. Aan het einde van deze sportochtend werd voor alle meisjes geapplaudisseerd, en na beraad van de jury, kregen alle meisjes een envelop mee. Hierin stond of het kind werd uitgenodigd om 3x op proef mee te trainen met de kweekvijver.

Uitgekozen

Pas op dát moment dacht ik na over de eventuele gevolgen. Meia sportte nu tweemaal per week, wat ik al best veel vond voor een vierjarige. Als ze zou worden uitgenodigd, mocht ze bij de kweekvijver op proef 2 uur per week meetrainen. Dat zou sowieso teveel zijn. Ze moest tenslotte ook nog kunnen afspreken met vriendjes en gewoon lekker kunnen spelen en ontspannen. Ik wist dat er maar weinig kindjes werden uitgekozen, dus ik was behoorlijk overrompeld toen Meia inderdaad mocht komen meetrainen! Direct worstelde ik met de vraag: hoe breng ik dit over?

Geen prestatiedruk

Ik had over die ochtend enkel gezegd dat ze een keertje extra mocht trainen, voor de lol. Ik besloot er het volgende over te zeggen: ‘Meia, ze zagen dat je zoveel plezier had in het gymmen en daarom mag je, als je wilt, ook nog 3 keer komen om te kijken of je het leuk genoeg vindt om daar mee te doen’. Heel bewust heb ik altijd het prestatiestuk eruit gelaten, omdat ik wil dat ze het alleen doet omdat zij het wil, omdat ze het leuk vindt. Daarom benadruk ik alleen maar haar inzet en plezier, omdat ik weet dat opmerkingen als ‘goed je best doen’ bij haar alleen maar leiden tot onzekerheid en bovendien niks uithalen: als ze het leuk vindt, doet ze toch al haar best.

Proeftrainingen

Ze reageerde enthousiast op de uitnodiging en we besloten de gok te wagen. Wie weet zou de vereniging na 3x toch besluiten niet door te gaan en was er niks veranderd. Maar na de 3x trainen werden wij als ouders op gesprek gevraagd. De leiding vertelden dat ze onze kinderen graag officieel lid wilden laten worden en er werd ook uitgelegd wat dit precies inhield.

Consequenties

De kweekvijver is van de VSGD (Vereniging Samenwerkende Gymverenigingen Dordrecht), en duurt maximaal 2 jaar. In eerste instantie zijn de trainingen 1x per week, maar wel 2 uur achter elkaar. Elk halfjaar worden de ouders op gesprek gevraagd en wordt geëvalueerd hoe het kind het doet en of het door mag of niet. Ook wordt gekeken of het kind in aanmerking komt om eventueel 2x per week 2u te trainen. Na het tweede jaar wordt uiteindelijk een advies uitgebracht voor een vervolg. Hierbinnen zijn veel verschillende mogelijkheden. Er wordt gekeken naar de specifieke sterke kanten van het kind, en wat daarbij aansluit. Zo kan bij het ene kind gedacht worden aan ritmisch gym, of bij een ander kind aan springen. Er wordt ook gekeken naar het niveau: sommige kinderen mogen mee gaan trainen bij de selectie van een vereniging, en een enkeling mag in de Dordtse selectie. Dit laatste is de hoogst mogelijke uitkomst en heeft naar mijn idee wel ingrijpende consequenties voor het kind (en het gezin). Want hierin wordt namelijk getraind voor het nationaal niveau. In de turnhal waar je ukkies trainen, trainen dan ook oudere dames, waar dus zomaar een Nederlands kampioene tussen kan zitten.

Kijkdagen en gesprekjes

Intussen zit Meia nu in haar tweede jaar bij de kweekvijver en traint ze 2x 2 uur per week. Toen ze begon bij de kweekvijver, hebben we dan ook de andere turnlessen opgezegd, om ook tijd vrij te houden voor andere dingen. Eens in de zoveel tijd zijn er kijkdagen, waarop ouders, brusjes, familie en vrienden mogen kijken naar de vorderingen tot nu toe. Het is heerlijk om te zien hoe enthousiast en serieus al die kleintjes met hun sport bezig zijn. En iedere keer zie je weer nieuwe dingen. De gesprekjes met de ouders volgen vaak in diezelfde periode. En in één van de gesprekjes legde de trainster een keer uit wat het volgen van de trainingen betekent voor de ontwikkeling van de kinderen, wat me erg aan het denken zette.

Waar doe je goed aan?

Natuurlijk twijfelen wij ook wel eens of we er wel goed aan doen om Meia zo veel en vaak te laten trainen op haar jonge leeftijd. Aan de andere kant vindt zij hier het plezier, kan zij haar energie kwijt, krijgt ze uitdaging en dat brengt haar uiteindelijk veel rust. Maar er wordt aan nog veel meer vaardigheden gewerkt, vertelde de trainster. Het schijnt dat turnen één van de meest effectieve sporten is: het wordt wel eens de moeder van alle sporten genoemd, omdat alles wat je met turnen leert, ook van pas komt in andere sporten. Stel nou dat ons kind uiteindelijk een andere sport wil doen, dan heeft het dus al een voordeel dat het bepaalde basishoudingen of bewegingen kan uitvoeren en dus makkelijker kan invoegen.

