Archief van
Maand: september 2016

7 redenen om je kind te laten sporten

7 redenen om je kind te laten sporten

Een pleidooi voor meer beweging voor je kind

“Plan het maar op maandagmiddag, dan heeft ie toch gym”. Het is een zin die ik regelmatig hoor en die me steeds meer tegen gaat staan. Cliënten willen, begrijpelijk, hun afspraken zoveel mogelijk buiten school. Maar de praktijk dwingt ons er toe af en toe onder schooltijd een afspraak te plannen. En de reflex van veel ouders is dan om deze momenten te plannen op momenten van gymnastiek op school. In de veronderstelling dat dit het minst belangrijke vak is. In de veronderstelling dat er in de lessen zoals rekenen en taal pas écht geleerd wordt. For your information: dit klopt niet. Sterker nog, wanneer je kind moeite heeft om goed mee te komen op school, kun je hem of haar maar beter regelmatig laten sporten! Want sporten is niet alleen goed voor je gezondheid, sporten maakt je slim!

Sporten maakt slim!

Wanneer je nog niet overtuigd bent om de afspraken voortaan om de gymlessen heen te plannen, volgen hier de voordelen en effecten van sporten op een rijtje:

  1. Sporten is goed voor je humeur, doordat de aandacht wordt verschoven van zorgen naar lichamelijk bezig zijn.
  2. Door sporten produceer je dopamine, wat o.a. parkinsonklachten tegen gaat en je controle over bewegingen verbeterd. Daarnaast komt er trypofaan vrij, die helpen emoties te verwerken en grofweg dezelfde effecten hebben als antidepressiva (maar dan zonder schadelijke bijwerkingen!).
  3. Door te sporten neemt stress af, doordat de cortisolhuishouding weer op peil komt. Dit is gunstig voor doelgericht gedrag en oproepen van informatie uit je geheugen.
  4. Op de lange termijn maakt sporten het brein jonger: er komt meer grijze stof in de hersenen waardoor bijvoorbeeld de voorste gebieden (frontale cortex) beter werken. Deze gebieden heb je nodig voor doelgericht gedrag, plannen, organiseren, en andere complexe vaardigheden.
  5. Op de lange termijn maak je nieuwe hersencellen aan, waardoor je brein vitaal blijft en je geheugen goed of zelfs beter gaat werken.
  6. Door aan je conditie te werken wordt de verbinding tussen de zenuwcellen beter, waardoor informatie gemakkelijker tussen gebieden kan worden overdragen.
  7. Regelmatig sporten verbetert de executieve functies van je kinderen. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat er een grote verbetering te zien is in de aandacht (concentratie), het lange termijngeheugen en het werkgeheugen. Dus zéker voor kinderen die hier moeite mee hebben, is sporten aanbevolen!

Zoektocht naar de juiste sport

Dit is even een lijstje om te prikkelen, want er volgen komende tijd nog meer artikelen over dit onderwerp. Waarom ik me hier hard voor maak? Ik ben nooit zo opgegroeid met sporten. In tegenstelling tot veel van mijn toenmalige klasgenootjes op de basisschool en middelbare school, had ik geen vaste vereniging, geen tweede ‘basis’ om op terug te vallen. En dat heb ik toch wel eens gemist. Mijn sportervaringen op jonge leeftijd vielen in de categorie ‘blauwe maandagen’ en ‘proeflessen’ en bloedden vaak dood door ‘omstandigheden’. Zat ik op jazz ballet, werd ik ziek toen de uitvoering was. Zat ik op wedstrijdschaatsen, wilde mijn moeder niet naar andere ijshallen rijden toen ik verder kwam. Zat ik op street dance, stopte mijn vriendin er mee. Met andere woorden: sporten kwam niet van de grond.

