Archief van
Maand: november 2016

Mijn eigen praktijk

Mijn eigen praktijk

“Ik word ondernemer”

Een droom die langzaam werkelijkheid wordt. Zo voelt het voor me. Want waar ik in de afgelopen jaren al die tijd naar toe heb gewerkt, lijkt nu echt te gaan gebeuren: ik word zelfstandig ondernemer, ik ga toewerken naar mijn eigen praktijk. En dat is best spannend, zeker in onze sector (geestelijke gezondheidszorg). Iemand noemde mij eens een ‘guerrilla’ van deze tijd, en ik vat het maar op als compliment. Eentje waar ik kracht uit put voor de moeilijke hobbels die nu en straks op mijn pad komen. En die zijn er, kan ik je vertellen.

De weg er naartoe

In deze rubriek neem ik jullie mee in mijn jarenlange aanloop naar het nemen van deze stap. Mijn twijfels, dromen, wensen, ideeën, frustraties, gevoelens en hoe dit alles vertaald wordt naar de dagelijkse praktijk. Zowel in mijn werk als in mijn gezin. Want elke grote stap die een ouder maakt, heeft consequenties voor de kinderen, het gezin. Zo ook bij ons.

Maatschappelijk doel

Er zijn zoveel dingen die erbij komen kijken, de beslissing lijkt als een katalysator te werken voor de rest van mijn leven. Dat is spannend, een avontuur! Het is als in het diepe springen, maar dat gaat niet met een gezin. Dus probeer ik waar het lukt om helderheid te scheppen, invloed uit te oefenen, mogelijkheden onderzoeken. En dat is zowel heel kick als om gek van te worden! Want soms lijkt het wel alsof het aan alle kanten lastig wordt gemaakt om normaal mijn vak uit te oefenen. Te doen wat ik het liefste doe: de kinderen en gezinnen helpen zo fijn mogelijk op te groeien. Je zou denken dat het uitoefenen van een maatschappelijk doel wel wordt gestimuleerd: iedereen is er immers bij gebaat als het goed gaat met mensen. Helaas wijst de praktijk keer op keer anders uit.

Koers bijstellen

In deze serie gaat ik terug naar hoe het begon, mijn dromen en ideeën die ik had toen ik begon met studeren. In de loop der jaren zijn er veel dingen op mijn pad gekomen. Dingen die maakte dat ik mijn koers moest bijstellen. Ik ben niet als een kanaal alsmaar rechtdoor gegaan, maar meander een beetje, als een rivier langs stenen en andere obstakels op mijn route. Soms kwam ik in stroomversnellingen, andere keren kabbelde ik rustig voort. Hierdoor is de stroom lang en bochtig geworden, maar wel een stuk spannender en rijker.

2018

Er is een datum gekomen: 2018, maar misschien zelfs eerder. Beetje bij beetje wordt alles steeds concreter. In 2018 ben ik praktijkhouder. Want dát is waar ik naartoe ga: het overnemen van de praktijk waar ik werk. Praktijk Inzicht wordt dan mijn eigen praktijk. Benieuwd naar het avontuur, de weg er naartoe en daarna? Volg dan de artikelen in deze categorie die in de toekomst gaan verschijnen!

 

Het belang van fantasie voor kinderen

Het belang van fantasie voor kinderen

Fantasie als bouwsteen voor ontwikkeling

Fantasie heeft voor mijn gevoel een beetje een ambivalente betekenis. Aan de ene kant wordt het als iets positiefs gezien. Bijvoorbeeld als we het over spelende kinderen hebben, dan klinkt er iets in door dat iets weg heeft van naïviteit of onschuld. Alsof een kind nog niet beter weet en het gebruiken van fantasie daarom door de vingers wordt gezien. Het is tegelijkertijd een fenomeen dat iets veroordelends met zich meebrengt: ‘wat een grote fantasie heb jij zeg!’ kan dan eerder als een verwijt klinken dan als een compliment.

Fantasie heeft een functie

Er is iets geks aan de hand. Want fantasie is, net zoals dromen en het onderbewustzijn, een natuurlijk deel van ons mens zijn. Het dient ook ergens voor, het heeft een functie, al is die soms op het eerste oog niet duidelijk. Wat mij betreft is de fantasieontwikkeling van kinderen daarom één van de meest onderbelichte en ondergewaardeerde stukken in de ontwikkeling bij kinderen. Ik zal uitleggen waarom.

Doen alsof spel

Fantasiespel is niet doelloos. Sterker nog, het is superbelangrijk! Jonge kinderen maken allemaal dezelfde fases door in de ontwikkeling van hun fantasie. Dat begint met doen alsof, zo rond het eerste jaar. Ineens zie je je dreumes met een doekje achter je aan lopen om ‘mee te helpen’ afstoffen, of pakt het de borstel om haar eigen haartjes te kammen. Het is de eerste stap naar fantasie, maar richt zich nog op het nadoen van de werkelijkheid. Rond de 18 maanden wordt de eerste fantasie gebruikt. En dit is een grote mijlpaal in het leven van een kind: want naast de concrete werkelijkheid, wordt nu ineens een heel andere dimensie mogelijk. De verzonnen werkelijkheid, de fantasiewereld, waarin alles mogelijk wordt. Ook hierbinnen heb je verschillende ontwikkelingsfases, die uitleggen hoe deze fantasieontwikkeling steeds genuanceerder wordt. Greenspan heeft daar heel veel over geschreven. Bijvoorbeeld in deze boeken. Een andere keer ga ik dieper in op deze ontwikkelingsfases.

Fantasie geeft sociaal inzicht

Wat werken voor volwassenen is, is spelen voor een kind. Het is de belangrijkste dagbesteding, en essentieel om alle vaardigheden in te ontwikkelen voor het goed kunnen functioneren als mens. In fantasie en spel worden bijvoorbeeld de belangrijkste sociale vaardigheden, het sociaal inzicht en de empathie ontwikkeld. Want in fantasiespel stel je je iets voor, je bedenkt hoe iets kan zijn, voor jou en de ander. Je anticipeert hierop, oefent met reacties, oefent met gedrag zoals je die later ook in echte situaties gebruikt. In fantasiespel leren kinderen dus alle voorwaarden voor goed sociaal contact. Niet voor niets is ‘speltherapie’ een zeer waardevolle en effectieve behandelmethode, met name bij jonge kinderen. Hetzelfde geldt voor symbooldrama, een door mij veel gebruikte behandelmethode die in Duitsland één van de meest gebruikte methodes is, maar hier nog relatief onbekend.

