Archief van
Maand: oktober 2016

Het reptielenbrein van je kind

Het reptielenbrein van je kind

Over hersenen en driftbuien

Wel eens gehoord van het reptielenbrein? Dat is het deel van ons brein dat ervoor zorgt dat je kind zo nu en dan op een exploderend stukje vuurwerk lijkt, zich gillend en stampend op de vloer laat vallen of je voor van alles en nog wat uitmaakt als het allemaal tegenzit. Natuurlijk is dit (gelukkig) niet dagelijkse kost voor de meeste mensen, maar iedereen kan zich er wel een beeld bij vormen.

Hersenfuncties

Hersenfuncties zijn behoorlijk ingewikkeld, maar soms helpt het je als ouder te begrijpen waarom je kind zo doet, als je iets meer snapt over hoe de hersenen werken. Dit geldt trouwens niet alleen voor kinderen: ook wij volwassenen kunnen soms last hebben van een dominerend reptielenbrein. Ik zal uitleggen hoe het werkt.

Lastige gevoelens

Eigenlijk gaat het nog verder dan er niet zoveel van weten. Ik sprak al eerder over emotionele inflatie. Ik denk nog steeds dat dát vooral aan de oorzaak ligt van het meeste klachtgedrag. Nederlanders, ikzelf inclusief, zijn nog altijd die nuchtere mensen. De mensen met het motto ‘doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg’. Stilstaan bij je gevoelens of er zelfs over praten, dat is vaak ‘eng’, ‘gek’ of ‘lastig’.

Prefrontale cortex

Dat laatste klopt trouwens. Want gevoelens zijn behoorlijk ingewikkeld. Zonder zweverig te zijn: gevoelens zijn ook gewoon een product van onze hersenen en hebben belangrijke functies in de omgang met anderen. Door de jaren heen zijn onze hersenen steeds beter gaan werken en hebben verschillende vaardigheden zich beter ontwikkeld. We hebben als mensen, in tegenstelling tot de meeste dieren, bijvoorbeeld als enige een gedeelte in het brein dat ingewikkelde functies heeft zoals plannen, prioriteiten stellen, overzicht houden, beslissingen nemen, etc. Dit zijn de executieve functies waar ik al eerder over schreef. Deze zitten in de prefrontale cortex, aan de voorkant van je hersenen, zo’n beetje achter je voorhoofd. Deze functies zorgen ervoor dat wel weloverwogen en bedachtzaam dingen kunnen doen, dat we rekening houden met anderen en met de omgeving. Met andere woorden, dat we menselijk reageren op verschillende situaties.

Stress en gevaar

Wanneer je kind zich echter gillend en krijsend uit je armen werkt, de beker uit je handen slaat, keihard “stomme mama!” gilt of hysterisch huilend over de grond dweilt, lijken deze vaardigheden toch ver te zoeken. En dat is ook precies wat er aan de hand is. Want op het moment van stress, is de prefrontale cortex (die van de handige vaardigheden) als het ware even niet beschikbaar.

Overlevingsreacties

Je zou het zo kunnen uitleggen: als je kind stress of spanning ervaart (even los van het feit of dit nou ‘terecht’ is of niet), klapt het voorste gedeelte van het brein even weg, waardoor het brein regelrecht gebruik maakt van het stuk daarachter: het reptielenbrein. Dit is het stuk brein wat als eerste is ontwikkeld bij zoogdieren, en direct ook het belangrijkste stuk brein om te overleven. Het wordt geactiveerd bij stress. Want stress wordt nog altijd gelabeld als ‘gevaar’ door je brein. En je reptielenbrein kan dan drie dingen doen om daarop te reageren:

  • vechten (‘fight’)
  • verlammen (‘feeze’)
  • vluchten (‘flight’)

Woedeaanvallen

En dat is wat je ziet bij je kind: vechten. Maarja, tegenwoordig zijn er nou niet bepaald loerende sabeltandtijgers om je tegen te verweren. In ons land is er gelukkig maar weinig concreet gevaar om op te reageren. Je lijf maakt daar echter geen onderscheid tussen en reageert hetzelfde op alle vormen van stress: het schakelt over naar je reptielenbrein en je prefrontale cortex is dan niet meer beschikbaar. Dus vertoont je kind eigenlijk heel normaal gedrag: het verdedigt zich, wat zich bijvoorbeeld uit in driftbuien, woedeaanvallen of ander licht ontvlambaar gedrag.

Kalm brein

Dat is leuk en aardig, maar vervolgens zit je natuurlijk wel met een hysterisch kind waar je niks mee kunt. Wat is de oplossing? Eigenlijk is er maar één oplossing. Het klinkt simpel, maar dat is het helemaal niet. Als je kind in stress zit, kan het niet meer goed nadenken. Hetzelfde geldt voor ons als volwassenen: als je opgefokt en boos bent, trap je het liefst tegen de prullenbak of flap je er ineens wat uit. Dan kun je niet rationeel bedenken ‘misschien moet ik zus of zo doen’. Dat lukt pas wanneer je gekalmeerd bent. En dat is precies wat je kind nodig heeft: kalm worden.

Executieve functies

Je prefrontale cortex, en daarmee je executieve functies van je kind zijn pas weer beschikbaar bij een kalm brein. De eerste taak van de omgeving is dan ook: zorg dat je kind kalmeert! Maar dat is lastig, als je kind jou met zijn boosheid kwetst, irriteert of tot wanhoop drijft! Dan wordt namelijk je eigen reptielenbrein geactiveerd, waardoor rustig reageren ook geen optie lijkt te zijn.

Reguleren

Soms is daarom de eerste stap om eerst zelf te kalmeren. Als volwassenen heb je namelijk al meer vaardigheden geleerd door de jaren heen om jezelf te helpen weer kalm en rustig te worden. Je hebt geleerd je gevoel te reguleren. Dat is nou juist de vaardigheid die bij je kind nog ontbreekt, en waar je als ouder zo hard voor nodig bent. Zodra je zelf weer rustig bent, is het daarom voor je kind hard nodig om nabij te blijven: want als het voelt en merkt dat het gezien en gehoord wordt, weet het: ik ben niet alleen, mijn moeder/vader ziet me, ze weten ervan. Dat helpt om sneller rustig te worden.

Waardevol

In het reguleren kun je als ouders een heleboel doen om je kind te leren hoe het met deze heftige gevoelens om kan gaan. Hier komen termen bij kijken zoals emotieregulatie, mentaliseren, spiegelen… Vaardigheden die jammer genoeg geen gemeengoed zijn voor veel mensen vandaag de dag. In therapie merk ik dan ook dat op dit terrein in de behandeling van kinderen en gezinnen veel winst te behalen is. Als ik ouders of gezinnen in therapie heb, gaat er soms een wereld voor hen open wanneer  we ingaan op dit stuk van gevoelens. Ik ben benieuwd of dit bij anderen ook herkend wordt?

 

15 Voordelen van een nanny

15 Voordelen van een nanny

De voordelen van opvang aan huis

Eerder schreef ik al over onze zoektocht naar goede opvang aan huis. Het ging niet van een leien dakje, maar uiteindelijk was het driemaal scheepsrecht. En wat zijn we er blij mee! Zelfs zo blij, dat we hebben besloten om onze nanny aan te houden nu de oudste twee kinderen naar school gaan. En daar zijn meerdere redenen voor. Vandaag neem ik je mee in onze ervaringen en voordelen van opvang aan huis.

Verschillende nanny’s

Pas toen onze jongste was geboren, was de opvang eindelijk geregeld. Gelukkig, want na drie maanden zou ik alweer aan het werk moeten. Het was best even wennen: normaal gesproken ga je als ouders langs een opvanglocatie, maar nu zijn de rollen omgekeerd. Het eerste gesprek voelde een beetje als een informeel sollicitatiegesprek waarin we van beide zijden informatie vroegen over de gang van zaken.

Doordat we daarvoor al noodgedwongen veel gesprekken met zowel gastouders als nanny’s hadden gevoerd, wisten we dat er per persoon behoorlijke verschillen konden zitten in de aanpak van zaken. Omdat het nu bij ons thuis zou zijn, was het vooral de nanny die zich naar de situatie moest voegen. En dat bracht met zich mee dat we ineens moesten nadenken over hoe we wilden dat de dingen zouden gaan tijdens de opvang. Op zich heel fijn, maar ook best lastig omdat we meestal intuïtief opvoeden (zoals de meeste ouders trouwens) en nooit echt stil stonden waarom de dingen gaan zoals ze gaan.