Uit eigen ervaring: de voordelen

Ook in mijn volwassen leven heb ik altijd gezocht en geprobeerd. Jarenlang heb ik met wisselend succes gefitnessd, maar merendeel van de tijd moest ik mijzelf hier naartoe slepen. Anderzijds genoot ik ervan als ik resultaten boekte, vooruitgang bemerkte. Ik probeerde van alles: bodypump, zwemmen, bootcamp, zumba, fitness, spinning, hardlopen… Tot ik begon bij NatuurlijkSportief en mijn passie vond. Sindsdien ben ik om. Van 0,0 conditie na de geboorte van mijn 3e, naar hardloopwedstrijden en 4 uur sporten per week. En de voordelen die ik merk?

  • ik ben sterk, fit, heb weer conditie
  • ik ben gelukkig, heb mijn passie gevonden, kijk uit naar de trainingen, lach veel en maak lol met anderen
  • ik heb energie, slaap goed, concentreer me beter en heb geen wegtrekkers meer op mijn werk
  • ik ben alert, ondernemend, zit vol ideeën en het lukt me beter om deze ook uit te voeren

Gelukkig door bewegen

Kortom, een bewijs dat het lijstje met voordelen van sporten inderdaad klopt. En dáárom maak ik me er hard voor dat kinderen voldoende sporten en bewegen. Natuurlijk geldt dat voor mijn eigen kinderen, maar ik probeer ook anderen hier bewust van te maken. Want zoals ik ook heb ervaren: je beseft pas wat het sporten oplevert, als je het doet. Sporten maakt slim én gelukkig. Plan daarom liever afspraken om de gym-uurtjes heen, ze zijn al zo schaars.

 

 

Hoe Fosse niet zindelijk wilde worden

Hoe Fosse niet zindelijk wilde worden

Te koppig om naar de wc te gaan

Zindelijkheid. Dat is wel een dingetje geweest hier. Met de oudste was het aanvankelijk geen probleem. Met 2,5 jaar oud vroeg ze uit zichzelf of ze op het potje mocht en binnen een week (!) was ze overdag volledig zindelijk. Het ging volgens het boekje: ze was geïnteresseerd, keek hoe wij plasten, ging met ons mee en was bereid om te oefenen. En sinds die tijd zijn de keren dat het mis ging op één hand te tellen.

Geen zin

Maar bij Fosse was het een heel ander verhaal. Fosse, met zijn gemoedelijke karaktertje, kon het niet zoveel schelen. En dat was zachtjes uitgedrukt. Want Fosse heeft, met bepaalde onderwerpen, een flinke kop erop zitten. En dus had hij blijkbaar besloten dat hij niet zindelijk hoefde te worden. Als je denkt dat ik een grapje maak: helaas! Toen hij al een tijdje 3 was, zei hij doodleuk dingen als: ‘ik ga niet op de wc plassen, want ik word toch niet groot’ of: ‘ik doe het gewoon in mijn luier’. Nou en geloof me, als Fosse dat eenmaal heeft besloten, moet je toch van verdomd goeie huize komen wil je daar verandering in de zaak brengen.

Interesse in plassen op de wc

Natuurlijk waren wij met Meia’s 2,5 jaar verwend, en verwachtten we ook niet dat Fosse dan al zindelijk zou zijn. Dat hoefde ook niet. Jongens zijn immers ook later dan meisjes met zindelijk worden, dus we gaven het nog even de tijd. Maar het viel al wel op dat er 0,0 interesse was vanuit hem. Op het consultatiebureau werd het bezoek na bezoek ook gecheckt: ‘is er al interesse?’, ‘kijkt hij naar anderen?’, ‘neem je hem mee, probeer je het al eens samen?’. En met elk bezoekje besefte ik: hmm, het is nog steeds niet aan de orde.

Verschonen

Maar het waren niet de vragen vanuit het consultatiebureau die mijn motivatie om aan de zindelijkheid te werken versterkten. Heb je wel eens geprobeerd een flinke 3-jarige op een verschoningsmatje te vouwen? Die dingen zijn ontworpen voor BABY’S, met bijbehorende afmetingen. En mijn zoon voldeed absoluut niet aan die omschrijvingen. En dat was nog niet het ergste: de productie bij een baby is nog te overzien. Die van een 3-jarige is echter van een heel ander kaliber! Het was gewoon geen feestje meer, deze momenten. En ‘helaas’ wordt er door ons kroost nog al wat naar binnen gewerkt, en alles wat er in gaat… Juist.