Verstoorde fantasieontwikkeling

Ook bij symbooldrama speelt fantasie een grote rol, en wordt het gebruikt als krachtbron voor herstel. Zowel bij kinderen als bij volwassenen. Om van deze innerlijke krachtbronnen gebruik te kunnen maken, is de voorwaarde dat je kunt fantaseren: dat je je iets voor kunt stellen. En steeds vaker merk ik dat dit lastig is voor veel kinderen. Het is bekend dat bij autistische kinderen de fantasieontwikkeling verstoord is: deze kinderen blijven heel concreet, spelen dingen na die ze hebben gezien maar voegen daar geen eigen fantasie aan toe. Het blijft als het ware een in scene gezet geheel, zonder eigenheid van het kind. Hierin zie je ook terug dat gebrek aan fantasiespel hand in hand gaat met problemen in sociaal contact: hoe meer een kind oefent in fantasiespel, hoe meer het kan leren zich in te leven in de ander.

Realistisch speelgoed: de valkuil

Maar ook kinderen zonder autisme hebben steeds vaker een gebrek aan fantasie. En ergens is dat ook begrijpelijk: we zitten in een digitaal tijdperk, met veel games, die ook nog eens steeds realistischer worden. Het onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid wordt daardoor steeds vager. En er wordt daardoor minder gespeeld met fantasiemateriaal. Denk aan playmobil, poppenhuizen, winkeltjes, etc. Het materiaal waarin zelf een verhaal kan worden toegevoegd. Waarin een banaan een banaan kan zijn, maar net zo goed een telefoon, race-auto of pistool. Dat zelf toevoegen van fantasie aan het materiaal wordt nog eens extra lastig gemaakt omdat speelgoed, goedbedoeld, steeds realistischer wordt gemaakt. Had je vroeger een paar blokken, tegenwoordig is een LEGO pakket zo gedetailleerd, dat een politie-agent nog onmogelijk kan doorgaan voor een cowboy of wat dan ook.

Voeg fantasie toe in het spel!

Met andere woorden, het wordt juist dáárom steeds belangrijker om toch speciale aandacht te besteden aan het gebruiken van fantasie in het spel. Om hierin je kind uit te dagen out of the box te denken, om de mogelijkheden op te rekken. Want door te spelen met fantasie, ontdekt een kind mogelijkheden, bedenkt het oplossingen, kan het omgaan met angsten en andere heftige gevoelens, kan het oefenen met sociale situaties, verwerken van gebeurtenissen, kortom, leert en ontwikkelt het zich.

Fantasie helpt bij verwerken

Fantasie iets onnozels? Niet dus. Fantasie maakt slim en creatief. Fantasie is een hele belangrijke vaardigheid voor kinderen om (heftige) gebeurtenissen te verwerken. Door deze na te spelen, krijgt een kind meer grip op wat er gebeurd is en kan het leren omgaan met de gevoelens die daarbij vrijkomen. Het kan gebruikt worden in de voorbereiding van gebeurtenissen die hen te wachten staan, zoals een operatie. Uit onderzoek blijkt dat in dit geval een kind inderdaad minder angstig is voor de operatie. In fantasiespel leren kinderen hoe de wereld in elkaar zit en wat hun rol hierbinnen is. Fantasiespel maakt een kind creatiever, gelukkiger en socialer.

Fantasie in de klas

In de klas kan fantasie een rol spelen binnen het lesmateriaal. Het blijkt dat de aandacht van kinderen beter wordt gevangen als er iets afwijkends is: als er een verrassend element of een onrealistische situatie wordt toegevoegd in bijvoorbeeld een opdracht of les, trekt dit de aandacht van kinderen en verhoogt het de motivatie. Als er bijvoorbeeld aan de woordenschat en begrijpend lezen wordt gewerkt, blijkt dat kinderen dit beter doen met fantasieverhalen dan met realistische verhalen. Ook de oplossingen uit fantasieverhalen kunnen de kinderen gemakkelijker toepassen, dan bij realistische verhalen.

Willen begrijpen

Kinderen zijn van nature nieuwsgierig en leergierig. Het blijkt dat een kind ook sneller op onderzoek uit gaat als er iets is, wat niet aan hun verwachting voldoet: als er iets afwijkt, willen ze weten hoe dat komt. Fantasie prikkelt dit, waardoor kinderen als vanzelf gemotiveerd zijn om er achter te komen hoe de vork in de steel zit. Ze willen het begrijpen, verklaren, snappen. Door na te denken over bijvoorbeeld onrealistische oplossingen uit fantasiespel leert een kind de contrasten tussen wat er wel en niet mogelijk is. Dit stimuleert dus het ‘echte leren’ van kinderen.

Fantasie maakt creatief

Je ziet dit bijvoorbeeld ook een beetje terug in de natuurwetenschappen, waarin ook wordt gezocht naar verklaringen van wonderlijke verschijnselen en de grenzen van mogelijkheden worden afgetast. Niet voor niets spreken de experimentjes uit deze vakgebieden tot de verbeelding van kinderen. Denk aan Nemo, met eindeloze proefjes voor jong en oud. Hierin worden kinderen ook uitgedaagd om out of the box te denken, om niet de voor de hand liggende verklaringen te kiezen, maar echt te begrijpen hoe iets werkt.

Fantasie maakt slim

Misschien dient de fantasie in die zin ook wel de behoefte van de mens om alles maar te willen verklaren. Omdat er zoveel verschijnselen zijn, zoals de snelheid van het licht, atomen die je niet met het blote oog kunt zien, etc., die uitlokken om onderzocht te worden. Omdat de mens uiteindelijk wil weten hoe het universum in elkaar zit. Het gebruiken van fantasie en verbeelding is dus een rijkdom en broodnodig, ook voor de toekomst. Het biedt de bouwstenen voor sociaal, emotioneel en cognitief gezond functioneren!

Slaaptekort bij kinderen

Slaaptekort bij kinderen

Slaapgebrek

Misschien heb jij er ook wel een: een kind met slaaptekort. Mijn hemel wat is dat een verschrikking zo nu en dan! Alle drie mijn kinderen zijn anders in hun slaapbehoefte en slaappatronen. Alle drie reageren ze ook anders op een slaaptekort. Want ieder kind heeft nou eenmaal andere behoeftes en manieren, en zo ook in ons gezin. Met name de oudste reageert sterk op te weinig slaap.

Weinig slaapbehoefte

Het begon eigenlijk al als baby. Ik las braaf alle boekjes en kwam er al gauw achter dat een baby het grootste gedeelte van de dag slaapt. Tot zover de theorie. De praktijk was toch beduidend anders. Hoe vaak ik niet gefrustreerd en radeloos met een huilend kind naar beneden ben gelopen, na de zoveelste poging haar in slaap te krijgen! Ik zat er soms twee uur bij, haar sussend, over haar hoofd of buikje aaiend, in de veronderstelling dat ik er goed aan deed, dat ze uiteindelijk zou slapen. Ja, dat deed ze uiteindelijk ook. Maar liefst 20 minuten. En dan begon het hele feest weer van voren af aan.

Geen zin

Meia had als baby bijna geen slaapbehoefte. Hetzelfde zie ik nu terug bij Signe. Blijkbaar een meidending in ons gezin. Alhoewel, ik reken slapen toch echt wel onder mijn favoriete hobby’s, dus voor mij gaat die vlieger niet op. Zowel Meia als Signe lijken als baby wel wat beters te doen te hebben dan slapen. Slapen doe je maar als je niks anders te doen hebt. Ze hebben het gewoon veel te druk met andere dingen, dat ze zich niet goed kunnen of willen overgeven aan de slaap.