Handleiding van je gezin

Daarom besloot ik een soort ‘handleiding’ te schrijven over ons huishouden, want gaandeweg kwam ik er achter dat er toch behoorlijk wat rituelen en gewoontes zijn in ons gezin, die ik graag in stand hou. Want voor mij is het grootste voordeel en doel van opvang aan huis, dat het leven van de kinderen zoveel mogelijk gewoon doorgaat. Dat ze zich thuis gewoon thuis blijven voelen en zich niet, zoals op school, hoeven te voegen naar een situatie. Al schrijvende, werden deze richtlijnen steeds meer. Gelukkig had ik de eerste week dat de school begon zelf nog vrij. Dat was ook het moment dat de opvang begon, zodat we die week konden gebruiken om ‘in te werken’. Onze nanny werd op deze manier wegwijs in onze gebruiken en we hadden voldoende tijd om elkaar te leren kennen.

15 voordelen van een nanny

Na deze week begonnen we beiden ‘voor het echie’. Het was veel minder spannend dan toen ik Meia en Fosse wegbracht naar de opvang. Signe kon gewoon lekker in haar bedje blijven slapen en ik kon op de fiets naar mijn werk, omdat ik tijd overhield doordat ik de kinderen niet weg hoefde te brengen. En naarmate ik weer wat langer aan het werk was, kwamen we achter nog veel meer voordelen van opvang aan huis. Ik noem enkele voordelen in onze situatie:

  1. Je hebt gewoon recht op kinderopvangtoeslag van de belastingdienst, zoals je dat ook hebt bij andere vormen van kinderopvang. In veel gevallen is het niet duurder dan wanneer je je kind(eren) wegbrengt naar de opvang.
  2. Bij ons kwam er ook het voordeel bij dat we de voorschoolse opvang konden opzeggen van Meia: voorheen ging ze nog een half uurtje naar de voorschoolse opvang, nu kan ze gewoon thuis blijven tot onze nanny de kinderen naar school brengt.
  3. Een extra voordeel was dat we in totaal minder uren opvang kwijt waren. Dit kwam simpelweg doordat we tijd uitspaarden in het wegbrengen en ophalen van de kinderen. In plaats van eerst de halve stad door te rijden naar de opvang en daarna de andere helft van de stad door te rijden naar het werk, was het nu thuis gedag zeggen en direct naar het werk. Een stuk efficiënter!
  4. Er kwam véél meer rust in het gezin. Natuurlijk is het ochtendritueel nou niet bepaald het toonbeeld van mindfulness, maar toch merkten we verschil: de kinderen hoefden niet meer om half 8 aangekleed in de auto te zitten, waarbij ze al ontbeten hadden en alle spullen bij zich hadden voor school, etc. Nee, nu kunnen ze wat later uit bed komen, rustig eten en eventueel nog hun haren doen als wij al de deur uit zijn.
  5. Helemaal fijn wanneer er bijvoorbeeld een studiedag of roostervrije dag van school is: kunnen ze gewoon blijven liggen (theoretisch dan, want het is nog nooit voorgekomen dat ze bij ons ná achten wakker werden). Of een pyjamadag houden, héérlijk.
  6. Ik vind het zelf een heel fijn idee dat de kinderen naar school worden gebracht (en gehaald) door een vertrouwd persoon. Dan is er nog een stukje overdracht mogelijk tussen school en thuis en kunnen onze kinderen de nanny ook vertellen waar ze mee bezig zijn, etc. Onze nanny helpt zelfs mee met de lunches op school, in de klas van Fosse. Het maakt de afstand een stuk kleiner.
  7. Een nanny houdt rekening met je (opvoed)wensen van de kinderen, je kunt aangeven wat je belangrijk vindt en waar ze op kan letten. We gebruiken een heen-en-weer-schriftje om bij te houden hoe de dagen gaan en bespreken daarnaast ook dingen die er opvallen of gebeurtenissen.
  8. Omdat de nanny aan huis is, kan zij thuis ook (lichte) huishoudelijke taken uitvoeren. We hebben nu de middelste ook naar school is nog maar één kind full time thuis. Daardoor is er extra tijd vrijgekomen voor wat huishoudelijk werk. Dat scheelt aanzienlijk op de dagen dat ik vrij ben.
  9. Zoals de meeste gezinnen hebben we vaak een druk programma door de weeks. We sporten graag en regelmatig, waardoor we vaak weinig tijd hebben om te koken. Gelukkig helpt onze nanny ons door alvast het eten te snijden, schillen, ontdooien of zelfs klaar te maken. Dit scheelt veel tijd op met name de ‘sportavonden’.
  10. Een ander voordeel van het ‘doorgaan van het gewone leven’ is dat onze kinderen niet worden belemmerd in bijvoorbeeld het afspreken met vriendjes en vriendinnetjes: die kunnen ze gewoon mee naar huis nemen.
  11. Hetzelfde geldt voor naschoolse activiteiten zoals sportclubjes, zwemles of kinderfeestjes. Ook deze kunnen gewoon doorgaan en onze nanny kan onze kinderen halen en brengen als dat nodig is.
  12. Wat één van de hoofdredenen was om te kiezen voor opvang aan huis, i.p.v. bij een gastouder thuis, was dat de baby gewoon zou kunnen blijven slapen in haar eigen bedje. Doordat er geen haal- en brengmomenten meer waren, was er meer rust. Bij Meia en Fosse kwam het wel eens voor dat de noodgedwongen uit hun slaap werden gewekt omdat ze de auto in moesten. Dit vond ik erg belangrijk, omdat Signe al noodgedwongen mee moet om haar broer en zus naar school te brengen of ervandaan te halen.
  13. De kinderen blijven in hun eigen, vertrouwde omgeving, met hun eigen spullen, speelgoed en buurt. Ze kunnen met hun vriendjes en vriendinnetjes spelen, hebben altijd speelgoed dat aansluit bij hun interesse en bovendien kunnen ze alles blijven doen wat ze normaal doen thuis. Als ze zin hebben om cakejes te bakken, te knutselen of te fietsen kan dat gewoon, omdat we daar zelf in faciliteren.
  14. Een nanny kan je soms uit de brand helpen. Er ineens achter komen dat de tandpasta op is bijvoorbeeld: het scheelt een logistieke uitdaging wanneer de nanny deze op haar gemak kan halen. Hetzelfde geldt voor brieven posten, de bieb boeken terugbrengen of andere kleine klusjes.
  15. Een nanny heeft andere kwaliteiten en gebruiken dan wij. Dat zie ik als een verrijking. Ik heb bijvoorbeeld niet zoveel ideeën voor knutselactiviteiten, waar onze nanny dat juist leuk vindt om mee aan de slag te gaan. En ze neemt ze mee op sleeptouw, naar speeltuinen of voor een spontane lunch bij de Happy Italy. Zo wordt elke dag een feestje voor de kinderen en wordt elke dag het cliché bevestigd: zolang de kinderen gelukkig zijn, zijn de ouders dat ook!

Als ik eerder van de mogelijkheden van opvang aan huis had af geweten, had ik er eerder voor gekozen. Ik hoop dan ook dat meer mensen zullen beseffen dat het niet alleen is weggelegd voor de rijken: het is echt het uitzoeken waard! Ik ben erg benieuwd voor welke vorm van opvang jullie kiezen en met welke reden. Of hebben jullie andere voordelen die nog niet in het lijstje staan? Ik hoor ze graag.

Van gastouder naar nanny

Van gastouder naar nanny

Opvang aan huis

 

“We hebben een nanny. Na 4 jaar gastouder zijn we nu gelukkig met opvang aan huis. Dat klinkt decadent en dat is het ook best wel. Ik dacht tot nog niet zo lang geleden dat het ook absoluut niet voor ons was weggelegd. Dat het onbetaalbaar zou zijn. Want zeg nou zelf, bij een nanny denk je toch direct aan Gooische Vrouwen? Ik wel althans. Maar de werkelijkheid is gelukkig anders.”

 

Welke soort opvang kies je?

Toen we ons eerste kindje verwachtten kwam ook meteen de taak erbij om opvang te zoeken. Aangezien onze beide ouders nog werkzaam waren (en zijn), was opvang door opa’s en oma’s helaas niet voor ons weggelegd. Aan ons de taak om, nog voor ons kindje er überhaupt was, uit te zoeken wat voor soort opvang we wilden. En eigenlijk merkte ik al vrij snel: ik wil geen kinderopvang, ik wil gastouderopvang. Maar ook in de wereld van gastouders was het een behoorlijke zoektocht. Hoe weet je in vredesnaam waar je goed aan doet? Bij een kinderopvanglocatie weet je in ieder geval de plek en de mensen bij wie je kindje terecht komt. Bij een gastouder wordt je gekoppeld, dus weet je niet direct waar en bij wie je kind terecht komt.

Gastouderbureau

Als ik keuzes lastig vindt, stel ik ze uit. Helaas gaat dat bij een zwangerschap nou net niet zo makkelijk. En toen mijn buurvrouw zich had ingeschreven bij een gastouderbureau, besloot ik me voor het gemak bij hetzelfde bureau in te schrijven. Bij het eerste contact met de medewerksters, bleek ik deze persoon nog van een eerder werkverleden te kennen. Hiermee was direct het ijs gebroken, want zij kon mij en mijn wensen redelijk inschatten, dus stelde zij direct een gastouder voor. Ik kreeg haar nummer en belde voor een kennismakingsafspraak. En wat bleek? Deze gastouder was een oud-klasgenoot van mij en Stefan! Alsof het zo had moeten zijn.