Stukje opvoeding

Maar er was nog iets veel belangrijkers wat de trainster aan de orde liet komen. Het vele sporten betekent dat ze elke week 4 uur in de gymzaal staat. De trainster gaf aan dat de trainers daarmee ook een deel van de opvoeding op zich nemen en dat uitwisseling tussen trainer en ouders van belang is om het kind lekker in zijn vel te laten zitten. Daar kan ik helemaal achterstaan en ik vind het prettig dat de vereniging ook die verantwoordelijkheid wil nemen. Ze benadrukte dat het belangrijk is elkaar op de hoogte te houden van de gebeurtenissen in het dagelijks leven, omdat dit wellicht invloed kan hebben op het sporten. Andersom zorgen zij ervoor dat er gewerkt wordt aan hele belangrijke vaardigheden zoals rekening houden met elkaar, samenwerken, doorzettingsvermogen, zorg dragen voor de spullen (samen opruimen), etc. Zo krijgen de kinderen bijvoorbeeld stickers of plaatjes wanneer zij een oefening onder de knie hebben of worden zij eens in de zoveel tijd in het zonnetje gezet.

Doelgericht

Als ik terugkijk op de afgelopen jaren, kan ik wel stellen dat Meia echt sportief is en niet zonder bewegen kan. Ze geniet ook heel erg van de gymlessen op school en bijvoorbeeld buiten spelen. In de periode dat ze bij de kweekvijver zit, is ze doelgericht geworden. Ze heeft geleerd dat ze ergens voor moet oefenen om iets te kunnen. Zo heeft ze intussen de handstand en de radslag onder de knie, waar ze hard voor heeft geoefend. Nu wil ze graag de split en spagaat kunnen en is ze trots op haar eigen prestaties. Ze heeft ook echt haar voorkeuren ontwikkeld: met name de toestellen waar ze haar armen kan gebruiken zijn favoriet. Zoals de touwen, de brug en de ringen.

Sterke en minder sterke kanten

Laatst hadden we weer een gesprekje. Meia mag door met trainen, en heeft intussen zichtbare sterke en minder sterke kanten. Zo vertelden de trainsters dat sommige kinderen een natuurlijke lenigheid hebben. Meia heeft die niet (dat heeft ze vast van mij). Haar sterke kant is juist haar kracht: zonder voeten te gebruiken in een touw omhoog klimmen, dat kan ze bijvoorbeeld. Ik ben benieuwd hoe ze zich verder zal ontwikkelen en welk advies zij uiteindelijk zal krijgen. Maar het is nu al te zien welke voordelen zij heeft door o.a. die krachtontwikkeling: de zwemles verloopt vlot, en ze heeft ook flink uithoudingsvermogen.

Volgen in ontwikkeling

Ongeacht hoe het loopt en wat Meia wil, we blijven haar volgen in haar ontwikkeling en interesse, zoals we dat ook doen bij onze andere twee guppen, die daarin weer heel anders zijn. We bekijken steeds per keer waar ze staat en wat de opties zijn. Proberen kan altijd, zolang ze dat wil. Het enige lastige vind ik dat we mogelijk beslissingen moeten nemen die zij niet goed kan overzien. Maar dat zien we dan wel weer. We keep you posted!

 

Toename in psychische problemen

Toename in psychische problemen

Zorgen over de toekomst

Niet om melodramatisch te gaan doen, maar ik wil toch iets van mijn hart. Ik maak me zorgen over de ontwikkelingen binnen onze maatschappij en de effecten ervan op de psychische gezondheid van kinderen en jongeren. Er is sinds 2015 een nieuwe jeugdwet, waardoor de psychische zorg voor kinderen en jeugd niet meer via zorgverzekeraars loopt, maar wordt geregeld via de gemeente. Sindsdien worden eigenlijk overal noodklokken geluid. Dat is niet zo gek: er bestond een systeem dat door de jaren heen steeds verder is ontwikkeld, en redelijk liep. En ineens wordt dan binnen no-time alles op zijn kop gegooid, en wordt er zogezegd een nieuw wiel uitgevonden. Maar helaas eentje die niet goed rolt, zo blijkt.

Meer jongeren met problemen

Naast alle administratieve rompslomp, onzekerheden en onduidelijkheden die de nieuwe jeugdwet met zich meebrengt, is er bovendien nog een andere ontwikkeling gaande. Die tweede ontwikkeling loopt eigenlijk parallel aan de eerste, maar dan wereldwijd. Er is namelijk een toename in psychische problemen bij kinderen en jongeren. Zelfs zo erg, dat de Wereldgezondheidsorganisatie spreekt van een epidemie. Deze trend zet zich voort, wat betekent dat er steeds meer kinderen en jongeren psychische zorg nodig hebben, ook in Nederland. Daarom is het des te frustrerender voor ons als hulpverleners, dat er op deze hulp wordt bezuinigd. En niet zo’n beetje ook.

Gevolgen van de nieuwe jeugdwet

Zo wordt ons budget van 2017 maar liefst 11,5% minder dan die van 2016. En dat, terwijl er steeds meer mensen hulp nodig hebben. Bovendien gaat heel veel tijd op aan het eindelijk aanleveren van cijfers, je werkzaamheden verantwoorden en controleren of deze processen goed lopen (helaas gaat nog het te vaak mis), waardoor er minder tijd over blijft om cliënten te zien. Het voelt daarom ontzettend dubbel, dat je als praktijk groeit en populair bent, dat er steeds meer aanmeldingen blijven komen, maar dat je aan de andere kant weet: we kunnen niet iedereen helpen, want straks is het geld op, en dan?