Niet moe

Ik schrijf dit trouwens om 20.30u en Signe zit klaarwakker naast mij de inhoud van een kast op de grond te trekken, om het geheel nog even te illustreren. Ik heb net 3 vruchteloze pogingen gedaan haar te laten slapen. Anders dan bij Meia, leg ik me nu gemakkelijker neer bij de situatie. Blijkbaar is ze nog niet moe. Ik kan hemel en aarde bewegen om haar in slaap te krijgen, maar ze zit nu lief te spelen, dus ik kan het ook gewoon over een uurtje nog eens proberen. Doorgaans slaapt ze dan wel snel in. Wie weet moet ze ook wat knuffeltijd inhalen, omdat we elkaar weinig gezien hebben vandaag.

Gedrag

In tegenstelling tot Signe, die gewoon weer over gaat tot de orde van de dag of een extra knuffel komt halen als ze stiekem toch een beetje moe is, laat Meia op een heel andere wijze merken dat ze te weinig slaap heeft gehad. Hoewel ze slapen waarschijnlijk onder de noemer ‘verspilde tijd’ schaart, wijst de praktijk toch anders uit. Dan verandert ze af en toe in een soort ‘terror’ variant van zichzelf, eentje die je niet terug zou herkennen, waar je stiekem een beetje bang van wordt.

Alarmbel

Ineens leiden de kleinste tegenvallers tot heftige explosies van haar kant, waar ze zich hysterisch en verongelijkt van de stoel laat glijden of stoïcijns tegen een willekeurig meubelstuk (of toevallige voorbijganger) aan blijft schoppen. Dit alles vergezeld van een geluidenbrei zonder herkenbare woorden, alsof er geen energie meer over is om zich verstaanbaar te maken. Soms is het een komisch gezicht, maar meestal is het een alarmbel voor een lastige periode die aanbreekt. Want eenmaal in deze modus belandt, is het zéér lastig om haar eruit te krijgen. Want, je raadt het al, het enige dat helpt is slapen.

Ik ben niet moe!

En dat is nu precies wat ze niet wil. Slapen! Ik ben toch niet ziek? Ik heb al uitgeslapen vanmorgen tot half 7 (ja echt waar, normaal wordt ze namelijk 6 uur wakker) en nog belangrijker: ik bén he-le-maal niet moe!! Ja, ga er maar eens aan staan. Kom je met al je goeie argumenten dat het belangrijk is, dat het dan allemaal makkelijker gaat, en gezelliger wordt. Op zo’n moment lijkt dit rationeel overdenken allemaal niet toegankelijk. En het is nu eenmaal zo dat je zaken als slapen, eten en zindelijkheid niet kunt afdwingen. Bummer!

Afspraken maken

Soms helpt het als ik afspraken maak. Dat ik aangeef dat ze nu niet hoeft te slapen, maar dat we het morgen doen, tussen de middag. Of dat ze het nog even mag proberen om lief te spelen, maar dat we alsnog gaan slapen als het toch niet lukt. Niet als straf, maar omdat het daardoor gezelliger gaat. Soms helpt het om iets fijns in het vooruitzicht te stellen: na het slapen gaan we gezellig even de stad in. Ik zal je wakker maken na een uurtje, dan weet je zeker dat je niet teveel mist. Soms hebben we mazzel, als we bijvoorbeeld ergens naar toe rijden en ze in slaap valt in de auto. Scheelt aanzienlijk in het humeur!

Zoektocht

Opvoeden blijft een zoektocht. Wat voor de één geldt, is voor de ander onzin. Meia is te eigengereid om naar mijn argumenten te luisteren, ze leest liever 10 boeken voor ze er doodmoe bovenop in slaap valt. Om haar dag vervolgens om 6 uur te starten. Ik heb me er bij neergelegd: we zoeken naar wegen om het voor iedereen draaglijk te houden. En nu met Signe zie ik dat het ook anders kan: Signe heeft net zo weinig slaap nodig (ze is intussen een stuk karton aan snippers aan het scheuren naast me), maar wordt er niet vervelend van. Hooguit wat stilletjes. En dan is het tijd om poolshoogte te nemen, zoals nu.

Dinsdagavondcrisis

Dinsdagavondcrisis

Doordeweekse avondspits

Blijkbaar was ik nog niet helemaal wakker vanmorgen. Toen ik tijdens een gesprek naar beneden keek kwam ik er achter dat heel mijn witte blouse onder de vlekjes zat. Ik had er gisteren bieten mee schoongemaakt en blijkbaar niet gezien dat mijn shirt er nu uitzag alsof ik er net een moord mee had gepleegd. En alsof dat nog niet genoeg was, kwam ik er even later achter dat mijn gulp op nonchalante wijze naar beneden was gezakt. Goedemorgen iedereen. De rest van de dag ben ik gelukkig redelijk goed doorgekomen.

Vervelende mail

Het werd 17.00u en ik was bezig mijn computer af te sluiten, toen mijn oog viel op een mailtje die nog net binnenkwam. De toonzetting was allesbehalve vrolijk, en ik besloot een reactie uit te stellen tot de volgende werkdag. Enigszins geërgerd door deze nieuwe domper aan het einde van mijn werkdag, pakte ik mijn spullen om richting huis te fietsen. Het was vandaag kijkdag bij het turnen van Meia, en ik was van plan vlug door te fietsen zodat ik nog even kon kijken.

Regen

Op de fiets naar huis begon het te regenen, natuurlijk! Ondertussen checkte ik mijn telefoon bij het stoplicht en las dat Stefan het niet ging redden om Meia van de gym op te halen. Dubbelbalen. Terwijl ik vlug doortrapte naar huis, zodat onze gastouder naar huis kon, brak ik mijn hoofd over het avondeten. Want ik zou pas tegen 18.00u thuis zijn, waar Signe en Fosse (en ik) al hongerig zouden zijn. Maar ik wilde ook nog bij Meia kijken en moest haar bovendien ophalen. Ik had geen tijd om Fosse en Signe eerst te laten eten. Wat moest ik doen?

Nog meer regen

Eenmaal thuis besloot ik daarom de gok te wagen en het eten alvast zachtjes op te zetten. Dat scheelde weer een half uur koken als we straks thuis kwamen, redeneerde ik. Ik pelde mijn natgeregende jas en schoenen af en ruilde ze om voor droge exemplaren. Meteen laadde ik twee stuks kinderen in de bakfiets en togen we weer door de regen richting gymzaal. Eenmaal daar was ik net op tijd om de laatste paar oefeningen te zien van Meia, afgewisseld met achtervolgingen dwars door de gymzaal omdat Signe het op een rennen zette.