Als je gastouder stopt…

Hierna volgde 4 jaar van opvang bij de gastouder thuis, waarover we zeer tevreden waren. Na 2 jaar opvang werd Fosse geboren, en hij werd net als Meia met liefde ontvangen door ons, maar ook door onze gastouder. Toen ik zwanger was van Signe voorzag ik daarom geen problemen, we waren immers tevreden over de opvang. Helaas besloot onze gastouder, met pijn in haar hart, te stoppen met het gastouderschap, om haar studie te kunnen afmaken. Dat was een dikke tegenvaller! Na vier jaar intensief contact moesten we ineens iets anders verzinnen voor ons grut.

Financieel aantrekkelijk

We bezochten de ene na de andere gastouder, maar geen enkele gastouder kon aan onze vorige tippen. Bij iedereen had ik wel wat aan te merken: te ver weg, geen vervoer, te druk, te klein huis, te steriel, te star… Ik raakte hoe langer hoe meer gefrustreerd in onze zoektocht. Totdat iemand van het gastouderbureau me vroeg of ik wel eens had nagedacht over opvang aan huis. Ik keek haar met opgetrokken wenkbrauwen aan: grapje zeker!? Dat kan ik toch nooit betalen! Maar toen ze uitlegde dat opvang aan huis vanaf 3 kinderen zelfs financieel aantrekkelijker is, raakte ik toch geïnteresseerd. Ik besloot het uit te zoeken.

Nanny

Tot nu toe had ik gezocht op ‘gastouder’, maar zodra ik de zoekterm ‘nanny’ begon te gebruiken, bleek er een heel nieuw aanbod in opvangmogelijkheden te bestaan! Er ging een wereld voor me open. En wat nog leuker was: dit was inderdaad in de meeste gevallen voordeliger! Met hernieuwde energie stortte ik me in de zoektocht. Intussen was ik hoogzwanger en we hadden in totaal maar twee maanden om nieuwe opvang te vinden. In plaats van op bezoek gaan, kwamen de mensen nu bij ons thuis. Dat was gek, alsof ze op sollicitatiegesprek kwamen bij ons. Na een paar gesprekken kwam er (wederom) een oud-bekende uit Stefans jeugd: het leek kat in het bakkie. Opgelucht spraken we af wanneer ze kon beginnen en nam ik mezelf voor nu eindelijk van de laatste loodjes van de zwangerschap te genieten.

Tegenvallers

Helaas werd er een paar weken later roet in het eten gegooid. Ze was toch teruggekomen op haar beslissing vanwege privé redenen. Ik kon wel janken. Met nog een paar weken voor de kleine zou komen, moesten we weer van voren af aan beginnen. Opnieuw dook ik de papieren in en plande afspraken voor kennismaking. Gelukkig hadden we kort daarop een ontzettend leuke ontmoeting met een vrolijke en enthousiaste meid. We kregen weer hoop en toen het contract alleen nog maar ondertekend hoefde te worden, durfde ik te hopen dat het nu eindelijk geregeld was.

Nog steeds geen opvang

Niet lang daarna werd Signe geboren, na een heftige bevalling. Door omstandigheden (later meer hierover) moesten we daarna nog een week in het ziekenhuis blijven. Toen Steef in die week met de kinderen langskwam, bracht hij slecht nieuws: onze nanny had een vaste baan in het onderwijs aangeboden gekregen, die ze had aangenomen. Dat was een enorme tegenvaller. We hadden de mazzel dat het bijna zomervakantie was en we tot die tijd mijn verlof, Steef z’n vrije dagen en het gulle aanbod van oppassen door mijn schoonzus hadden. Maar er was wel haast bij om de opvang te regelen. Inmiddels was ik de hoop wel een beetje verloren. Zou het ons ooit nog lukken om een goede nanny te vinden?

Eind goed…

De laatste kandidaat voelde zich ook lullig naar ons toe, en had om die reden haar nichtje voorgesteld die misschien interesse had. We besloten het erop te gokken en haar uit te nodigen, maar durfden nergens meer op te hopen. Het gesprek verliep echter boven verwachting goed en er was duidelijk een klik. Het meisje was rustig maar zelfverzekerd, ze had ervaring in de kinderopvang en ook met oppassen bij bekenden. Ze toonde zich flexibel, lief naar de kinderen en hield rekening met onze wensen.

Van het een kwam het ander, en toen de contracten getekend waren, was het dan eindelijk definitief: we hadden een nanny! Eindelijk konden we opgelucht adem halen. Er viel een last van onze schouders. En wat was dit fijn, opvang aan huis! In het tweede deel ga ik dieper in op de voordelen van een nanny en onze ervaringen uit de praktijk.

 

Gevoelige periodes bij kinderen

Gevoelige periodes bij kinderen

Leren in de gevoelige periodes

Iedereen heeft er wel eens van gehoord: de kritische of gevoelige periode waarin een kind het beste iets leert. Eigenlijk is dat ook de grootste reden waarom kinderen al vanaf jonge leeftijd naar school gaan (moeten): omdat er in de kindertijd de meeste gevoelige periodes zijn om iets te leren. De ervaringen uit je kindertijd zijn bovendien heel vormend voor je persoonlijkheid en hebben grote invloed op alles wat je de jaren erna doet.

Gevolgen voor later

De eerste en meeste gevoelige periodes vinden al plaats in de babytijd. Als er in zo’n periode iets misgaat, kan dat soms blijvende gevolgen hebben omdat de juiste verbindingen in de hersenen dan niet worden aangelegd. De gevoelige periode voor de ontwikkeling van het zicht is bijvoorbeeld tussen de 3 en de 8 maanden: als er dan iets is waardoor de baby minder goed kan zien, kan het blijvend schade houden aan het zicht op latere leeftijd.

Hoe kinderen leren

Met verschillende onderzoeken en experimenten wordt gekeken of een gevoelige periode opnieuw kan worden uitgelokt, op een ander moment. Wanneer dat zou lukken, zou eventuele schade bijvoorbeeld kunnen worden ingehaald. Als er duidelijk wordt hoe kinderen precies leren en ontwikkelen, zou men het onderwijs daar naadloos op aan kunnen laten sluiten.

Gevoelige periodes op school

Dat laatste gebeurt natuurlijk al zoveel mogelijk, hoewel dat per school veel kan verschillen. Naar mijn idee onderstreept de theorie van de gevoelige periodes alleen maar meer het belang om daar op flexibele wijze rekening mee te houden op school. Globaal gezien zijn de gevoelige periodes ongeveer op hetzelfde moment, maar dit kan per persoon wel veel verschillen. Zeker omdat iedereen een andere geboortedatum heeft. Het aanbieden van lesstof zou daarom eigenlijk pas moeten, wanneer het kind in de gevoelige periode voor die stof zit.

Inspelen op interesses van je kind

De gevoelige periodes zijn er de reden van dat er in groep 3 wordt begonnen met lezen, want de meeste kinderen ‘zijn er aan toe’. Het is de reden waarom er in de kleuterklassen nog veel buiten wordt gespeeld (motorische ontwikkeling) en in de middenbouw wordt gestart met de zaakvakken. Omdat dán de interesse in de wereld om hen heen toeneemt. Maar deze ‘mal’ in wat er aan je kind wordt aangeboden, is een grove schatting, terwijl de gevoelige periodes juist zeer precies zijn. En dáárom is het zo belangrijk om in te spelen op de interesses van het kind. Want pas als een kind iets leuk vindt, leert het. Het heeft geen zin om domweg stof ‘erin te stampen’ als er geen interesse of motivatie is.

Aanvoelen waar het kind zit

En dat is in het onderwijs nog best lastig, merk ik vaak. Ik kom geregeld voor schoolobservaties en schoolgesprekken op scholen. En ik ken natuurlijk de montessori-onderwijsmethode van onze eigen kinderen. Tussen de scholen zit veel verschil. Zowel in de visie als in de dagelijkse praktijk van de leerkracht. Want uiteindelijk komt het er op neer of de leerkracht aanvoelt ‘waar een kind zit’ en hier op kan in spelen door de juiste stof aan te bieden. Dan hebben we het nog niet eens over onderlinge niveauverschillen tussen kinderen. Dat maakt de differentiatie extra moeilijk.

Eigen inbreng

In het traditionele onderwijs is er naar mijn idee vaak net iets minder mogelijk aan flexibele aanpassingen aan het leerproces van kinderen, omdat er nog steeds vaak klassikaal les wordt gegeven. Kinderen volgen de structuur van de lessen en hebben weinig eigen inbreng in wat ze wanneer doen. In het montessori-onderwijs is dat anders. Kinderen beslissen per dag bijvoorbeeld de volgorde van hun taakjes. Daarbij hebben ze een zekere vrijheid voor hoelang ze aan een taak willen werken: is een kind momenteel meer geïnteresseerd in rekenen, dan mag het, tot op zekere hoogte, langere tijd hier aan werken.