Motiveren om zindelijk te worden

Dus langzaam maar zeker begonnen Steef en ik ons offensief uit te voeren. We begonnen met vriendelijk vragen: “zullen we eens proberen op de wc te plassen Fosse?” “Nee! Ik wil niet op de wc, ik blijf gewoon klein!”. Ik begon met benoemen van de voordelen: “als je straks op de wc plast, kun je alles gewoon zelf doen, dan blijven je billen ook gewoon schoon en stinkt het niet meer zo erg door die vieze luiers” “Maar ik ga toch niet op de wc plassen”. We haalden boekjes uit de bieb over zindelijk worden, op het potje gaan, op de wc plassen, etc. Hij vond er niks aan. In mijn wanhoop heb ik zelfs geprobeerd hem op te kopen: “als je het probeert dan krijg je een ijsje!” “Nee, ik hoef niet”. Ik begon, gevoed door eigen irritaties, met het benoemen van de nadelen (geen idee of dat pedagogisch verantwoord is, maar het gebeurde): “jemig Fosse, je past helemaal niet meer op het kussen, je bent veel te groot! Grote jongens gaan gewoon naar de wc. Straks op school kun je niet meer in een luier hoor! En het is zo vies… heel je billen onder de poep! Dat zit toch ook helemaal niet lekker!”, waarop veelal werd gereageerd met een pruillip en dito gezicht, waardoor ik me per direct weer een rot moeder voelde.

Reacties van anderen

Ondertussen kwam het onderwerp natuurlijk ook bij anderen ter sprake, die vaak verbaasd reageerden als ik uitlegde dat Fosse nog luiers droeg. En ik was er van overtuigd dat hij gewoon zindelijk kón zijn, als hij het maar probeerde, want ik kon de klok erop gelijk zetten wanneer hij naar de wc moest. Maar koppig als hij was, deed hij dit gewoon niet. Punt. Dus wanneer meneer ging spelen bij zijn vriendinnetje, ging er steevast een setje luiers en doekjes mee. Het zou hem een worst wezen volgens mij. Zo ook op de peuterspeelzaal. Vaak merk je bij kinderen onderling dat er iets van statusgevoel ontstaat wanneer er een paar zelfstandig naar de wc kunnen, wat vervolgens de motivatie bij andere kinderen vergroot om dat óók te kunnen. Bij Fosse dus niet. Die had er was anders op bedacht: hij ging gewoon niet.

Peuterspeelzaal

En niet zelden werd ik dan weer aangesproken door de leidsters die met een ernstig gezicht uitlegden dat het nu toch wel tijd werd om hem voor te bereiden op de basisschool, dat we nu toch echt moesten beginnen met zindelijkheidstraining. Fosse stond dan te zuchten en te dralen terwijl deze gesprekjes plaatsvonden, want het was alles behalve relevant voor hem, had hij bedacht. Want, zo hield Fosse de laatste weken voor de zomervakantie vol: “het duurt nog héél lang voor de school begint”. Alle tegenargumenten ten spijt.

Het omslagpunt

Ik zag het inmiddels somber in. Hoe moest dat nou straks, de leerkracht gaat echt zijn luier niet verschonen. Ik had al een doemscenario dat hij helemaal niet naar school zou kunnen. Totdat Fosse op een dag, ergens in juni, ineens besloten had op de wc te plassen. Het was kort nadat er wederom een gesprekje plaatsvond op de peuterspeelzaal tussen de leidster en mij. En ik vervolgens mijn moedeloosheid uitte naar onze nanny. Wat er precies is gebeurd, ik weet het niet, maar een wonder voltrok zich voor onze ogen: Fosse wilde naar de wc!? We begrepen er niks van. Het plassen was (wat ik al vermoedde) zó onder de knie, hij voelde natuurlijk allang aan wanneer hij moest.