En nog méér regen…

Toen de training voorbij was, moest er worden aangekleed te midden van alle turntalentjes en hun halve families, buurtgenoten, vrienden en andere kennissen, waardoor het langer dan anders duurde voor we uiteindelijk weer bij de fiets waren. Snel wierp ik ditmaal drie stuks kinderen in de bak en trapte met gierende banden naar huis. Wederom in de regen. Maarja, whats new!? Toen we later dan voorspeld aankwamen bij huis (het liep al tegen 19.00u), deed ik een schietgebedje dat alles goed was gegaan met het eten. Helaas, ik werd gestraft voor mijn risico, want we werden begroet door een dampende aanbrand geur zodra we binnenstapten. Vlug haastte ik me naar boven, waar ik de aardappels drooggekookt aantrof. Nog een mazzel dat ze niet in de fik waren gevlogen bleek achteraf! Dat was een lesje voor de volgende keer, dat doen we dus niet meer.

Stamppot zonder aardappels

Ondertussen vroeg Fosse op zeurende toon of hij tv mocht kijken en brak bij mij complete crisis uit. Geen aardappels, geen eten, bijna 19.00u, kinderen moe en hongerig…! Ik rende naar beneden om nieuwe aardappels uit de bijkeuken te halen, om op de volgende frustratie te stuiten: op! Hoe krijg je het voor elkaar! “Dan doen we het toch zonder aardappels?” probeerde Stefan nog dapper, die inmiddels ook was thuis gekomen. “Heb je wel eens stamppot zonder aardappels op!?” gilde ik in hysterie terug.

Mislukt

Met mijn hoofd in de koelkast viste ik daar nog een restant rijst en een overgebleven pizza uit. Ik draaide een pot witte bonen open en verwarmde de rookworst die het als enige had overleefd van mijn poging stamppot te maken. Het zou de meest belachelijke maaltijd ooit worden, maar er moesten buiken gevuld worden. Vergezeld van een dreinende en hysterisch huilende Fosse die zichzelf als een naaktslak over de vloer voortbewoog uit teleurstelling dat zijn begeerde tv-momentje niet doorging, kwakte ik de rijst met witte bonen en rookworst op tafel. Met pizza on the side. Eten jongens! Het kon me niet schelen wie er op af kwam, ik was intussen maximaal sacherijnig. En eindelijk plofte ik zuchtend met een natte broek en verregend hoofd op de stoel. Afkomend op het magische codewoord ‘eten’ schoven de kinderen ook aan en reageerden Meia en Fosse links en rechts intussen enthousiast: “Mam! Dit is niet mislukt! Dit is superlekker!”. En alles was weer goed.

Afzwemmen voor A-diploma

Afzwemmen voor A-diploma

Eindelijk, het A-diploma!

Afgelopen weekend was het zover: Meia ging afzwemmen! Weer een mijlpaal, weer een vinkje in de ontwikkelingsstappen van onze kinderen. We hadden mazzel dat de klok precies een uur terug ging, want om 9.00u moesten we al paraat staan in het zwembad. Gelukkig had Meia een goeie nacht gemaakt en stond ze uitgerust op.

Spanning

Opgewacht door opa’s en oma’s van beide zijden en zelfs een oom, kwam Meia zenuwachtig aan in het zwembad. Hier had ze een jaar naartoe gewerkt. Perfectionistisch als ze is, nam ze het hoog op. De afgelopen dagen had ze al meerdere keren laten vallen hoe spannend ze het vond en riep soms ineens out of the blue “ik mag afzwemmen!”. Er gaat vaak meer in die koppies om dan waar je erg in hebt. Hoewel ik meerdere keren aangaf dat het afzwemmen betekende dat ze sowieso al geslaagd was, bleef de spanning.

Afzwemmen

Het was een drukte van belang, het hele zwembadje vol met toeschouwers, wat op Meia sowieso altijd indruk maakt. Toen het dan eindelijk 9 uur was, mochten de kindjes zich verzamelen aan de rand van het zwembad. Gekleed in zwemkleding, ondergoed, hemd, shirt, korte broek én waterschoenen. Want afzwemmen gaat met kleren aan. Er zijn een aantal vaste onderdelen die de kinderen tonen tijdens het afzwemmen om te bewijzen dat ze de vaardigheden beheersen.

afzwemmen a diploma zwemles zwembad

Zwemles vroeger

Nu ben ik zelf alles behalve een zwemkampioen. Ik weet nog dat ik in het zwembad pas werd gecorrigeerd van richting als ik tegen de kant, de slangen in de banen of een ander kind aan zwom. Ik miste 9 van de 10 keer de uitleg van de badmeester omdat ik stond te dromen of de binnenkant van mijn zwempak aan het inspecteren was. Ik kon wel redelijk zwemmen, maar het lukte me niet mijn B-diploma te halen. Altijd als ik 7 meter onder water zwom, keek de badmeester precies de andere kant op, leek het wel. Op een gegeven moment heeft mijn moeder het opgegeven en me er af gehaald.

Zwemdiploma tegenwoordig

Tegenwoordig is het wel andere koek. Volgens mij is het nieuwe A-diploma minstens wat het oude A en B diploma vroeger was. Niet zo gek dat de gemiddelde duur ongeveer 1-1,5 jaar is voor het A-diploma. Ze moeten behalve de bekende schoolslag ook rugslag, borstcrawl, rugcrawl, onder matten door, door gaten heen en nog meer van dat soort fratsen beheersen. Ohja, en met kleding aanzwemmen, elke (halve) les.

Borstcrawl en rugcrawl

Dus was ik ook best onder de indruk wat die kleine waterratten allemaal al konden. Ik zag krachtige en sierlijke armbewegingen bij de borst- en rugcrawl waar menig volwassene een puntje aan kan zuigen. Het was een leuk feestje voor de kleintjes die afzwommen. Er werd na elke kleine prestatie geapplaudisseerd voor de kinderen, het was een succes voor alle kindjes.

afzwemmen a diploma zwemles zwembad zwemdiploma

Medailles en mogelijkheden

En bij de diploma-uitreiking werd semi-officieel ook een medaille omgehangen. Ape-trots was onze kleine zwemotter. De hele dag heeft ze haar medaille aan iedereen getoond en maandag moest, terecht, haar diploma mee naar school om haar mijlpaal ook daar te vieren. Ik ben blij voor haar. Ze kan nu inderdaad zwemmen, wat veel mogelijkheden opent. Het betekent voor ons dat we met een geruster hart kunnen gaan zwemmen als gezin. Want dat is een gepuzzel: 3 kinderen en 2 volwassenen, dat betekende voorheen altijd dat je eigenlijk 1 volwassene tekort kwam. Nu kan dat beter georganiseerd worden.

Op naar het B-diploma

Het betekent ook weer een nieuwe verandering in onze agenda. En die was al overvol, merkte ik nu ook weer. Want nu Meia doorstroomt naar een ander groepje voor haar B-diploma, mag Fosse beginnen met zwemles. Meia gaat nu ’s avonds om 19.00u zwemmen voor haar B-diploma. Hoe positief ik ben over de zwemschool, dit vind ik toch echt een hele vervelende tijd. Want in de praktijk betekent dat, dat ze niet vóór half 9 in bed ligt, en dat vind ik echt veel te laat door de weeks. Maarja, het is even niet anders. Een ander groot nadeel is dat het precies op mijn sportavond valt, wat inhoudt dat we voor deze avonden oppas moeten regelen. Gelukkig is de duur voor het B-diploma een stuk korter, dus daar hopen we dan maar op.