Motivatie

De leerkracht bewaakt dit proces door te benadrukken dat elke beslissing gevolgen heeft: nu meer rekenen betekent een andere keer meer taalwerk. Toch is dit voor mijn gevoel een methode die van nature beter aansluit bij het grillige ontwikkelingsproces van kinderen. Bovendien is de motivatie om aan de taken te werken per definitie hoger, omdat een kind zélf de keuze maakt voor een taak.

Leerbehoeften

Er zijn tegenwoordig (gelukkig) steeds meer vormen van onderwijs, die rekening houden met de verschillen in voorkeuren, ontwikkeling en leerbehoeften van kinderen. Goed onderwijs is namelijk een onderwijsvorm (en leerkracht) die goed aansluit bij de specifieke behoeftes van je kind. En dat verschilt per persoon.

Snoeien in synapsen

Het is echter niet zo dat een kind alleen maar leert in de de gevoelige fases. De hersenen hebben een zekere plasticiteit. Dat betekent dat mensen hun hele leven lang kunnen leren en zich aan kunnen passen aan veranderende omstandigheden. Maar in gevoelige periodes is er veel meer mogelijk. In de babytijd is dit het meest duidelijk: een baby wordt geboren met een oerwoud aan synapsen (mogelijke verbindingen voor informatieoverdracht), waar die eerste maanden behoorlijk in gesnoeid wordt: alles wat niet nodig is, gaat weg. Zo blijven alleen de belangrijkste verbindingen over. Dat gebeurt in de gevoelige periodes: zo wordt er orde in de chaos geschept en gaat het brein steeds beter functioneren.

Vorming van persoonlijkheid

Het is interessant om te bedenken waarom de gevoelige periodes alleen maar tijdens de kindertijd zijn. Ze zijn immers super nuttig voor de ontwikkeling en voor de overleving, zou je denken. Onderzoekers denken daarom dat er ook een keerzijde aan de kritische periodes zit: in die momenten draaien de hersenen namelijk op volle toeren, waardoor er ook eerder kans is op beschadiging aan de hersenen. En omdat de gevoelige fases ook vormend zijn voor de persoonlijkheid, kun je je afvragen of het wenselijk is wanneer deze gevoelige periodes ook in de volwassenheid optreden: wat zou het doen met je identiteit en je persoonlijkheid? Misschien is het daarom maar goed dat ze beperkt blijven tot de kindertijd.

 

EMDR bij peuters

EMDR bij peuters

Jonge kinderen in therapie

 

Als orthopedagoog ben ik opgeleid om kinderen en gezinnen te helpen. Anders dan een psycholoog, die zich breder richt op álle leeftijden, ben ik dus wat meer gespecialiseerd in de mensen die nog in ontwikkeling zijn. De meeste cliënten die ik zie, vallen in de basisschoolleeftijd, grofweg tussen de 6 en 12 jaar oud. Maar ook jongere (en oudere) kinderen heb ik regelmatig in de spreekkamer. Vandaag een artikel over de ervaring met EMDR bij peuters.

Veerkracht

Zo had ik pasgeleden een kleine peuter in behandeling, van rond de 2,5 jaar. En op de één of andere manier heb ik iets met die ukkies, misschien omdat ik zelf nog drie kleintjes heb, maar er is iets fascinerends aan hele jonge kinderen. Ze zijn nog zo puur, zo aan het begin van hun ontwikkeling, zo vormbaar. Gebeurtenissen kunnen een grote impact hebben in hun nog zo korte leventje, maar tegelijkertijd tonen ze een onnavolgbare veerkracht. Het verwondert me, en het herinnert me aan hoe weinig we eigenlijk weten over bijvoorbeeld de werking van de hersenen.

Verbondenheid tussen ouders en kind

Het is een fabeltje om te denken dat een kind te jong is voor therapie. Natuurlijk ga je met een kind van 2 jaar geen diepzinnige gesprekken beginnen over identiteitsontwikkeling of gedachtes uitwisselen over schoolkeuzes, maar op andere manieren kunnen ze zeker baat hebben bij therapie. In specifieke cursussen gericht op de ontwikkeling en behandeling van jonge kinderen heb ik ervaren hoe essentieel deze behandelingen kunnen zijn voor hun verdere levens. Als kinderen nog echt jong zijn, pakweg voor ze naar de basisschool gaan, dan is het een vanzelfsprekendheid dat ik het kind zie samen met de vader en/of moeder: ze zijn nog zo verbonden met elkaar, dat het onnatuurlijk zou zijn ze los van elkaar te zien.

Slaapproblemen

Zo was het ook bij mijn peutercliëntje. Deze kleine kwam voor slaapproblemen: elke nacht werd het kindje meerdere keren hysterisch wakker en moest het per sé door moeder getroost worden, vader werd niet geaccepteerd. Overdag was de peuter ontzettend vermoeid, wat zorgde voor negatief gedrag en uiteindelijk een negatieve sfeer. Het was al maanden bal en ouders werden elke dag een beetje vermoeider en meer radeloos. Het zorgde voor een grote belasting voor met name moeder en alle gezinsleden hadden grote behoefte aan een goede nacht slaap.

EMDR

In de intake is het zaak om nauwkeurig uit te pluizen waar de klachten mogelijk mee te maken hebben. Daarom wordt er veel gevraagd, soms tot in de kleine details en tot jaren terug. Klachten zijn namelijk vaak hetzelfde, het is de unieke geschiedenis van een cliënt die uiteindelijk de behandeling vormgeeft. En zo kwam ik er achter dat er in de korte levensgeschiedenis van dit cliëntje een aantal ingrijpende gebeurtenissen waren geweest, die naar mijn idee te maken hadden met de klachten. Ik besloot daarom om EMDR te gaan doen (later licht ik deze behandelmethode meer toe). EMDR bij zo’n kleintje? Ja echt, het kan. Heel goed zelfs. EMDR is in het kort een manier om ingrijpende gebeurtenissen te verwerken. Dit wordt zowel bij kinderen als volwassenen toegepast, en is dus ook mogelijk bij hele jonge kinderen.

Het verhaal schrijven

Voordat we daarmee konden starten, was het de bedoeling dat ouders het verhaal zouden schrijven van de gebeurtenis. Klinkt simpel? Dat is het niet. Ten eerste is het de bedoeling dat ouders in de schoenen van hun kind gaan staan als ze het verhaal schrijven. In dit geval moest het verhaal dus worden geschreven alsof het door de ogen van de peuter werd beleefd. Dat vergt nogal wat inlevingsvermogen. Want wat indruk maakt op ons als volwassene, kan soms mijlenver af staan van wat impact heeft op een kind. Ten tweede is het opschrijven van de gebeurtenissen direct een stuk rouwverwerking en exposure voor de ouders: ze beleven als het ware de hele situatie weer opnieuw en dat roept vaak hun eigen stukje trauma en spanning weer op. Dat maakt het extra lastig om te scheiden tussen hun eigen gevoelens en die van hun kinderen. Ten derde hebben ouders een natuurlijke neiging om hun kind te troosten, te sussen en te beschermen tegen alles wat naar is. En bij EMDR gaat het er júist om, om zoveel mogelijk lading in een verhaal te stoppen. Met andere woorden, om het verhaal zo eng, heftig, verschrikkelijk of zo naar mogelijk te maken. Dat vergt ook veel moed van ouders.

Desensitiseren

Het duurde daarom een poos voor de ouders het eerste verhaal op papier hadden staan. Na wat kleine aanpassingen, was het dan tijd voor de eerste sessie. En in tegenstelling tot hoe lang ervoor nodig was om het verhaal op papier te zetten, zo kort waren de sessies toen ze uiteindelijk plaatsvonden. Het voorlezen van het verhaal en tegelijkertijd desensitiseren (het laten afnemen van de spanning), was meestal binnen een half uurtje gefixt.

De sessies

Het is een wonderlijk proces. De peuter kroop knus bij mama op schoot en koos de knuffels waarmee ik op de beentjes zou tikken (het afleidingsproces). Hierna begon haar moeder het verhaal, dat verliep volgens vaste richtlijnen: eerst een rustige inleiding, dan toewerkend naar het meest spanningsvolle stukje, waar uitgebreid bij wordt stilgestaan en eindigend met een goed einde. Het eerste verhaal had zichtbaar spanning: de blik van de peuter werd naar binnen gekeerd, er verscheen een pruillip en er werd steun gezocht bij moeder door haar stevig beet te pakken. Deze spanning zakte zichtbaar aan het einde van het verhaal.