Geen geld door bezuinigingen

Het gaat rechtstreeks tegen onze visie als hulpverleners in: je hebt dit vak geleerd om anderen te helpen. Ik ben van mening dat iedereen recht heeft op psychische hulp, dat hierin geen drempel mag zijn. Want uiteindelijk heeft de hele maatschappij baat bij psychisch gezonde mensen. Maar die drempel wordt wel opgegooid nu. We worden min of meer gedwongen een wachtlijst te maken, omdat er teveel werk is voor te weinig mensen. Er is werk zat, maar geen geld om het te vergoeden. Dat wringt.

Epidemie van psychische problemen

En als je dan de cijfers van de World Health Organisation (WHO) leest, dan kan ik me daar nog bozer om maken. Waarom wordt door de maatschappij deze negatieve trend bevorderd? Ik snap dat er bezuinigd moet worden, maar waarom wordt er geen rekening gehouden met effecten op de lange termijn? Ongeveer 30% van de jongeren (15-30 jaar) wereldwijd heeft namelijk psychische problemen. Hiervan komen verslavingen het meeste voor (15 tot 20%), maar ook depressies (10 tot 15%) en allerlei angststoornissen (5 tot 15%). Ook heeft 2-5% een eetstoornis en 2-3% een borderline persoonlijkheidsstoornis.

Niet kunnen voldoen aan verwachtingen

Van de jongeren tussen de 14 en 25 jaar geeft zo’n 60% aan dat ze zich slecht voelen, omdat ze denken niet aan andermans verwachtingen te kunnen voldoen. En 1 op de 3 van de jongeren heeft het gevoel dat ze hun problemen niet aan kunnen. Daar schrik ik van! Dit geeft de noodzaak aan voor tijdige hulp, voordat de problemen steeds ernstiger en hardnekkiger worden. En duurder dus, bovendien.

Langer wachten met aanmelden

En dat ze steeds ernstiger worden, merk ik ook in de aanmeldingen. Sinds de crisis wachten mensen sowieso al langer met aanmelden van hun kinderen, uit angst dat het hen geld kost. Maar ook sinds de nieuwe jeugdwet was er wat huivering, omdat het vaak nog onduidelijk was. Als ouders hun kroost dan uiteindelijk hadden aangemeld, waren de problemen in veel gevallen al vergevorderd. Daardoor is naar mijn idee het werk ook zwaarder geworden. Dat wordt nu extra puzzelen, omdat je gebonden bent aan een beperkte tijd dat je mag behandelen.

Meer zelfmoord onder jongeren

Als je bijvoorbeeld kijkt naar zelfmoord, dan zie je ook in de suïcidecijfers een toenemende trend. In België is het zelfs de belangrijkste doodsoorzaak onder jongeren tussen de 15 en 24 jaar. Jongeren doen meer dan anderen pogingen om zich van het leven te beroven: 10% van de 18-jarigen zegt dit al vaker te hebben overwogen. Bij meisjes is dit zelfs 20%.

Rollen om te vervullen

Het heeft ook te maken met de maatschappij van nu, de omgevingsfactoren waar jongeren mee te dealen hebben, zogezegd. Ik merk het zelf ook: er worden veel verwachtingen aan je gesteld en het is soms koorddansen en tegelijk jongleren om alle ballen hoog te houden.  Je moet tegenwoordig, meer dan ooit, zoveel rollen vervullen: binnen de familie, vriendenkring, je werk, studie, spiritueel, cultureel… Voor een jongere die nog zo kwetsbaar is, en midden in zijn ontwikkeling zit, is dit moeilijker dan voor wie dan ook.

Hogere verwachtingen

Die rollen die we als mens moeten vervullen, komen door de verwachtingen van anderen. En die verwachtingen zijn steeds hoger geworden, bijvoorbeeld voor het succesvol zijn op school en in je opleiding. De verwachtingen doen bovendien nog iets schrijnenders: we streven met z’n allen steeds meer naar individualiteit, naar eigen succes, naar status, een hoger salaris en meer spullen. Hiermee wordt direct narcisme in de hand gewerkt, en aan de andere kant de intrinsieke motivatie afgekalfd. Hoe mooi zou het zijn, als je als jongere gewoon een opleiding kiest omdat je echt passie hebt voor het werk? Hoe fijn zou het zijn als de omgeving daarin kon aanmoedigen, zonder hierin te oordelen? Helaas blijkt dat dus steeds minder voor te komen.

Hersenontwikkeling in puberteit

In de puberteit, vanaf een jaar of 11, tot een jaar of 25-30, zijn de hersenen in volle vaart aan het ontwikkelen. Niet voor niks is dit voor jongeren en hun omgeving een pittige tijd. De snelle hersenontwikkeling wordt bovendien sterk beïnvloedt door de ervaringen die jongeren opdoen in hun omgeving, zoals met vrienden of hun ouders. En de verschillende hersenfuncties ontwikkelen zich grillig en niet tegelijkertijd. Dat tieners lekker uit de pan schieten is dan ook niet meer dan normaal.