Zwemles voor Fosse

Met het afsluiten van het “A-diploma tijdperk” van Meia, start direct dezelfde periode voor Fosse. In tegenstelling tot Meia, begint hij al op zijn 4e jaar. Ik heb er alle vertrouwen in dat Fosse het zwemmen snel oppikt. Dat komt omdat hij zwemmen fantastisch vindt: in het water is hij helemaal vrij, zelfs roekeloos! Omdat hij er zo’n plezier in heeft, denk ik dat hij de zwemles als leuk zal ervaren. Daarnaast was hij ook vlot met fietsen zonder zijwieltjes en andere motorische (automatiserings)vaardigheden. Dit is vaak een indicator van hoe het zwemmen wordt geleerd.

Ik houd jullie op de hoogte van de ontwikkelingen. Ook ben ik heel benieuwd hoe deze fase bij jullie kind is verlopen?

Waarom wij voor Montessori kozen

Waarom wij voor Montessori kozen

“Laatst vroeg ik via Facebook  waar de volgende blog over moest gaan. Het was al snel duidelijk dat jullie meer wilden weten over onze keuze voor Montessori. Dus bij deze, de eerste blog op verzoek! Zat je voorkeur er niet bij? Ik zal veel vaker om jullie mening gaan vragen, zodat iedereen aan zijn trekken komt :)”

Montessori ervaringen

De keuze voor de Montessori school begon eigenlijk al toen we op zoek gingen naar een peuterspeelzaal. Onze dreumes was toen nog maar 1,5 jaar oud. Toch hadden we rond die tijd al een redelijk beeld van ons kindje, met haar karakter, nukken, voorkeuren en interesses. Het blijft altijd bijzonder hoe snel je de persoonlijkheid van zo’n kleine gup leert kennen. In die 1,5 jaar hadden we geleerd dat Meia een best pittig ding was, met héél veel energie, ontdekkingsdrang en nieuwsgierigheid. Dat we zochten naar een peuterspeelzaal was met een tweeledig doel: uitdaging voor Meia enerzijds, even een momentje van rust voor ons anderzijds.

Peuterspeelzaal en school

Wetende dat de meeste peuterspeelzalen in het gebouw van een school zitten, of op de één of andere manier een samenwerking hebben met een bepaalde school, vond ik het logisch om voor een peuterspeelzaal te kiezen die hoorde bij een school waar we achter stonden. Min of meer kwam het er dus op neer dat we met 1,5 jaar ook indirect al voor de school hadden gekozen. We bekeken een paar speelzalen in onze directe regio maar daar vond ik niet zoveel aan. Ik miste iets en kon het niet zo goed duiden.

Schot in de roos

Toen we bij de speelzaal van de Montessori gingen kijken, kregen we ook direct een rondleiding door de school. Ik weet niet meer hoe dit precies ging, misschien dat we dat destijds zelf hadden gevraagd om ook een beeld van de school te vormen. In ieder geval, dit was direct een schot in de roos. Ondanks het feit dat de school zich toen bevond in een dependance, omdat de nieuwe school nog gebouwd moest worden.

Geen standaard werkwijze

Pas toen we de rondleiding bij de peuterspeelzaal en school kregen, besefte ik wat ik eerder had gemist: deze school sprak taal die uitging van het kind en de behoeften van het kind. In andere scholen/speelzalen werd er vanuit het aanbod gesproken: “dit is wat we hebben”. Dat is op zich prima, maar ik merkte dat ik daar geen genoegen mee kon nemen. We hadden vanaf de babytijd al behoorlijk wat te stellen gehad met Meia, en zij was best veeleisend in haar ontwikkelingsbehoeften. Ze vroeg, net als ieder kind, een unieke begeleiding om zich goed te kunnen ontwikkelen. En waar voor veel kinderen een standaard aanbod en standaard werkwijze prima is, besefte ik dat dit voor Meia waarschijnlijk ontoereikend zou zijn.

Natuurlijke manier

De school liet ons zien hoe de kinderen werkten, hoe een kind vanuit zijn eigen interesses en motivatie aan de slag ging, waardoor het per definitie gemotiveerd aan de slag was. Dat zagen we terug. Het was een klein bijgebouw, vol met spullen en kinderen, maar desondanks was het heel stil, de kinderen waren rustig aan het werk, de sfeer was gemoedelijk. Dat verwonderde me enorm! Het voelde meteen goed. Het is geen vrijheid blijheid, want er moeten wel doelen worden gehaald. Maar de manier van werken is veel natuurlijker. Al eerder schreef ik dat een kind pas leert als het iets leuk vindt. En dat belangrijke principe wordt in de praktijk gebracht, want een kind wordt verantwoordelijk gemaakt voor zijn eigen leerproces.

Begrijpen waarom je iets leert

Wat ik vooral heel waardevol vindt, is dat er niet doelloos wordt geleerd: niet argeloos de ene les na de andere les verwerken, maar dat kinderen wordt uitgelegd waaróm ze iets leren. Als een kind snapt waaróm ze iets doen, dan is de motivatie ook hoger om iets te willen begrijpen. Dan zetten ze zich in om iets echt onder de knie te krijgen. Dit stemt overeen met de natuurlijke nieuwsgierigheid die kinderen hebben, en maakt de theorie direct praktisch: om iets ingewikkelds te weten, moeten eerst de stappen daar naartoe worden beheerst.

Montessori materiaal

Het Montessori onderwijs werkt daarom niet alleen op ‘het platte vlak’, zoals met werkboeken, maar ook met het bekende Montessori materiaal. Ik wist nog, vanuit mijn pabo-verleden lang geleden, dat Maria Montessori inderdaad ook eigen materiaal had ontwikkeld, maar pas sinds mijn kinderen zelf deze onderwijsvorm krijgen, begrijp ik veel beter het hele gedachtegoed hierachter. Op school zijn er namelijk regelmatig informatie avonden over bijvoorbeeld het rekenonderwijs, waarin dieper wordt ingegaan op de materialen en hoe deze worden ingezet in de lessen.

Slim gedachtegoed

Er ging een wereld voor me open tijdens deze avonden, want wat is dit een slim doordacht systeem! Doordat kinderen handelend bezig zijn, met concrete materialen, wordt de abstracte theorie van het platte vlak (bijvoorbeeld de kale sommen) ineens inzichtelijk en begrijpelijk. Een kind snápt hoe een keer-som werkt of gaat bepaalde algoritmes doorzien. De Montessori school moedigt deze manier van werken dan ook aan. En de onderwijsvorm is door de alle leerjaren heen doorgetrokken, wat de samenhang vergroot. Er wordt bijvoorbeeld gewerkt met kleuren voor bepaalde cijfers: hiermee wordt al in de kleuters gestart, zodat kinderen bijvoorbeeld precies weten hoeveel kralen in de paarse kralenketting zitten.