Emotioneel

Voor de tweede sessie hadden we de tweede ingrijpende gebeurtenis uitgeschreven. Dit bleek tijdens de sessie het meest heftige moment te zijn geweest voor de kleine cliënt. Bij de climax van het verhaal, waarin er thema’s van verlatingsangst speelden, raakte de peuter zeer geëmotioneerd en zocht ze schokkend van verdriet bij de moeder die ze toen zo had gemist. Aan het einde van het verhaal zakte ze uitgeput en nog na snikkend tegen moeder aan, terwijl extra werd benadrukt dat alles nu weer veilig en goed was.

Impact

Iedere keer dat ik dit soort EMDR sessies doe, ben ik weer onder de indruk van het effect. Hoewel het voorlezen van een verhaal misschien 10-20 minuten duurt, zijn het zeer ingrijpende sessies, waarin veel emoties worden losgemaakt. Het is voor mij keer op keer weer een bevestiging van de ongelooflijke veerkracht en flexibiliteit in de ontwikkeling van jonge kinderen.

Afscheid nemen

EMDR staat er om bekend dat het na de sessie doorwerkt, tot zo’n 3 dagen daarna. En zo was het bij dit gezin ook. De dagen erna merkten ze verschillende gedragsveranderingen, zoals nachtmerries, veel vragen naar de gebeurtenissen en willen weten waar iedereen was. Na deze zogenaamde ‘naweeën’, begonnen de klachten significant af te nemen: de peuter werd veel minder vaak wakker, en als het gebeurde, was het zonder hysterie of paniek. Ook werd papa weer geaccepteerd en kon de peuter gemakkelijk terug naar bed worden gebracht. De nachten waren in zeer korte tijd sterk verbeterd. Er was meer rust en ook overdag kon de peuter beide ouders beter accepteren. In het afscheid nemen viel op dat de peuter nu gedag zei, wat voorheen niet gebeurde. Alsof de kleine er weer op kon vertrouwen de ander weer terug te zien, wat misschien eerder niet vanzelfsprekend was. En zo gebeurde het, dat na een keer of vier de peuter zich bij het weggaan ineens naar mij omdraaide, haar handje opstak en een vrolijk ‘doei!’ zei. Knap gedaan meisje, je hebt je vertrouwen weer terug!

Het Familieparadijs: een eerste indruk

Het Familieparadijs: een eerste indruk

Geen doorsnee binnenspeeltuin

Sinds een poosje is het Familieparadijs in Zwijndrecht geopend. Een vriendin tipte me hier over en nieuwsgierig als ik was, besloot ik eens een kijkje te nemen. Fosse is eens in de paar weken op maandag vrij, omdat hij teveel uren draait op school. Zo’n roostervrije maandag leek me een prima dag om eens de proef op de som te nemen met Fosse en Signe.

Dus stapten we op de fiets (hoera voor de mooie herfst!) en trapten onze weg naar de speelhal toe. Het is gelegen op een groot industrieterrein aan de rand van Zwijndrecht, met voldoende gratis parkeergelegenheid voor de deur. Voor fietsen zag ik echter (nog) niks staan, misschien komt er later nog een fietsenstalling.

Ander concept

De eerste indruk was dat het nog niet helemaal af was. Het oog als een soort kantoorgebouw als je binnenkomt, en ik vermoed dat er later nog energie wordt gestoken in de aankleding. De kassa is ook direct de keuken, waar je eten en drinken kunt bestellen. En natuurlijk entree moet betalen. Anders dan bij de regulieren binnenspeeltuinen, hanteert het Familieparadijs een concept waar je geld terug krijgt als je korter dan 2,5 uur blijft. Daar moet je zelf wel erg in hebben en daarom ook je bonnetje goed bewaren, want je wordt hier niet op gewezen door de medewerkers.

Kamers met speelgoed

Direct na de kassa loop je door een soort gang met kamers, waarin verschillend speelgoed is te vinden. En hier ging mijn hart wel sneller van kloppen, want dit is echt heel mooi materiaal: verschillende poppenhuizen, kastelen, piratenboten… Ik zag al meteen spullen die ik in mijn ‘droom spelkamer’ ook zo neer zou kunnen zetten. Het is materiaal dat uitnodigt tot fantasiespel, de rijkste en belangrijkste vorm van spelen in het opgroeien van kinderen. Dat het speelgoed in kamers is gezet maakt het wat knusser en overzichtelijker. Er staan tafels waar je aan kunt zitten, werken of eten. Maar hier heb ik wat dubbele gevoelens bij.

familieparadijs zwijndrecht

Kind speelt, ouder werkt…?

Enerzijds promoot het Familieparadijs hun mogelijkheden voor de volwassenen om te werken, hun laptop of smartphone aan het stopcontact te hangen en zo ongestoord hun gang te gaan terwijl de kinderen lekker spelen. Dat is een heerlijk idee en kan in sommige kamers best werken. Maar hier ligt ook direct een verbeterpunt voor deze speelplek, als je het mij vraagt.

Kwetsbaar speelgoed

Veel van het speelgoed is echt mooi, duur en kwetsbaar speelgoed. Bijvoorbeeld constructiemateriaal voor oudere kinderen (meccano) met schroefjes, moertjes en boutjes. Er ligt een prachtige doos op tafel, en hier liggen valkuilen op de loer. Want: het is onbeheerd, er is geen begeleiding vanuit de organisatie, geen voorbeelden (behalve het boekje), en het is vrees ik afwachten tot de spullen kapot gemaakt worden, kwijtraken of tot het gewoon één grote bende wordt waarbij alle materialen door elkaar zijn gegooid.

Leren spelen

Je kunt echt zien dat er nagedacht is over het soort speelgoed en de thema’s in de kamers, voor verschillende leeftijden. En daarin hebben ze een uniek concept, die volgens mij best succesvol kan worden. Maar, zoals ik ook helaas veel in de praktijk tegenkom: veel kinderen (en ook ouders) hebben nooit geleerd om te spélen. Het is niet vanzelfsprekend dat kinderen gaan spelen met het materiaal, daarbij respect hebben voor het materiaal, snappen wat ze er mee kunnen doen, en de materialen weer opruimen. En dan kan het gebeuren dat kinderen een beetje gaan grabbelen in het speelgoed, het was doelloos heen en weer schuiven, er eens een schop tegen geven, of gewoon alles omgooien, omdat ze niet weten wat ze kunnen doen.

familieparadijs zwijndrecht

Meespelen als ouders

Daar ligt een taak voor ouders, maar ook voor de organisatie. Het zou heel waardevol zijn als ouders en kinderen in deze setting echt samen gaan spelen. Spelen is essentieel voor de ontwikkeling van kinderen, en als kinderen goed kunnen spelen, is dit ontzettend preventief en helpend bij problemen. Maar als ouders het tegelijkertijd wordt aangeprezen om ‘lekker te werken, terwijl je kind speelt’, is het misschien voor sommige ouders niet vanzelfsprekend om met hun kinderen mee te doen. En dan heb je ook heel veel ouders die zelf nooit goed geleerd hebben om te spelen (met fantasie, en hun kind volgend in het spel), dus is het voor hen lastig om hun kind daarin te begeleiden.

Begeleidt spelen

Daar ligt dus een kans voor de organisatie. Op het moment dat ze iemand zien spelen, een voorbeeld zien maken, of zien hoe materiaal gebruikt kan worden, dan is het veel gemakkelijker om als kind erbij te komen zitten, aan tafel aan te sluiten en mee te doen. De medewerker kan aanmoedigen, suggesties geven, helpen als het niet lukt en tegelijkertijd letten op zorgvuldig gebruik van het materiaal. Want ik denk dat het geen kwaad kan als kinderen ook direct leren dat ze hun spullen netjes opruimen, of bijvoorbeeld de race-auto’s uitzetten om de batterijen te sparen als ze klaar zijn.

Thema’s en aankleding

Ik ben dus enthousiast over het concept, maar iets minder over de uitvoering. Maar ze zijn pas net begonnen, ik denk dat ze hierin nog veel kunnen aanpassen. De kamers zouden wat mij betreft ook nog verder aangekleed kunnen worden, wat gezelliger gemaakt worden. Bijvoorbeeld met zitzakken, vrolijke kleuren op de muren, en versieringen/accesoires die passen bij het thema.

familieparadijs zwijndrecht

Seksespecifiek speelgoed

Wat me trouwens opviel, was een strikte scheiding tussen ‘jongens’ en ‘meisjes’ speelgoed: de poppenhuizen waren allemaal roze en lila, en stonden in een andere kamer dan de piratenboten en ridderkastelen. Ook was er een ‘prinsesseskamer’, waarmee wordt gesuggereerd dat het materiaal op die kamer alleen voor meisjes bedoeld is. Voor mij mag deze scheiding achterwege blijven. Sekse-neutraal speelgoed, of gewoon het mengen van poppenhuizen met ridderkastelen lijkt me minder stigmatiserend voor de opgroeiende kinderen.