Executieve functies

Zo is het emotionele gebied in de hersenen, het limbisch systeem, eerder ‘klaar’ dan de pre-frontale cortex (weet je nog? Die van de executieve functies). Voor je nu aan je hoofd krabbend en met lege blik afhaakt: de vaardigheden zoals op de lange termijn kijken, bedachtzaamheid, plannen, organiseren, timemanagement, reflecteren op jezelf en jezelf onder controle houden zijn voorbeelden van die executieve functies. Maar die beginnen zich dus pas rond je 15e te ontwikkelen, wat betekent dat jongeren emotioneel gezien als het ware ‘op scherp’ staan: er hoeft maar iets te gebeuren, of er is een kwetsbaarheid ontstaan…

Gezonde emotieregulatie

Niet gek dus, dat ik het gros van de tijd in behandelingen bezig ben met het bevorderen van een gezonde emotieregulatie bij deze leeftijd. Jongeren hebben nog de afhankelijkheid van hun omgeving, omdat zij zelf de vermogens missen om met hun ingewikkelde emoties om te gaan. En omdat het wel een essentiële vaardigheid is om tot een stabiel en evenwichtig persoon op te groeien, besteedt ik hier veel tijd aan.

Stress leidt tot schade

Jongeren willen voldoen aan al die eerder genoemde verwachtingen, net als volwassenen trouwens. Maar kinderen zijn nog een stuk loyaler hierin, en kunnen door te hoge verwachtingen veel stress ervaren. En laat stress nou precies hetgeen zijn wat je niet kunt gebruiken in deze tijd, als de hersenen zich zo drastisch ontwikkelen. Want teveel stress leidt simpelweg tot hersenschade. Ook de kans op gevoelens van faalangst en perfectionisme nemen dan toe, wat ervoor kan zorgen dat jongeren in een isolement raken of falen in hun werk. Niet voor niets zijn de werkloosheidscijfers onder jongeren zo hoog.

Risicofactoren in de leefstijl

Ik ben nog niet klaar hoor, helaas. Want het zijn niet alleen kwetsbaarheden door de hersenontwikkeling en de verwachtingen vanuit de omgeving, het is ook de totale leefstijl die zo erg is veranderd de afgelopen jaren, dat de gevolgen daarvan nu pas steeds duidelijker worden. Even een paar voor de hand liggende, maar daarom niet minder belangrijk:

  • Er wordt steeds slechter gegeten, dus ook door jongeren. Het is sowieso bekend dat zij in de puberteit een natuurlijke behoefte hebben aan meer vet (voor de ontwikkeling van de hersenen). Helaas speelt de voedselindustrie niet in op wat gezond is voor mensen, maar op wat er geld oplevert. In plaats van de broodnodige omega 3 en omega 6 vetzuren, eten de meeste jongeren dus de schadelijke vetten in o.a. fastfood en de meeste etenswaren uit pakjes of zakjes.
  • Hetzelfde geldt voor suikers: in steeds meer voedselproducten zit suiker. Deze geven insulinepieken en dips in de bloedsuikerspiegel, waardoor jongeren opnieuw gaan eten. Uiteindelijk leidt dit tot o.a. obesitas, maar de suikerpieken geven ook ontstekingen in de hersenen, waardoor klachten ontstaan zoals slechte concentratie, geheugenproblemen, prikkelbaarheid, meer angst en impulsiviteit.
  • Niemand kijkt nog gek op als een ouder vertelt dat zijn 16-jarige zoon tot diep in de nacht aan het gamen is. Het is intussen bijna normaal geworden dat jongeren laat naar bed gaan. In zekere zin is dat ook zo: ze hebben pas later afgifte van het inslaaphormoon melatonine, en daardoor biologisch gezien een heel ander slaapritme. Helaas dwingt het schoolsysteem ze om op tijd op te staan, wat dus leidt tot een slaaptekort in zo’n 50-70% van de jongeren. Ook slaaptekort leidt tot klachten zoals meer angst, prikkelbaarheid, concentratieproblemen, slechtere cijfers en meer impulsief gedrag. Op de lange termijn raak je door het slaapgebrek gedemotiveerd en heb je een veel hogere kans op depressie.
  • Nog een inkoppertje: jongeren sporten steeds minder. Zo’n 40% (dus bijna de helft!) van de mensen sport niet of nauwelijks. Ernstig, want niet sporten vergroot de kans op depressie met maar liefst 25%!
  • Een probleem van deze tijd: cyberpesten, problemen via social media, waar veel jongeren worden geïntimideerd. Dit blijken belangrijke triggers voor ontwikkeling van psychische problemen.

Veerkracht als bescherming

Zo lezend lijkt het toch bijna een wonder dat er nog jongeren zijn die ‘goed gelukt’ zijn. Door mijn werk heb ik wellicht ook een wat vertekend beeld van de realiteit (dat hoop ik althans). Hoewel ik ook regelmatig jongeren tegenkom, die zo krachtig zijn en waarbij het een wonder is dat zij zich staande kunnen houden, ondanks alles wat zij meemaken. Dat is de veerkracht, die sommigen van ons hebben. En natuurlijk betekenen alle ontwikkelingen binnen de zorg en de bovengenoemde zaken niet dat een jongere automatisch psychische problemen krijgt. Het zijn risicofactoren. Hoe meer hiervan aanwezig zijn, hoe meer kans op problemen.