Zelfstandigheid

Het Montessori heeft bepaalde motto’s en denkwijzen, die de meesten van jullie misschien wel eens gehoord hebben. “Vrijheid in gebondenheid” is er eentje van. Het werken aan zelfstandigheid is een andere. Hoe dit er in de praktijk aan toe gaat, daar kwam ik al achter toen mijn oudste begon op de speelzaal. Ze trokken toen bij wijze van spreken een half uur uit voor het aantrekken van jassen en schoenen (op school draagt iedereen slofjes). Gewoon, omdat ze ieder kind de kans wilden geven om te proberen zijn jas aan te laten trekken. Tot waar het lukte, deed het kind dit zelf, pas daarna hielp de juf voor de rest. Zo ook met het inschenken van drinken: kinderen leren zelf hun limonade inschenken en daarna de bekers op te ruimen. Deze visie van zelfredzaam maken en de autonomie bevorderen, gaat door wanneer een kind begint op de basisschool.

Vrijheid in gebondenheid

Vrijheid in gebondenheid is terug te herkennen in het feit dat een kind zelf mag bepalen hoe het zijn dag indeelt, tot op zekere hoogte. Want bijvoorbeeld een muziekles of fruit eten zijn op vaste tijden. Maar tijdens het werken, kan mijn dochter best beslissen om wat langer met taal bezig te zijn, en rekenen vandaag over te slaan. Dat betekent wel dat zij morgen extra rekenwerk zal hebben, dus over die beslissing en de gevolgen daarvan, moet ze wel nadenken. Het kan ook betekenen dat een kind liever begint met het afmaken van een werkstuk voor kosmisch onderwijs, en pas ’s middags taal en rekenen afmaakt. De gebondenheid zit hem in de grenzen van de vrijheid. Want elke paar weken, moet een kind laten zien of het bepaalde doelen voor o.a. rekenen en taal beheerst. De leerkracht monitort het leerproces van een kind en stimuleert om na te denken over de keuzes en gevolgen ervan die het maakt.

Flexibel schoolsysteem

Ik kom voor mijn werk heel regelmatig op uiteenlopende scholen in regio Drechtsteden, en niet zelden valt mij op hoe star of conservatief het schoolsysteem is. Helaas zijn opmerkingen in de trant van: “maar zo doen wij dat al jaren” of “dat hebben we nog nooit gedaan” geen zeldzaamheid. Juist daarom waardeer ik de flexibiliteit en het ‘omdenken’ van deze school zo erg: er wordt altijd gedacht vanuit het kind, en de stof daaromheen wordt daar waar nodig en mogelijk op aangepast. Dit was in het geval van Meia ook heel duidelijk.

Werken vanuit de behoefte van het kind

Op de peuterspeelzaal kwam zij niet uit de verf. Ze had behoefte aan uitdaging maar was tegelijk onzeker en geneigd zich aan te passen. Tijdens het tweede jaar op de speelzaal is in overleg al kleutermateriaal naar de speelzaal gehaald. Toen zij begon op school, is dit aan de hand van een ‘warme overdracht’ gegaan: speelzaal en school bespraken de aandachtspunten voor Meia wanneer zij zou starten. In de kleuterjaren is er constant zo gewerkt dat de lesstof naar Meia toekwam, ook al betekende dit dat er bijvoorbeeld materiaal uit de middenbouw gehaald moest worden. Fysiek zat zij in de kleuterklas, maar omdat het zo gewoon is dat elk kind op zijn eigen niveau werkt, viel het ook niet op wanneer zij andere lesstof deed. En ook nu in de middenbouw wordt de lesstof aangepast aan de leerbehoeften.

Gemengde groepen

Een groot voordeel daarin vind ik de bouwgroepen in het Montessori onderwijs. Dit vond ik een van de belangrijkst meewegende argumenten in onze overwegingen voor Montessori onderwijs. Tegenwoordig zijn er bijna in elke school wel kleuterklassen met gemengde groep 1 en 2, maar in deze school is er daarnaast ook sprake van de middenbouw (groep 3, 4 en 5 gemengd) en de bovenbouw (groep 6, 7 en 8 gemengd). Elke bouw heeft zijn eigen ‘unit’, wat in de praktijk inhoudt dat elke bouw in een ander gedeelte van de school zit, met een eigen gemeenschappelijke ruimte. Hoewel er 4 klassen zijn, is dit in de praktijk minder star: zo kunnen met een les nieuwsbegrip kinderen uit de verschillende klassen bij elkaar worden gezet. Of zitten leerlingen uit verschillende klassen met elkaar in de gemeenschappelijke ruimte te werken.

Verschillende leeftijden in één groep

Wat ik vooral fijn vindt aan de gemengde leerjaren, is dat het ook hier weer dichter bij de natuur staat: ook in gezinnen moeten de meeste kinderen leren omgaan met oudere of jongere broertjes of zusjes. Soms vergt dat een meer coachende rol naar jongere kinderen, soms wordt je uitgedaagd om iets ook te kunnen, zoals een oudere leerling. Bovendien is er voor een kind meer keuze in de aansluiting op sociaal gebied. Het leert dus ook belangrijke sociale vaardigheden. Een ander voordeel van de gemengde leerjaren is dat het niet opvalt of uitmaakt op welk niveau een kind werkt. Er is geen gevoel van uitzondering, want elk kind volgt in feite zijn eigen leerlijn.

Geen klassikaal onderwijs

Wat meteen opvalt als je een bezoekje neemt in een Montessori school is dat er in een klas heel anders wordt gewerkt dan in een reguliere school. Er wordt bijna geen klassikaal onderwijs gegeven, waardoor het kan zijn dat de kinderen uit een klas verschillende dingen doen. Uiteindelijk moeten zij wel bepaalde weekdoelen bereiken, maar de indeling van hun planning mogen zij voor een groot gedeelte zelf bepalen. Als er bijvoorbeeld lesjes worden gegeven, worden hier de kinderen bij gevraagd die deze les nodig hebben. Dat hangt dus af van het niveau van een leerling. In het geval van Meia, die lezend binnenkwam in de groep 3, betekende dat zij geen lesjes in het leren lezen hoefde te volgen. Dit voorkomt veel frustratie en zorgt voor veel efficiënter onderwijs: zij kon meteen met verwerkingsopdrachten aan de gang.

Brede ontwikkeling

Een ander zeer waardevol argument voor ons was het onderwijsaanbod. Deze school gelooft in een brede ontwikkeling, en hecht niet alleen waarde aan de vakken zoals taal en rekenen, maar steekt ook veel tijd en energie in de creatieve en sociaal-emotionele kant van het kind. Zo is er een samenwerkingsverband met de kunst- en cultuurschool uit de regio, waardoor alle kinderen elk jaar een aantal gastlessen hebben op gebied van dans, drama of beeldende kunst. Er zijn extra gymlessen, omdat zij een gezonde school zijn en er is een vakdocent voor muzieklessen die ze wekelijks krijgen. Er zijn geen zaakvakken, zoals biologie, geschiedenis of aardrijkskunde, maar er wordt gewerkt met Kosmisch onderwijs.