Speeltoestellen

In de grote ruimte waren de grote speeltoestellen, zoals trampolines, een luchtkussen, superleuke hobbeldieren, skelters en andere voertuigen, een voetbalkooi, een ballenkasteel met luchtpijpen en een compleet afsluitbare dreumes/peuterruimte. In de aparte kamers waren verder nog race-auto’s met een baan, houten garages, politie/brandweer, een keukentje en een kamer met constructiespeelgoed voor oudere kinderen.

Gericht op het hele gezin

Het Familieparadijs heeft daarnaast ook gezonde opties op de menukaart, wat ik een groot pluspunt vindt ten opzichte van de binnenspeeltuinen. Ze zijn echt aan het zoeken naar manieren om als gehele gezin gebruik te maken van hun mogelijkheden, en bieden daarom ook attracties/speelmateriaal aan voor oudere kinderen en volwassenen. En de mogelijkheid om bijvoorbeeld eigen eten mee te nemen of te laten bezorgen na 17.00u, daarmee scoor je wel punten bij veel gezinnen.

Verlengstuk van de huiskamer

Omdat het Familieparadijs ook een wisselend aanbod wil hebben in het speelgoed, zou je het kunnen zien als een soort verlengstuk van de huiskamer, of een speel-o-theek XL, waar je met mooi speelgoed aan de slag mag. Maar om dat materiaal écht tot zijn recht te laten komen, is meespelen en leren spelen onder begeleiding voor mijn gevoel wél een vereiste. Ik hoop van harte dat ze daarmee aan de slag gaan, dan kom ik zeker vaker terug!

Borstvoeding als medicijn tegen angst en spanning

Borstvoeding als medicijn tegen angst en spanning

Wondermiddel oxytocine

Nee, ik ga niet nog eens promoten dat iedereen ‘aan de borstvoeding’ moet. In die keuze ben je immers helemaal vrij, gelukkig. Maar ik leg wel uit wat veel mensen niet weten over het geven van de borst. Namelijk dat het de band tussen jou en je kind op meerdere manieren beschermt. Niet alleen in de weerstand, maar ook op emotioneel vlak. Dit komt door het ‘wondermiddel’ oxytocine, het hormoon dat vrijkomt tijdens de borstvoeding.

 

Invloed op gedrag en emoties

Ik heb mijn drie kinderen alle drie de borst gegeven. Gelukkig lukte dat gemakkelijk waardoor het nooit een zorg is geweest. Het was voor mij dan ook makkelijk vol te houden. Toch heb ik het niet bij al mijn kinderen even lang gedaan. Dat had er mee te maken dat ik tijdens de geboorte van Meia en Fosse bezig was met een intensief registratietraject. Hiervoor was ik vaak van huis voor cursussen, wat betekende dat ik ook regelmatig moest kolven. En hoewel ook dit in principe goed liep, brak het me op, omdat ik regelmatig tijdens cursussen weg moest en daardoor bijvoorbeeld  ook aansluiting miste met de groep. Plus dat ik meerdere keren mijn kolf vergat, en ik kan je vertellen: dan ben je héél snel genezen. Maar dat is een verhaal voor een andere keer.

Borstvoeding stimuleert de productie van het hormoon oxytocine. Dit wordt ook wel het ‘knuffelhormoon’ genoemd. Dit komt vrij bij alles wat je prettig en fijn vindt om te doen. Het is niet iets typisch vrouwelijks: ook mannen hebben dit hormoon. Het hormoon stuurt je gedrag aan: het helpt je om liever en beter te zijn in contact met anderen. Het knuffelen, aanraken en intimiteit stimuleren ook het hormoon oxytocine.

 

Hechting stimuleren

Oxytocine heb je nodig voor gezonde relaties met anderen. Door het geven van de borst, draag je dus direct bij aan de mogelijkheden tot sociaal contact van je kind. Het is voor baby’s daarnaast belangrijk om een gezonde hechting te ontwikkelen. Een gezonde hechting geeft een basaal gevoel van veiligheid en vertrouwen mee aan je kind. Dit vertrouwen zorgt ervoor dat je kind later ook zichzelf aan anderen durft toe te vertrouwen en goede contacten kan maken. Borstvoeding draagt hier op meerdere manieren aan bij.

 

Ontspanning en regulatie

Door het drinken aan de borst, produceert je lijf het hormoon oxytocine, dat je baby via de moedermelk ook binnenkrijgt. Dit zorgt er direct voor dat zowel jijzelf als je baby rustig en ontspannen worden en dat je meer kan genieten van het lichamelijk contact. Je baby voelt de spierspanning haarfijn aan: als hij merkt dat jij rustig bent, wordt je kind ook ontspannen. Hiermee ‘reguleer’ je je baby: je helpt hem om prikkels en alle gebeurtenissen goed te verwerken. Het reguleren is een belangrijke vaardigheid voor je kind om later zijn emoties in goede banen te kunnen leiden. Je leert je kind dus de eerste stappen om bijvoorbeeld met frustraties of spanningen om te gaan.

Omdat je meer kunt genieten van het lichamelijke contact, werkt dit belonend. Moeders die van borstvoeding durven en kunnen genieten, zullen dit vaker herhalen. Het contact heeft een positief effect op de interactie tussen jou en je baby: dit versterkt de goede band en een veilige hechting.

 

Stressbestendig door voeden

Wist je dat het geven van de borst ook kalmerend werkt bij angstige gevoelens? De oxytocine maakt je als moeder minder bang. Als je dus zorgelijk bent aangelegd of snel gespannen bent, heeft borstvoeding een extra groot voordeel. Je bent als moeder meer stressbestendig en kan beter omgaan met de grillen van de kleine. Tegelijkertijd krijgt je kindje door de oxytocine als het ware een ‘stressvaccinatie’, waardoor het later ook beter omgaat met spanningen en stress. Doordat het hormoon tegen angst beschermt, loop je minder risico op psychische problemen bij jezelf en je kindje. Zowel nu als in de toekomst, want borstvoeding heeft direct effect op de lange termijn!

 

Ontspannen borstvoeding

In Nederland is borstvoeding nog niet zo gewoon als in sommige andere landen. We hebben als gemiddelde vrouw een zekere preutsheid, wat het soms lastiger maakt om het (in het openbaar) vol te houden. Het wordt vaak vergeten dat voeden, naast intiem, ook gewoon als speels en leuk mag worden ervaren. Het is bekend dat bij vrouwen die meer kunnen genieten van hun eigen lijf en intimiteit met hun partner, de borstvoeding beter verloopt. Des te meer reden om ontspannen met het idee van borstvoeding om te gaan!

 

Voeden in het openbaar

Ik ben hier zelf ook in meegegroeid: vond ik het in het begin met Meia nog onwennig, deed ik bij Signe niet meer moeilijk. Bij Meia had ik soms nog wat schroom bij het voeden in het openbaar, maar dat werd langzaam minder met de tijd. Bij Signe ging het inmiddels zo natuurlijk, dat ik zelfs eens een compliment van een wildvreemde kreeg: dat ze het goed vond dat ik gewoon zo ontspannen voedde, in het openbaar. Ik wist niet zo goed wat ik met dat compliment moest, want uiteindelijk werkt voeden (of dat nou met de borst of met de fles is) het beste als je ontspannen bent.

 

Effecten op lange termijn

Het laatste wat ik wil is mensen een slecht gevoel of schuldgevoel geven wanneer zij geen borstvoeding geven, maar ik vind het wél belangrijk dat alle informatie bekend is, om een zo gedegen mogelijke keuze te maken. En ik hoop dat met deze wetenschap, mensen gemotiveerd zullen zijn voor borstvoeding te kiezen. Niet alleen omdat het gezond is, maar voorál vanwege de fijne sociaal-emotionele effecten op korte én lange termijn.

Hulp dichtbij: de kapper als therapie?

Hulp dichtbij: de kapper als therapie?

Hoe kleine dingen tot grote resultaten kunnen leiden

Een tijdje terug zat ik bij de kapper. Het was rustig, want ik ging op een doordeweekse dag, zomaar overdag. Ik had namelijk een zeldzame vrije dag zonder kinderen. Toen ik bij de kapper binnen stapte, was er nog één klant aan het afrekenen. Althans, dat was geloof ik de planning van de kappers, maar de betreffende mevrouw dacht er anders over.

Je verhaal kwijt aan de kapper

Zodra ik de deur had opengeduwd, kwam er een stortvloed aan verhalen over me heen, waar ik – of ik nou wilde of niet- direct getuige van was. De vrouw vertelde honderduit over haar wel en wee uit haar relatie en klaagde steen en been over alles wat maar ter sprake kwam. Toen de kappers haar eindelijk zo ver hadden om te betalen en haar jas te laten aantrekken, zag ik aan hun grimas dat ze intussen behoorlijk klaar waren met deze onthullingen van hun openhartige klant.