Triggers en risico’s

Zoals bij volwassenen ook vaak het geval is, is er vaak een trigger, waardoor er ineens problemen ontstaan. Denk aan een ingrijpende gebeurtenis, scheidende ouders, verraden worden door vrienden, een overlijden van een dierbaar iemand… Tot die tijd leek alles goed te gaan, maar na zo’n gebeurtenis komen ineens klachten naar voren. Maar nog steeds komen de meeste jongeren zonder al te veel kleerscheuren door deze periode. Maar, en dat is dus mijn zorg, dat worden er naar verhouding dus wel steeds minder.

Bezorgdheid

En hoe is het dan in vredesnaam mogelijk dat hier op wordt bezuinigd? Een gezond opgroeiende jongere is een investering in de toekomst, die, als het goed functioneert, de maatschappij juist veel oplevert. Het is vanuit die optiek voor mij onbegrijpelijk dat ik nu tegen mensen zou moeten zeggen: nog even geduld, ik heb geen plek, geen tijd voor u, geen geld om je probleem te behandelen. Om mensen naar huis te sturen, op het moment dat zij die belangrijke stap hebben genomen om te bellen. Vaak na zo lang overwegen, even aankijken, doormodderen, nog eens proberen. Tot het genoeg was, tot het niet langer ging, tot de nood te hoog werd. Ik ben bang dat wij mensen uit beeld verliezen, dat ze tussen de mazen van het net glippen, omdat er niet direct op de hulpvraag van mensen kan worden ingespeeld. En als ik dan de bezorgde berichten lees van de WHO wordt deze bezorgdheid alleen maar bevestigd.

Visie vasthouden

Hoe klein we ook zijn, als kleine vrijgevestigde, we houden onze visie hoog en blijven handelen naar ons geweten, proberen waar we kunnen de invloed uit te oefenen. Het is een spanningsveld, eentje waarin ik soms overwerkt raak en mezelf streng moet toespreken me niet gek te laten maken. Mijn supervisor van de opleiding symbooldrama zei al jaren tegen ons: laat je niet gek maken, blijf gewoon je werk doen. En mijn werk, dat is mensen helpen bij hun psychische problemen. Dus dat doe ik.

De betekenis van mijn werk

De betekenis van mijn werk

De kersen op de taart

Af en toe vragen mensen mij: is het niet zwaar, je werk? Je hoort soms de meest verschrikkelijke dingen… neem je die dan niet mee naar huis? En op beide vragen kan ik met ja antwoorden. Ja, het is zwaar werk. Het is geen werk waarin je na een paar uurtjes inspanning even op halve kracht kan draaien. Elke cliënt heeft tenslotte recht op een goede therapeut. En voor elke cliënt zet ik me in. Dat is pittig.

Hard werken

Soms tolt mijn hoofd na een paar afspraken achter elkaar. Soms moet ik tussendoor even een minuutje op adem komen, voor ik een volgend gesprek in ga. Soms is een gesprek simpelweg keihard werken, omdat bijvoorbeeld de motivatie van een cliënt nog onvoldoende is, of omdat je zo graag iets duidelijk wil maken tijdens een gezinsgesprek, of omdat je slecht nieuws moet brengen en opvangen in een gesprek.

Parkeren van problemen

En ja, er spelen soms verschrikkelijke dingen. Mensen die zo ongelooflijk veel pech hebben in hun leven, alsof er niks goed mag gaan. Mensen waarvan een kindje is overleden, verschrikkelijke echtscheidingsdrama’s, complete systemen die zo vast zitten dat ze het zelf niet meer zien en verandering soms onmogelijk lijkt. Cliënten die zó somber zijn, dat ze het leven niet meer zien zitten. Natuurlijk neem je dat mee naar huis, ik ben ook niet van ijs. Maar na een lange fietstocht terug naar huis, een avondje sporten of een extra lang voorleesmoment met mijn eigen kinderen kan ik het wel even parkeren. Want in de tijd dat ik niet werk, kan ik tenslotte ook geen wonderen verrichten. Dat helpt relativeren.

Vlotte behandelingen

Er zijn ook behandeling die gemakkelijk lopen. Dat je tijdens deze contacten even mee kan lachen met de cliënt, en daarmee in feite ook zelf weer kan opladen. Ik heb dat vaak met jonge pubers, de laatste jaren van de basisschool en eerste jaren van de middelbare school. Fantastische leeftijd om mee te werken vind ik dat, vaak hebben deze kinderen zoveel humor! Samen zoeken we dan muziek op, of de nieuwste playstation game die ze hebben gekocht. Het feit dat je daar als therapeut over mee kan praten, is vaak een aangename verrassing voor ze. Ook het feit dat ik niet oordeel over bijvoorbeeld hoe ze over huiswerk maken denken, vuurwerk afsteken of laat naar bed gaan, is een hele geruststelling voor ze. Ik werk tenslotte vooral aan een beter welzijn en hun eigen hulpvragen.