Poepen op de wc

De grote boodschap vond hij spannender. Het letterlijk loslaten hiervan vond hij eng, wat veel kinderen in het begin hebben. Ik opende resoluut mijn grote trukendoos weer en begon met alle liefde met chanteren: “Fosse als het lukt dan gaan we meteen een autootje kopen!” riep ik half hysterisch terwijl hij vechtend tegen de aandrang zijn drol probeerde rechtsomkeert te laten maken. En dit keer won ik. De drol plonsde in de wc en ik zette een polonaise in, in mijn eentje, klappend en joelend van geluk, want ik wist: nu het één keer gelukt was, ging de rest ook lukken. Zoals beloofd trakteerde ik mijn zoontje van net geen 4 jaar op de mooiste hot wheels die hij kon vinden en stuurde ik, volledig opgaand in mijn manie, een foto van de inhoud van de wc door aan onze nanny. Het is ons gelukt! En wat was Fosse trots, nu hij merkte dat het hem lukte én zoveel voordeel opleverde. Sindsdien gaat het eigenlijk altijd goed. Wat een opluchting.

De nachten zijn een heel ander verhaal, waarover ik een andere keer zal schrijven.

Zwak werkgeheugen: stapjes terug!

Zwak werkgeheugen: stapjes terug!

Small steps, big results

Laatst sloot ik een behandeling af met een jongen uit de bovenbouw. Het was een wat langer traject dus ik kende hem al een poosje. Na de aanmelding waren er wat signalen voor een aandachtstekortstoornis, dus stelde ik voor om te beginnen met onderzoek. En inderdaad, in dit geval bleek er een concentratiestoornis te zijn: de jongen had ADD.

Maar dat was natuurlijk pas het begin van het traject, want na een classificatie is het probleem niet opgelost. Voor ouders was het best een schok: hun zoon, met als zijn dromerigheid en eigenaardigheden, had ineens een verklaring voor zijn grillen! Wat betekende dat voor hen als ouders? Hadden ze anders moeten handelen?

Schuldgevoelens

Het is niet zeldzaam dat ouders een schuldgevoel ontwikkelen nadat er uit een onderzoek een bepaalde conclusie of classificatie volgt: “hadden we het eerder moeten zien?”, “heb ik nu al die jaren gemopperd terwijl hij er niks aan kon doen?” zijn maar enkele voorbeelden van gedachtes die dan door het hoofd kunnen schieten. Zo ook bij deze ouders.

En dat gaat me best aan het hart: ik zie twee liefdevolle ouders die zich inzetten voor het welzijn van hun zoontje, maar soms tegen muren oplopen omdat ze merken dat hun aanpak blijkbaar niet leidt tot blijvende verbeteringen. Dat geeft frustraties en irritaties, en kan de sfeer behoorlijk teniet doen in huis.

Psycho-educatie

Om die reden stel ik dan vrijwel altijd voor om ouders (en het kind het liefst ook) voor psycho-educatie te laten komen. Dit is een duur woord voor een stukje therapie waarin wordt ingegaan op de classificatie, in dit geval ADD. Hierin wordt uitgelegd wat het hebben van zo’n stoornis inhoudt en wat het betekent voor de praktijk. Het is namelijk nog altijd zo dat meer kennis ook leidt tot meer begrip. En dat is een belangrijke eerste stap. Daarnaast ontschuldigt het ook: het legt uit waarom de dingen gaan zoals ze gaan, zonder iemand als boosdoener aan te wijzen. Dat is vaak een opluchting voor het gezin: het kind krijgt erkenning voor de dingen die hij lastig vindt, de ouders krijgen erkenning voor hun inzet en pogingen om het gedrag te veranderen, zonder al te veel succes.

Maatwerk

Natuurlijk kun je ook een goed boek lezen over ADHD (wat ik trouwens ook zeker aanraadt aan ouders die een kind hebben met een aandachtstekortstoornis), maar dat blijft toch vrij statisch. Ik hou er niet van om als het ware de feitjes en de rijtjes op te lepelen. Nee, want ouders hebben een kind die naast zijn ADHD/ADD ook nog een karakter, temperament en sociaal leven heeft. Dat betekent maatwerk. En natuurlijk herken ik bepaalde patronen die in deze gesprekken terugkomen, want aan de stoornis liggen immers dezelfde oorzaken ten grondslag.