Kosmisch onderwijs

Kosmisch onderwijs is ook een typisch begrip uit het Montessori. Ook deze manier van lesgeven gaat over meerdere jaren heen. Er wordt namelijk gewerkt in thema’s. Op dit moment is er in de kleuterklas bijvoorbeeld het thema herfst en in de middenbouw wordt stilgestaan bij het ontstaan van de aarde. Hierin zijn alle lessen verweven, waardoor er gewerkt wordt met een natuurlijke samenhang tussen de vakken. Ook bijvoorbeeld de kunstzinnige verwerking valt in het kosmisch onderwijs.

Blij met de school

Sinds mijn kinderen naar school gaan, met ik met terugwerkende kracht jaloers op ze: zat ik maar op deze school! Het is zo leuk om te zien hoe een groep kinderen samenwerkt aan een project in het theater, of om uitgenodigd te worden op de slakkententoonstelling van je zoontje uit de kleuterklassen. Het schoolsysteem klopt gewoon. En ik ben er echt van overtuigd dat je een school moet kiezen die past bij je kind. En in ons geval, met drie kinderen, is dat best spannend, omdat je nog niet weet of het schoolsysteem bij alle kinderen past. Maar die twijfel wordt steeds minder: de flexibiliteit van de leerkrachten, het meedenken over hoe je kind werkt en wat het nodig heeft en de vele mogelijkheden om daarop aan te sluiten geven het vertrouwen dat dit goed komt. Plus het feit dat ik er van overtuigd ben dat deze manier van lesgeven de natuurlijke manier van leren van kinderen het beste benaderd van de beschikbare onderwijsvormen.

Frustratie door niet kunnen praten

Frustratie door niet kunnen praten

Gefrustreerde dreumes

Mijn jongste zit in de frustratiemodus. Sinds een paar weken vertoont onze 16 maanden oude dreumes heuse driftbuien, schreeuwpartijen en andere frustratieperikelen. En ik moet zeggen dat het redelijk nieuw voor me is, zelfs bij de derde. Onze oudste dochter en onze zoon hebben natuurlijk ook wel momenten van frustratie gekend, maar deze hadden over het algemeen een andere oorzaak.

Taalontwikkeling

Meia begon woordjes te zeggen toen ze amper 9 maanden oud was, en toen ze haar eerste verjaardag passeerde, sprak ze inmiddels in korte zinnetjes. Lange tijd heb ik gedacht dat onze zoon, die na haar kwam, laat was met praten. Maar later besefte ik dat het andersom was: Meia was gewoon zeer snel en Fosse heel gemiddeld. Er is een dalende trend zichtbaar, want Signe is voor mijn gevoel laat met praten. Ze leek er tot voor kort gewoon geen zin in te hebben. Sterker nog, het was ook helemaal niet nodig!

Zelf regelen

Als Signe iets wilde, dan ging ze het gewoon zelf halen. Desnoods schoof ze de triptrapstoel van Fosse naar de tafel, om vervolgens via die stoel op de eettafel te klimmen om de beker limonade te pakken waar ze haar zinnen op had gezet. Of ze sloop naar de keuken, om de carrouselkast open te draaien en zichzelf te voorzien van rozijnen of zoute stengels. Ja, Signe die regelde het wel. Als we naar buiten gingen, kwam ze zelf met haar jasje aan lopen of ging ze op de trap zitten zodat we haar schoenen konden aan doen. Ze begreep gewoon alles en liet dit duidelijk merken in haar handelen. En was het een keertje niet duidelijk genoeg voor ons, of ging het gewoon niet snel genoeg, dan zette ze simpelweg een keel op. Van vier kanten kwamen dan aangeboden spullen, handen die haar iets voorhielden of gewoon maar wat aandacht gaven waardoor onze klapperende trommelvliezen even rust kregen.

Niet begrijpen

Helaas merkt Signe nu steeds vaker dat haar acties ontoereikend zijn voor haar plannen die zich meer en meer uitbreiden en steeds specifieker worden. Het lukt haar nog onvoldoende om duidelijk te maken dat ze wil eten, maar dan niet in haar kinderstoel wil zitten. Dat ze met een vork wil eten, maar alleen die van papa. Dat ze geen wortels wil, maar alleen het vlees en óók dat van haar broer en zus. Dat we haar dan niet begrijpen en doodleuk haar eigen vork voorhouden of als Meia en Fosse gewetenloos hun eigen bord leeg eten, is voor deze dreumes blijkbaar een constante kwelling. En een gegronde reden om het op een schreeuwen te zetten, op een toonhoogte waarop alle honden in een straal van 5km rond ons huis aanslaan.

Frustratie

Ja, en als deze harteloze gezinsleden dan ook nog beginnen te lachen om het vaak komische tafereel, dan is er helemaal geen houden aan. Compléét over de pies is ze dan. Want hoe dúrven we maar één cupcake aan haar te geven, terwijl de bakplaat nog vol staat met andere cupcakes. Wijzend, stampvoetend en gillend heeft ze het drie kwartier volgehouden om er nog eentje te krijgen. Wat een uithoudingsvermogen. Frustratie alom. En ik had toch wel met haar te doen. Soms verzandt ze zo diep in een driftbui, dat we haar niet mee goed bereiken. Ze slaat wild om zich heen, schudt haar hoofd alle kanten op en verzet zich als je haar wil knuffelen. Dat alles begeleidt door een vocale ondersteuning op standje gehoorgestoord. Iedere keer hoop ik maar dat ze begint te praten, zodat ze zichzelf beter kan uitdrukken en wij beter op haar behoeften kunnen afstemmen. Het blijft voor alle kanten zoeken en een proces van trial and error.

Zich kunnen uitdrukken

Ik heb heel erg het idee dat Signe op een andere manier leert dan onze andere twee kinderen. Meia begon gewoon met praten en is sindsdien niet meer gestopt, het ontwikkelde zich in sneltreinvaart. En nog steeds trouwens. Fosse kabbelde rustig voort, maar toen hij de smaak te pakken had, kon hij zich ook steeds gemakkelijker genuanceerd uitdrukken. Signe begrijpt alles, slaat alles in zich op en laat met handelen zien dat zij niet onderdoet als persoontje voor de rest van het gezin. Ik heb het vermoeden dat Signe observeert en ondertussen haar passieve taal steeds meer opbouwt. En áls ze dan gaat praten, dat dan direct het hek van de dam is. Maar misschien zit ik wel mis, misschien duurt het nog een eeuwigheid en blijft ze krijsen en wijzen om haar zin te krijgen.