Luchtigheid in de behandeling

Zo was er een jongen van een jaar of 12. Hij werd aangemeld met concentratieproblemen, problemen in het controleren van zijn boosheid en ook somberheid. Niet zo lang geleden heeft hij zijn moeder verloren aan kanker. Het gedrag bleek dan ook vooral te maken te hebben met rouw om zijn moeder. De behandeling was, ondanks de verdrietige gebeurtenis, een hele fijne samenwerking met veel lol en luchtigheid. Ik had bewondering voor zijn sterke persoonlijkheid, zo jong als hij was. Dat hij intelligent was kon je direct merken, hij dacht goed na over zichzelf en hoe zijn gedrag kon worden verklaard.

Verbetering tijdens behandeling

Gaandeweg kwamen er heel veel onderwerpen aan de orde. Natuurlijk het verwerken van het verlies van zijn moeder, maar ook de oorzaken van de boosheid, die ingewikkelder bleken te zijn dan hij vooraf had ingeschat. Maar de behandeling sloeg goed aan, het ging langzaam beter met hem, cijfers gingen omhoog, hij had minder agressieve uitbarstingen en kon beter over zijn kwetsbaarheden praten. Na een tijd bouwden we de frequentie van afspraken af, tot het nog maar eens in de 6 tot 8 weken was. Een van de laatste keren dat ik hem zag, was hij veranderd: een zelfverzekerde jongen, met meer innerlijke rust. Hij was gaan trainen, wat hem goed deed, het gaf hem zelfvertrouwen en hij kon zijn energie kaderen. We besloten de behandeling af te ronden, want ik had er alle vertrouwen in dat hij het verder zonder mij af kon. Ik schudde handen met hem en zijn vader, maakten nog een paar laatste grappen en zwaaide ze met een grijns uit.

“Volgende cliënt”

Inmiddels was ik alweer een paar weken, zo niet maanden, verder en met mijn hoofd volop bezig met de nieuwe cliënten. Als je iemand afsluit, heb je maar weinig tijd om stil te staan bij hoe het verder zou gaan. Er dienen zich namelijk direct weer nieuwe mensen aan met acute hulpvragen. Maar heel soms doet zich een gebeurtenis voor, die je dwingt tot reflectie, die je dwingt stil te staan bij het proces wat een cliënt heeft doorgemaakt. En wat dat betekent voor die cliënt, maar ook voor zijn omgeving.

Persoonlijk bedankje

Zo had ik net het laatste telefoontje gepleegd en was ik mijn jas al aan het aantrekken om op de fiets naar huis te stappen, toen ik ineens de vader van de eerder genoemde cliënt naar binnen zag komen. Hij had een pakket bij zich en natuurlijk vroeg ik mij direct af wat de reden van zijn bezoek was. Hij overhandigde vervolgens het pakket aan mij, als dank voor de goede zorgen. Het ging nu goed met zijn zoon, wat hem als ouder ook veel goed deed. Ik was ontroerd, want het bedankcadeau wat hij me gaf, betrof een zeer persoonlijk geschenk van zijn overleden vrouw, met begeleidende brief. Ik was er stil van. Het gebeurt wel eens dat cliënten je verrassen met een gebakje, een knutselwerk of tekening, maar nooit eerder kreeg ik zo’n persoonlijk cadeau. Het zijn de kersen op de taart van ons werk. Zoals hij verwoorde: ‘je kan wel zeggen dat je gewoon je werk maar doet, maar voor ons betekent het veel meer’.  En hij heeft gelijk, want dat is uiteindelijk ook de reden waarom ik voor mijn werk heb gekozen.

Betekenis van de hulp

Die avond bekeek ik het geschenk eens goed. Ik vond het ergens ook best spannend, want door het goed te bekijken, werd ik nog sterker deelgenoot van wie het gezin oorspronkelijk was. Maar ik vond het mooi en waardevol, het verhaal van de behandeling kreeg op deze manier nog meer betekenis nu ik zag om wie het ging, hoe ver het verdriet strekte na het overlijden, het gemis van alle goeds wat eens was. Het werd concreet, tastbaar. En dan is het heel prettig om te beseffen: het gaat goed met deze jongen, met dit gezin, en ik mocht daar aan bijdragen. Ik mocht getuige zijn van dit verdriet, maar ook van het geluk en het herstel. Dat vond ik heel bijzonder.

Het geschenk krijgt daarom een mooi plekje in mijn kast, om me te herinneren aan de betekenis van het werk, waar ik soms onvoldoende bij stil sta. En dat maakt me best een beetje trots

Mijn ideaalplaatje op de universiteit

Mijn ideaalplaatje op de universiteit

Dromen van de toekomst

Toen ik op de universiteit zat, had ik een ideaalplaatje geschetst van mijn toekomst. Ik was inmiddels al een poosje aan het studeren na de pabo en hbo pedagogiek en ik keek er naar uit om aan de slag te gaan. De stage in het laatste jaar was dan ook het leukste onderdeel van de opleiding. En, kenmerkend voor wie ik ben, als ik iets in mijn hoofd heb, dan wil ik het ook zo. Ik kan me daarin vastbijten en blijven volhouden.

Eigen baas

Zo was het toen ook. Ik zag het al helemaal voor me: zelfstandig ondernemer, een eigen praktijk, mijn eigen uren indelen en helemaal eigen baas zijn. Een rooskleurig plaatje inderdaad. Omdat ik dat zo graag wilde, solliciteerde ik alleen maar bij kleine praktijken, want een instelling trok me totaal niet. Dat is trouwens onveranderd gebleven. Maar mijn beeld van het ondernemerschap daarentegen… dat heb ik toch flink moeten bijstellen.