Niet-praten-stoel

Grinnikend ging ik op de stoel zitten en zwijgend wachtte ik tot de kapper zover was om zich op mij te richten: dat was hetzelfde moment als dat de andere klant eindelijk naar buiten liep. De kappers slaakten een diepe zucht en zochten direct steun bij elkaar: ‘jeetje, wat kan zij kletsen!’ en: ‘dat is bepaald geen type voor een “niet-praten-kappersstoel”‘. Een ‘niet-praten’ stoel? Vroeg ik hardop. Ja, die bestonden. Voor mensen die geen gezeur wilden van de kapper tijdens een knipbeurt. Die geen ongemakkelijke gesprekjes wilden voeren. Het leek erop dat de kappers in dit geval eerder zelf in deze stoel hadden willen zitten.

Geen sociaal leven

Toch hadden ze ook wel met deze klant te doen. Ze was zo alleen, haar knipbeurt eens in de zes weken was zo’n beetje het enige uitje buitenshuis. Op de vraag van de kapper “ga je nog wat leuks doen vanavond?” had ze gereageerd met: ‘oh gewoon in pyjama op de bank en tv kijken zoals altijd’. Blijkbaar had deze vrouw amper een sociaal leven en leefde ze volledig op onder de aandacht van de kappers.

Hulp dichtbij

En terwijl ik geknipt werd, bedacht ik me hoe belangrijk zulke dingen eigenlijk zijn. De gewone dingen van het leven. Vanuit de overheid en de gemeente wordt gepromoot de hulp dichtbij te zoeken. Het liefst door het netwerk, de buurt, de vereniging, de coach, de buurvrouw, of wie dan ook. En zo blijkt, in dit geval, de kapper daar ook een rol in te vervullen. Hoewel het deze meiden koppijn bezorgde en ze klaagden dat ze ‘vooral niet teveel van zulke klanten’ moesten hebben, beseffen ze misschien niet welke belangrijke rol ze misschien vervullen voor sommige kwetsbare mensen.

Het belang van aandacht

Wie weet is deze vrouw inderdaad één van de kwetsbare mensen in de samenleving, die door haar regelmatige kappersbezoekjes echter weer zo wordt opgeladen, dat de stap naar de hulpverlening uiteindelijk niet nodig blijkt. Misschien geven de kappers haar wel de aandacht, tonen ze interesse, geven zij de ontspanning door het gefrunnik aan de haren, het masseren tijdens het wassen, en geven zij haar eventjes het gevoel belangrijk te zijn. De moeite waard. Kan zij zichzelf eventjes weer waarderen, genieten van haar nieuwe kapsel, wordt haar zelfbeeld weer opgevijzeld en neemt haar zelfvertrouwen toe.

Voorkomen van problemen

Dat neemt natuurlijk absoluut niet de zin en het nut weg van de GGZ, maar geeft wel aan dat daarnaast ook de kleine dingen grote resultaten kunnen hebben. Dat er vooral ook veel voorkómen kan worden, soms zelfs ongemerkt, zoals in dit geval. En voor de één is dat het sporten, voor de ander de complimentjes van de leerkracht, en voor de derde de onverdeelde aandacht tijdens een bezoek aan de kapper.

De kapper als hulpverlener

Het gesprek kwam algauw op mijn werk terwijl ik in de stoel zat. En terwijl ik uitlegde wat mijn werkzaamheden inhielden, welke problematiek ik soms tegenkwam en mijn doelgroep een beetje beschreef, bemerkte ik herkenning bij de vrouw die ondertussen mijn haren knipte. Ze vertelde over kennissen met soortgelijke problemen, hoe zwaar ze het vond en hoe zwaar het haar leek om zulk werk te doen. Dat ze het niet zou kunnen, mentaal niet aan zou kunnen. En het enige dat ik dacht, was: meisje, je hebt het net gedaan. Je bent een steun geweest, een vertrouwenspersoon, iemand om op terug te vallen. Je hebt iemand geholpen, zonder dat je het zelf wist.

Cognitieve Gedragstherapie: een uitleg

Cognitieve Gedragstherapie: een uitleg

Een veelgebruikte methode

Wat is aangeleerd, kan ook weer worden afgeleerd. Dat is waar de cognitieve gedragstherapie (CGT) van uitgaat. Dat kan heel handig zijn in de opvoeding en is bovendien in veel gevallen nog effectief ook. CGT is tegenwoordig bijna de basis in therapieland. Er wordt ontzettend veel onderzoek naar gedaan en het is vaak de meest aanbevolen behandelmethode.

Effectief en aanbevolen

Er zijn inderdaad veel situaties waarin ik ook werk met CGT. Maar, meteen een kanttekening, ik maak bewust gebruik van meerdere behandelmethodes, omdat ik zo goed mogelijk wil aansluiten bij (de hulpvraag van) de cliënt. Dat neemt niet weg dat over cognitieve gedragstherapie ook best een aardig woordje mag worden gezegd.

Aanleren en afleren

Wat is aangeleerd, kan dus ook worden afgeleerd. Daarbij kun je denken aan gedrag (wat je doet), maar ook aan gedachten (cognities; wat je denkt). Door dit te veranderen, verandert ook je gevoel. Om dit te bereiken wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt van huiswerkopdrachten, experimentjes, kijkopdrachten (observaties) of telopdrachten (registraties).

De drie G’s

CGT gaat dus uit van de driehoeksrelatie tussen gedachtes, gevoelens en gedrag (de drie G’s). Omdat je gevoel niet kunt veranderen (je kunt immers niet ineens stoppen met boos zijn en direct vrolijk zijn), wordt er vanuit gegaan dat je je gevoel alleen kunt beïnvloeden door anders te leren denken (cognitieve therapie) en anders te doen (gedragstherapie).

Gedragsverandering

Omdat ouders de meest invloedrijke personen zijn in het leven van hun kinderen, kunnen zij het beste helpen het gedrag van hun kind te veranderen. Je wordt dan een soort coach: door bijvoorbeeld zelf het goede voorbeeld te geven, kan je kind gedrag van je overnemen. Dit wordt modeling genoemd. Als ouder wil je natuurlijk dat je kind uiteindelijk steeds zelfstandiger wordt, maar dit kan alleen met een beetje hulp. Als ouder ben je heel belangrijk voor je kind: daar kun je handig gebruik van maken om je kind te helpen ongewenst gedrag af te leren of goed gedrag aan te leren.

CGT in de opvoeding

Binnen de opvoeding gebruik je als ouders waarschijnlijk zonder het te weten al heel veel principes uit de CGT, zoals belonen (complimentjes geven), negeren van gedrag of een time-out toepassen (dit laatste raadt ik trouwens niet direct aan, waarover later meer). Er zijn tientallen mogelijkheden om op die manier het gedrag van je kind te veranderen, als het maar goed wordt toegepast. Goede uitleg over de werking van principes en goede coaching tijdens de uitvoering ervan is daarom heel belangrijk.

Opvoedingsstrategieën

Voorbeelden van effectieve opvoedingsstrategieën die je kunt leren toepassen, zijn de volgende:

  • je kind stimuleren door hem aan te moedigen
  • effectief grenzen stellen
  • samen een probleem oplossen
  • zicht en toezicht houden
  • positief betrokken zijn bij je kind

Daarnaast zijn er ook tal van ondersteunende opvoedingsstrategieën die kunnen worden versterkt, zoals:

  • duidelijk instructies geven
  • bijhouden van gedrag
  • emotieregulatie (emoties in goede banen kunnen leiden)
  • actieve communicatie

Andere aanpak

Deze worden in heel veel boeken, cursussen en trainingen van tegenwoordig verwerkt, die allemaal gestoeld zijn op de cognitieve gedragstherapie. Voor veel ouders en kinderen kunnen dit handige tips en trucs zijn om in de praktijk te proberen. Voor andere gezinnen is soms echter een andere aanpak nodig.


Bronnen:

Cladder, J.M.; Nijhoff-Huysse; M.W.D.; Mulder, G.A.L.A. (2009). Cognitieve gedragstherapie met kinderen en jeugdigen. Probleemgericht en oplossingsgericht. Amsterdam: Pearson.

Kenniscentrum PMTO Nederland (PI Research).

Prins, P.J.M.; Bosch, J.D.; Braet, C. (2011). Methoden en technieken van gedragstherapie bij kinderen en jeugdigen. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.

Review: “Uit de greep van OCD” over dwangstoornis”

Review: “Uit de greep van OCD” over dwangstoornis”

Behandelen van dwang met CGT

“Eerlijk is eerlijk, ik moest best wel mijn best doen om door het boek heen te komen. Ik had soms moeite om mijn aandacht erbij te houden en dat had verschillende redenen. Toch ben ik niet negatief over het boek, maar ik heb wel een aantal plussen en minnen die ik graag met je deel.”

Wat is OCD?

OCD is weer zo’n afkorting die voor nodige fronsen kan zorgen. Het is de afkorting voor ‘obsessive compulsive disorder’ of ‘obsessief compulsieve stoornis’ in het Nederlands (OCS dus). Het is een dwangstoornis waarbij je last hebt van dwanghandelingen en/of dwanggedachtes die je maar niet kunt laten. Een voorbeeld van een dwanghandeling is bijvoorbeeld obsessief handen wassen, een dwanggedachte is dan bijvoorbeeld de gedachte dat er anders misschien iets ergs gebeurd.