Zwak werkgeheugen

Een van die oorzaken is een slecht werkgeheugen, waardoor vaak het opvolgen van meerdere opdrachten en het onthouden van meerdere dingen tegelijk een onmogelijke opgave wordt. Zo ook bij deze ouders met hun zoon. Gék werden ze er van, iedere keer kwamen ze laat, terwijl ze de hele ochtend achter zijn broek aan zaten en hij doodleuk een stripbroek zat te lezen met slechts één been door zijn broek omdat hij al 20 minuten lang niet aan zijn andere been was toegekomen. Onbegrijpelijk vonden ze het. Hij was toch al zo oud? Alle kinderen van die leeftijd kunnen zich toch gewoon behoorlijk aankleden, tanden poetsen, haren doen, ontbijten, en klaar maken voor school?

Automatiseren

Het werd één van de belangrijkste behandeldoelen: het automatiseren verbeteren en daarmee de zelfstandigheid bevorderen. Daarvoor is in eerste instantie begrip nodig van de situatie zoals die is, namelijk: nee, je kind kan dat niet.  En dat klinkt hard, maar is nodig om je te realiseren voordat je verder gaat. Wanneer je als ouder de verwachting blijft houden dat hij dat allang zou moeten kunnen, ga je impliciet uit van onwil. En daarmee ga je wellicht onnodig de strijd aan om iets voor elkaar te krijgen wat uiteindelijk niet lukt.

Bijstellen van verwachtingen

Dus: terug naar de basis. Wat lukt wel? En bij dit gezin was het heel veel stappen terug. Zoveel stappen, dat de ouders het bijna gênant vonden: het leek wel alsof ze een kleuter moesten begeleiden, zeiden ze me. Want ik adviseerde dat we zouden proberen het gedrag weer opnieuw in te slijten, stapje voor stapje. Uiteindelijk kwamen ze zelf met het idee om pictogrammen te gebruiken, zoals de dagritmekaarten die ze op scholen gebruikten. Daarmee konden ouders de jongen terug verwijzen: “kijk eens op de kaart, wat moet je nu doen?”.

Oplossingsvaardigheden

We besteedden veel tijd aan het versterken van oplossingsvaardigheden van de jongen, door het balletje steeds bij hem te leggen. Niet oplossen, wat wel veel sneller en efficiënter is en bovendien een hoop gedoe en irritaties scheelt, maar coachen. En dat is moeilijk, want ouders zijn geboren oplossers: “kom maar, ik doe het wel even”, “laat mij dat maar doen, dat is sneller”, vast herkenbaar voor veel ouders. En nu werd deze ouders juist gevraagd om op hun handen te zitten, op hun tong te bijten en slechts af en toe een open vraag te stellen: “wat moet je doen? Wat doe je daarna? Hoe gaat je dat lukken? Waar moet je mee beginnen? Hoe weet je of je klaar bent?” Etc.

Resultaten

Tegelijkertijd kwam de jongen voor behandeling en individuele psycho-educatie. Om te leren over zichzelf, over ADD en hoe dit slechts een onderdeel is van wie hij is. Er werd met school een plan opgesteld om hem daar ook aan zijn behoeften tegemoet te komen. Op drie fronten (individueel, ouders en school) werd gewerkt aan het ‘omgaan met’. En een tijdje terug zag ik de ouders voor de evaluatie.

Wat bleek? De jongen had het ochtendritueel volledig geautomatiseerd. Ouders hoefden niet meer te mopperen,  wat een stuk meer gezelligheid opleverde in de ochtenden. Sterker nog, de jongen had vaak nog wat tijd over om iets voor zichzelf te doen. Het teruggaan in stapjes en verwachtingen vanwege het zwakke werkgeheugen was een goede zet geweest. De verschillende stappen waren ingesleten en een gewoonte geworden, waardoor de pictogrammen allang niet meer nodig waren en zelfs het coachen veelal overbodig bleek. Ouders hadden gemerkt hoeveel het scheelde als ze vooraf situaties bespraken: ze vertelden hun zoon vooraf wat ze van hem verwachtten, en dat bleek voldoende voor hem om het daadwerkelijk te laten zien. De ouders waren perplex! Hij was zelfstandiger, had meer zelfvertrouwen en was bovendien ook socialer geworden. Met kleine aanpassingen, veel herhaling en veel geduld hadden ze veel bereikt.