Wat erbij komt kijken

Ik had de mazzel dat ik inderdaad werd aangenomen in een kleine praktijk, en ook nog dicht bij huis. Wat een geluk! En het was een top plek. Ik leerde ontzettend veel in korte tijd en kreeg een gedegen beeld van het hebben van een eigen praktijk. Het was alsof het zo had moeten zijn, want de andere werknemer was bezig met het zoeken van een huis en een baan in de omgeving van Amsterdam, waardoor er na mijn stagetijd een plek zou vrijkomen om te werken in de praktijk.

Jong moeder

Ook toen was ik een bezige bij, want ik had niet alleen ambities voor mijn carrière, ik wilde ook dolgraag jong moeder worden. Nog liever zelfs, want carrière maken kon daarna altijd nog, zo redeneerde ik. En na een klein jaar proberen, raakte ik inderdaad zwanger. Tijdens mijn stagejaar inderdaad. Dat masterjaar heb ik met 36 weken mijn eindpresentatie gehouden en met een 4 weken oude baby mijn diploma opgehaald. Er bestaat natuurlijk geen timing van het krijgen van een kind, maar toch was dat bij ons perfect.

Lekker in loondienst

Nog even terug naar mijn stageperiode. Ik had al snel in de gaten dat mijn droomplaatje van het runnen van je eigen praktijk een behoorlijke utopie was. Het was gewoon keihard werken. Mijn werkgever was voor mijn gevoel dag en nacht bezig en al die indirecte werkzaamheden werden nu pas zichtbaar. Toen de andere werknemer aangaf dat zij weg zou gaan, deed ik daarom van binnen een vreugdedansje, want misschien maakte ik kans op haar baantje. In loondienst, want dat klonk ineens een stuk aantrekkelijker.

Afgestudeerd, maar niet klaar

Toch heb ik de wens voor een eigen praktijk nooit verworpen. Maar zwanger en binnenkort moeder, schoof ik dat idee wel even op de lange baan. Dat moest ook wel, zo bleek, want ik kwam er ook achter dat mijn master diploma in de praktijk nauwelijks iets waard was. Dat was een smack in the face. Na een universitaire studie mocht ik volgens de wetgeving geen behandelingen doen! Ik was behoorlijk gedesillusioneerd, want daarover wordt tijdens de opleiding nauwelijks gerept. Met het volgen van vakken als ‘behandeling’ wordt bovendien gesuggereerd dat dit ook is waarvoor je wordt opgeleid. Helaas, niets bleek minder waar.

Praten over de toekomst

Toen duidelijk was dat ik inderdaad in loondienst mocht blijven, hebben we direct ook over de toekomst gesproken. Want voor mijn werkgever was het tenslotte ook waardevol als ik kon behandelen. Leergierig als ik was, wilde ik alles aanpakken en alle cursussen en opleidingen klonken interessant. Maar ik was naïef. Ik had me van tevoren onvoldoende verdiept in dit traject en was, achteraf, onvoldoende voorgelicht door de universiteit over deze onderwerpen. Ik kon onvoldoende overzien wat voor me lag en wat dit voor consequenties had. Ik ben toen, nog in mijn zwangerschap, begonnen met mijn eerste nascholing. Het was de start van een jarenlang traject, waarover ik een andere keer vertel.

Omgaan met sociale druk voor je kind: 13 tips

Omgaan met sociale druk voor je kind: 13 tips

13 Tips voor soepel afspreken

Regelmatig roepen vriendinnen en andere bekenden om mij heen in wanhoop waar ik een volgend artikel over moet schrijven, wanneer ze middenin een crisis met hun koter zijn belandt. Ik noteer ze allemaal. Want ik vind het leuk om ideeën aangedragen te krijgen. Niet dat ik overal een antwoord op heb, maar het helpt me wel om soms vanuit een andere invalshoek over zaken na te denken. Ik heb een blocnote met lijsten vol onderwerpen waar ik vervolgens uit kies, afhankelijk van waar ik zin in heb.

Populair, niet alleen maar leuk?

Eén van de vragen kwam van een goeie vriendin, met een zoontje van 6 jaar, die mateloos populair is op school. So far so good, zou je denken. Wat een mazzelpik, was ook mijn eerste gedachte. Maar blijkbaar heeft de populariteit ook een dark side, want regelmatig staat mijn vriendin met de handen in het haar omdat het afspreekmoment na schooltijd uitloopt tot een regelrecht drama. Teleurstelling, schuldgevoel, en overheersende normen maken dit moment eerder beladen dan ontspannen.

Loyaliteit

Want wat is er nou aan de hand? Dit kind heeft een heleboel vriendjes die met hem af willen spreken. Laten we hem voor het gemak even Peter noemen. Peter is een jongen die een sterk rechtvaardigheidsgevoel heeft en graag zijn afspraken nakomt, hoe jong hij ook is. Hij voelt nu al een loyaliteit naar zijn vriendjes en wil hen niet teleurstellen. Als hij tijdens de schooluren bij iemand heeft toegezegd, dan blijft hij ook bij deze beslissing. Als een ander kindje hem verleidt met een alternatief aanbod, blijft Peter bij zijn beslissing. Maar als dat laatste kindje vervolgens het speelafspraakje van Peter voor zich wint, is Peter intens verdrietig. Of wanneer een gemaakte afspraak uiteindelijk niet door kan gaan, kan Peter het bijna niet over zijn hart verkrijgen om dan met een ander kindje af te spreken, uit loyaliteit naar het andere kind.