Baby- en kindergebaren

Laatst was er een moeder van een vriendje van Fosse bij mij. Ze vertelde over baby- en kindergebaren die ze bij haar zoon had gebruikt. Het had geholpen om dingen duidelijk te maken voordat hij de woorden kon uitspreken. Dat leek me wel wat! Wie weet neemt het de frustratie van nu weg en kan het een brug vormen tussen de huidige situatie en het praten. Dus kreeg ik twee dvd’s te leen en heb ik de app ‘kwebl’ gedownload, om me te verdiepen in de gebaren. Ik ben heel benieuwd welke uitwerking dit zal hebben op de jongste. Misschien vergroot het de motivatie om toch maar te gaan praten, we zullen het zien. Ik houd jullie op de hoogte!

De haren doen van je dochter

De haren doen van je dochter

Kinderkapsel kunsten

Jemig, wat heb ik me daar op verkeken zeg! Kreeg ik een dochter (dat was sowieso al een verrassing), en sta ik nu een paar jaar later elke ochtend te klungelen in de lange haren van haar. Wat een crime! Achteraf misschien maar goed dat ze haar eerste twee jaar hartstikke kaal bleef, scheelde een hoop stress en faalervaringen in de ochtend en een hoop gezucht en gesteun van dochterlief. Maarja, toen ze tegen de 3,5 jaar liep, had ze inmiddels toch echt wel een serieuze bos haar en moest ik verzinnen wat ik daar nu mee wilde.

Knipervaring

Opgegroeid als ‘tomboy’ en ‘one of the guys’ had ik nou niet bepaald de interesse, vaardigheden of het geduld ontwikkeld in mijn kindertijd om de haren van my little pony te vlechten. Nee, de enige ervaringen die ik had omtrent kapsels en haren doen in mijn jeugd, was de (voor mijn moeder traumatische) gebeurtenis waarin mijn buurjongen en ik elkaar op vierjarige leeftijd een knipbeurt gaven. Jawel, tot aan kale plekken toe. Vol trots kwam ik de trap af om mijn moeder het resultaat te tonen. Ze was iets minder enthousiast dan ik, jammer genoeg. Een andere ervaring was op iets latere leeftijd, toen ik een knuffelkonijn kreeg van mijn gloednieuwe stiefvader die ik vervolgens demonstratief helemaal kaal knipte. Maar daar houdt mijn ervaring wel een beetje op.

De sores van de kinderharen

Ik merkte dat het haar van Meia al snel wat lijzig viel en als het los hing binnen de kortste keren tot een sliertige klittenbos transformeerde. De krullen die zij tot haar derde jaar zo makkelijk droeg, veranderden langzaam in steil haar. Dat vroeg om een kapsel, om verzorging. Dus, toen de tijd rijp was, probeerden we diverse kappers, wel of geen pony, laagjes, schuine pony, etc. Maar zodra ze het los droeg, kwamen er steevast klitten. Bovendien bleven mijn ‘creaties’ nooit zitten. Ik kwam niet verder dan een paardenstaart of simpele vlecht, maar door de laagjes piepten er steeds haren uit en zakte alles tenslotte uit.

Speldjes

Jaloers keek ik dan naar de prachtige ingevlochten hoofden, artistieke kunstwerken met matchende elastiekjes, spelden of diademen. Waar halen die moeders in vredesnaam de tijd vandaan? En hoe lukt het hen om zoveel speldjes en elastiekjes voorhanden te hebben? Want als ik mijn dochter een speldje in doe, kan ik er vergif op innemen dat deze aan het einde van de dag kwijt is. Volgens mij eet ze ze stiekem op.

Invlechten

Mijn schoonzusje heeft me een keertje tijdens een familieweekend de fijne kneepjes van het invlechten geleerd, voor zover dat lukte. Want tja, dat gepiel is toch niet helemaal mijn ding geloof ik. Maar voor mijn dochter wilde ik mijn best doen om het onder de knie te krijgen, zodat zij ook mooie kapsels had en er verzorgd bij liep. Dus oefende ik de dagen en weken erna op het invlechten, en het lukte zowaar best aardig na een paar maanden.

Staart

De kapsels waren dus uitgebreid naar 3 variaties: staart, vlecht en invlecht. Maar als het aan Meia lag, koos ze steevast voor een staart. Lekker snel. Kon ze vlug weer verder spelen. Gedoe allemaal in je haar, moest ze niks van hebben. Ondertussen kampte mijn buurvrouw met hetzelfde ‘probleem’. Ze had echter intussen iemand gevonden die de meest prachtige kunstwerken met vlechten kon maken in de haren van je kind.

 

haren haar kind meisje dochter knippen kammen kapper vlechten staart invlechten speldjes kapsel

Professioneel haren doen

Dus besloten we onze kapselkennis nog verder uit te breiden en eens bij haar op cursus te gaan. Ze gaf heuse vlechtcursussen bij haar thuis, op echte kapperspoppen. Eenmaal daar, maakten we, samen met een andere dame en heer (ja echt!) kennis met de basics in het vlechten. In sneltreinvaart probeerden we allerlei variaties van vlechten en andere kapsels en ik werd zowaar enthousiast! Zelfs met mijn onervaren en ongeduldige handen lukte het soms om een best aardige vlecht te maken.

Vlechten op poppen

Misschien scheelde het dat dit hoofd gewoon mee boog als je aan de haren trok, stil bleef zitten tussendoor en geen jammerende geluiden maakte als je eens hardhandig een klit uit elkaar trok. Maar toch, het gaf een beetje hoop. Zeker toen aan het einde van de cursus nog een ‘simpele’ variant op een staart werd gedemonstreerd: die kon ik vast nog wel verkopen aan mijn dochter!

En nu in het echt…

Vol energie stortte ik me dus de volgende ochtend op de warboel op het hoofd van mijn dochter. Die ontving mijn enthousiasme gapend, met een lang gezicht en vergezeld van diepe zuchten en wegdraaiende ogen. Tot zover de ijdelheid van mijn zesjarige. Afijn, toen ik mijn verkooppraatje afstak en de succesfactoren ‘snel’ en ‘staart’ liet vallen, aangedikt met de belofte dat er ’s avonds geen klitten zouden zijn, kreeg ik met Gods gratie permissie om dan maar haar haren te doen.

Gelukt!

Waar de cursusleidster het deed voorkomen alsof dit varkentje zo gewassen was, bleek de werkelijkheid toch anders. Ik kom steevast 3 handen tekort om alle slierten haren vast te houden en vraag me vervolgens fronsend af hoe het einde nou ook alweer moest worden gedaan. Plus dat de tijd die ervoor staat met factor 20 moet worden vermenigvuldigd. In mijn geval dan.

Maar, al met al, was ik tevreden. En YES! Meia was er blij mee! Ze was zelfs zo blij, dat ik de volgende dag nog een keer ‘iets leuks’ mocht doen. En blij, dat ze complimenten kreeg van anderen. En vooral heel blij dat er inderdaad ’s avonds een stuk minder klitten uit te kammen waren. Wie weet komt het dan toch nog goed met mijn skills.