OCS is in feite een angststoornis, maar dan wel een zeer specifieke en eentje die vaak net een andere aanpak vraagt dan een ‘normale’ angststoornis.

De feiten

Eerst maar even de feiten:

  • Titel:  ‘Uit de greep van OCD. Handboek voor jongeren en hun omgeving’
  • Auteur: Dr. Jo Derisley, Isobel Heyman, Sarah Robinson en Cynthia Turner
  • Uitgever: Pica
  • Publicatiedatum: 2009
  • Aantal pagina’s: 212
  • Prijs: nu €3,75 bij Pica, normaal €12,50

Algemeen

Het boek noemt zichzelf een ‘handboek’ wat doet vermoeden dat het allesomvattend is in de mogelijke behandelingsmogelijkheden voor dit soort klachten. Dat is echter niet zo: het werpt licht op één behandelstrategie, namelijk die van cognitieve gedragstherapie (CGT). Voor de gemiddelde ouder is dit boekje niet zo interessant, omdat het zeer specifiek ingaat op OCD, wat slechts (gelukkig) bij weinig kinderen en jongeren voorkomt. Het is geschreven voor de jongere zelf, maar ook ouders kunnen er mee uit de voeten. Wanneer je kind mildere angst- of dwangklachten heeft, adviseer ik in eerste instantie andere literatuur.

 

De pluspunten:

  • Wat ik heel sterk vind, is dat ouders op bijna vanzelfsprekende wijze intensief worden betrokken om OCD te lijf te gaan. OCD heeft een grote lijdensdruk: als je er last van hebt, is het heel erg belemmerend voor je functioneren en je kan er behoorlijk verdrietig van worden. Steun van ouders is daarom naar mijn mening zeer waardevol en eigenlijk noodzakelijk. Het boek gaat daar ook van uit.
  • Er zit een heldere opbouw in het boek met psycho-educatie en stapsgewijze aanpak van het probleem.
  • De illustraties zijn vaak verhelderend en illustratief, met soms diagrammen of lijstjes om de stof meer inzichtelijk te maken.
  • Er zijn gratis downloads beschikbaar bij het boek om de oefeningen in de praktijk te brengen.

ocd ocs dwang cgt

De minpunten:

  • Lay out en gebruiksgemak van het boek vallen een beetje tegen en doen wat oudbollig aan.
  • Taalgebruik is wat formeel, soms wat wollig en met redelijk veel herhaling.
  • De formuleringen bij de werkbladen zijn soms moeilijk verwoord.
  • Er wordt een poging gedaan om oplossingsgerichte elementen in het boek te verwerken maar deze worden helaas niet concreet genoeg gemaakt.
  • Sommige genoemde voorbeelden zijn niet zo handig gekozen waardoor de geloofwaardigheid van de tekst minder wordt.

 

Waar ik niet helemaal achter sta:

  • Er wordt gezworen bij cognitieve gedragstherapie (CGT) als hét middel in de therapie voor OCD. Het wordt zelfs zó stellig neergezet, dat alle andere therapievormen per definitie ineffectief zijn. Ik ben het hier niet mee eens. Ik heb meerdere malen cliënten met OCD behandeld, waarvan een aantal expliciet niet met CGT vanwege uiteenlopende argumenten. Ik blijf erbij dat per cliënt moet worden bekeken welke therapievorm aansluit, in plaats van een therapievorm op te leggen aan een cliënt.
  • Er wordt in mijn ogen voorbij gegaan aan de oorzaak van OCD. Er wordt stilgestaan bij de klachten en symptomen en de bestrijding hiervan, maar niet waarom het ooit is begonnen. Niet zelden is er een oorzaak te vinden die aan de bron van deze problematiek ligt, die na behandeling ook zorgt voor het verdwijnen van de OCD-klachten. Hieraan voorbijgaan is in mijn ogen symptoombestrijding: wanneer de ene dwanghandeling is aangepakt, zal er een andere opduiken.
  • Er wordt in het boek veel aandacht besteed aan de dwanghandelingen. Bovendien wordt er vanuit gegaan dat er aan elke handeling een gedachte gekoppeld zit. Dit is echter iets wat in de praktijk één van de lastigste zaken is om te behandelen, juist omdat er vaak sprake is van een handeling zonder duidelijke gedachtes daarbij. Cliënten spreken vaak van: ‘het moet gewoon’, ‘ik kan het niet laten’. Het is een gevoel van ongemak, oncomfortabel, maar niet per se te vertalen in een bijbehorende dwanggedachte. Dat maakt de bestrijding via CGT daarom vaak extra lastig.

 

Eerste indruk

Het boek heeft een frisse buitenkant met vrolijke opdruk. Helaas vind ik het minder prettig in gebruik (ik ben nogal een boeken nerd), omdat het papier niet zo prettig aanvoelt en het boek niet open blijft liggen maar steeds dichtvalt als je hem loslaat. De bladzijden zijn van wat dikker, ruw ongebleekt papier en de uitstraling is wat ouderwets. Dit verhoogt bij mij altijd de drempel om hem er later weer bij te pakken.

Het taalgebruik is wat formeel en soms met naar mijn smaak iets teveel vaktermen. Deze worden overigens wel goed uitgelegd maar kan vlotter, zeker bij de oefeningen. Ook valt op dat er redelijk uitgebreid wordt geschreven over verschillende zaken en veel herhaling in het boek zit.

 

Opbouw van het boek

‘Uit de greep van OCD’ is opgebouwd uit drie delen. Het eerste deel beslaat vijf hoofdstukken en is een stuk psycho-educatie over de stoornis. Het gaat over wat de stoornis inhoudt en op welke manieren er aan gewerkt wordt om er vanaf te komen. Het tweede deel is het praktische gedeelte waarin je actief aan de slag gaat met het bestrijden van je dwangstoornis. Dit deel beslaat 10 hoofdstukken. Het derde deel beslaat twee hoofdstukken en gaat over de samenwerking met anderen uit de omgeving: het gezin, school, etc.

Elk hoofdstuk is vervolgens opgedeeld uit twee delen, waarvan het eerste stuk is geschreven voor de jongere en het tweede stuk voor de ouders. Op deze manier blijven ouders betrokken in de bestrijding van de dwangstoornis.

In elk hoofdstuk wordt met afbeeldingen van een muis in de marges aangegeven wanneer er materialen van de website zijn te downloaden. Soms zijn er grijze info-blokjes met extra uitleg of een casus en elk hoofdstuk eindigt met een samenvatting van het voorgaande. De opbouw binnen een hoofdstuk vind ik echter niet altijd voor de hand liggend en soms wat dubbelop.

ocd ocs dwang cgt

Vertaalslag naar de praktijk

De reden waarom ik dit boekje in de praktijk zou gebruiken, zijn de handige werkbladen en de volgorde in het aanpakken van de problematiek. De werkbladen zijn gratis te downloaden en kunnen voor mij handig zijn om erbij te pakken in de therapie. Ik vind dat de theorie over de stoornis zelf echter te eenzijdig is, en daarom zou ik het niet als literatuur adviseren aan mijn cliënten. Er zitten wat onnauwkeurigheden in het boek waar ik op afknap. Zo zijn de cijfers bij de angstladder voor mijn gevoel verkeerdom (een 10 voor de minst spanningsvolle handeling en een 1 voor de meeste spanning bijvoorbeeld) en negatief verwoorden van doelen (‘geen boeken durven aanraken’ waar het doel ‘boeken aanraken’ zou moeten zijn). Er wordt een voorbeeld gegeven om duidelijk te maken dat spanning zakt naarmate je dingen vaker doet. Het voorbeeld gaat echter over bungeejumpen: dit is niet zo’n handig voorbeeld omdat bungeejumpen een tegennatuurlijke prestatie is die per definitie een zekere mate van angst met zich meebrengt. Om er dan vanuit te gaan dat na 40x bungeejumpen geen angst meer zal zijn, doet daarom afbreuk aan de geloofwaardigheid voor deze uitleg en onderbouwing.

 

Conclusie

Al met al ben ik minder positief over het boek merk ik. Hoewel het zeker voordelen geeft in het praktisch behandelen en bestrijden van dwangklachten, zal ik daarnaast altijd andere middelen gebruiken. Ik werk, als ik kies voor cognitieve gedragstherapie, vaak voor bedwing je dwang, die vergelijkbare oefeningen kent. Het boekje is daar wel een mooie aanvulling op en werkt soms wat verdiepend. Ik merk echter dat de tunnelvisie van ‘CGT voor alles’ mij tegen de borst stuit en ik extra wil bepleiten om niet alleen de klachten te behandelen, maar ook na te denken over de oorzaak. En misschien is dan een andere insteek voor behandeling wel meer voor de hand liggend.