Moeite met afspreken

Dat is bewonderenswaardig, een belangrijke waarde die hij nu al met zich meedraagt, die loyaliteit en trouw aan afspraken. Maar wel eentje die soms tot lastige gevoelens bij hemzelf leidt. Ik moet zeggen, ik vind het soms ook best ingewikkeld voor die ukkies. Naar mijn weten spraken we “in mijn tijd” (begint dat nu al?) in de kleuterklas zelfs helemaal niet af, maar sinds de oudste naar school gaat, is het een komen en gaan van speelafspraakjes. Ze hebben het er maar druk mee, met dat sociale leven. En het is logisch dat je daar als ouders dingen in wilt meegeven. Hoe ga je er dan mee om als je ziet dat het afspreken voor speelafspraakjes vooral een stressvolle aangelegenheid is?

13 Tips om je op weg te helpen

Ik heb mijn vriendin beloofd dat ik mijn best zou doen om tips te bedenken voor dit onderwerp. Ik hoop dat je er wat aan hebt, en wie weet heb je andere suggesties? Laat het vooral weten in een reactie hieronder.

  1. Probeer voor jezelf te bedenken voordat je je kind naar school brengt, wat je wilt: kan en mag je kind afspreken?
  2. Zijn er zaken om rekening mee te houden, zoals zwemles, vroeg eten, e.d.?
  3. Mag het zowel thuis afspreken als bij de ander?
  4. Maak afspraken over met hoeveel kinderen je kind mag afspreken. Dan hoef je niet onnodig teleur te stellen als je kind het plan heeft met 2 kindjes af te spreken als je dat niet ziet zitten.
  5. Stimuleer je kind om vóór schooltijd de speelafspraak voor de middag te organiseren, zodat je direct weet waar je aan toe bent ’s middags en het scheelt misschien een ritje voor één van de ouders.
  6. Onthoud dat je kind nog aan het oefenen en leren is om met deze sociale situaties om te gaan. Als ouder kun je hier het beste een coachende rol in hebben, hoewel je natuurlijk wel de grenzen uitzet.
  7. Een speelafspraakje doet je kind voor zijn plezier. Het is daarom vooral belangrijk of je kind zin heeft om met iemand af te spreken. Als je kind wordt gevraagd, spreek dan niet voor je beurt, maar vraag je kind of hij het ziet zitten. Regel het daarna met de andere ouder.
  8. Probeer niet alles uit handen te nemen van je kind om hem bijvoorbeeld verdriet te voorkomen. Dit soort momenten zijn belangrijke oefeningen en scherpen de sociale vaardigheden van je kind. Hoe moeilijk het ook is: hoe vaker je kind hiermee oefent, hoe beter het er mee leert omgaan. Op het moment dat je als ouder de leiding overneemt, ontneem je je kind het oefenmoment. Natuurlijk kun je wel aanmoedigen en faciliteren, maar laat, waar mogelijk, je kind het voortouw en initiatief nemen.
  9. Als je kind niet kan kiezen omdat het bijvoorbeeld door twee kindjes tegelijk wordt gevraagd, probeer dan vooruit te plannen: kind A vandaag, kind B op vrijdag. Check voor je afspreekt de mogelijkheid tot afspreken bij de ouder: misschien kan slechts één kindje, waardoor de keuze gemakkelijker wordt voor je kind.
  10. Als je de ervaring hebt dat het met bepaalde kinderen minder makkelijk loopt op speelafspraakjes, maak dan van tevoren duidelijk aan de kinderen hoe je het wilt hebben. Bereid ze dus voor op de situatie en leg uit wat ze kunnen verwachten, zodat de kans groter is dat het beter gaat. Bijvoorbeeld: ‘als we straks thuiskomen, dan gaan we eerst onze jassen en schoenen uittrekken. Dan eten we samen een boterham en bedenken jullie wat je gaat doen’.
  11. Als je kind, net als het zoontje van mijn vriendin, het afspreken moeilijk vindt, omdat hij niemand teleur wil stellen, niet kan kiezen of wat dan ook, bespreek dit dan samen met hem na. Benoem het gevoel wat je ziet: ‘dat was even ingewikkeld voor je hé? Je kon niet kiezen en dat maakte je verdrietig’. Dit helpt om alles op een rijtje te zetten en te verwerken.
  12. Bespreek ook wat je zag waar je tevreden over was: ‘je hebt goed nagedacht over wat je wilde, en je vindt het belangrijk om je aan de afspraken te houden, dat zag ik wel’. Dit maakt de kans op herhaling van gewenst gedrag groter en geeft je kind de kans om zelf uit te vinden wat het belangrijk vindt.
  13. Bespreek met je kind na hoe het een volgende keer anders of nog beter geregeld kan worden. Wat kan helpen? Hoe zou een ander het bijvoorbeeld doen? Als er (kleine) suggesties zijn, herhaal deze dan op het moment dat je kind weer wil afspreken.

Ben ik dingen vergeten? Noem ze hieronder!