Speelgoed, wat doe je ermee?

Speelgoed, wat doe je ermee?

Hoe voorkom je overspoelen door speelgoed? Vier tips.

 

“Toen ik nog zwanger was van Meia had ik, net als alle ouders, bepaalde voornemens voor het ouderschap. Zo vond ik speelgoed met ‘licht en geluid’ en van plastic maar schreeuwerige rommel die ik niet in mijn huis hoefde te hebben. Nu, zes jaar later, kijk ik om mij heen en zie een kakofonie aan kleuren en geluiden. Wat is er in die jaren mis gegaan? Is er eigenlijk wel iets misgegaan?”

 

Groot aanbod

Met speelgoed heb ik een beetje een haat-liefde verhouding opgebouwd door de jaren heen. Er is zoveel! En binnen dat ruime aanbod is het soms zoeken waar je goed aan doet. Waarop baseer je de keuzes van je speelgoed? En daarnaast: hoe werkt dat in de praktijk? Want je kunt zulke goede ideeën hebben, als het niet wordt uitgevoerd, loopt je hele ‘plan’ mis. Sowieso een dingetje hoor, ‘plannen’ met kinderen. Kun je beter niet doen geloof ik.

Gebrek aan bergruimte

We wonen in een huis met erg weinig bergruimte, dus was onze insteek: liever geen grote dingen, want die kunnen we toch niet kwijt. En drie keer raden wat er dan voor de verjaardag gegeven wordt: jawel, een kinderwagen en een mini-bakfiets. Tot zover het voornemen voor klein speelgoed. Het volgende streven was überhaupt niet te veel kopen. Hoofdreden was nog steeds de bergruimte, maar daarnaast waren we al snel lid geworden van de speel-o-theek (hierover een andere keer meer), waardoor we steeds (groot) speelgoed konden lenen én weer terugbrengen. Scheelde zeeën aan ruimte (en geld)!

Cadeaus

Maarja, opa’s, oma’s en Sinterklaas hebben hele andere voornemens kwamen we al snel achter. ‘Niet te veel’ werd krap geïnterpreteerd merkten we. Trots als zij zijn op hun kleinkroost, worden kosten noch moeite gespaard om hen in de watten te leggen. Met als gevolg dat we al na 1,5 jaar semi-noodgedwongen zes gigantische speelgoedkisten in elkaar timmerden om al het aangeschafte spul weg te werken. Om maar niet te spreken van de uitbouw die weer een paar jaar later volgde (oké oké die was heus niet voor al het speelgoed, maar toch).

Overspoeld

Die gigantische aanvoer van speelgoed had trouwens als gevolg dat er minder gespeeld werd. Ja echt. Door de overvloed aan speelgoed wordt er minder gespeeld. Niet zo gek ook trouwens, het werkt voor ons volwassenen net zo: als je in een overvolle kamer komt weet je ook niet meer waar je moet kijken en waar je moet beginnen. Zo werkte het bij onze kinderen ook.

Minder speelgoed = meer spelen

Dat merkte ik maar al te goed in de afgelopen vakantie, toen een ander kwartje viel. Ik zocht wat klein speelgoed uit voor tijdens de reis en tijdens de vakantie. Vanwege beperkte ruimte in de auto, moest ik selectief zijn. Dus een klein beetje playmobil, een paar auto’s en dat soort dingen. En wat bleek? Het beschikbare speelgoed, wat slechts een fractie was van alles thuis, werd intensief gebruikt. Er werd gespeeld! Dat was een eye-opener: teveel is een dood-doener.

Tips om je kind te laten spelen

En hoewel wij zelf weinig tot niets aanschaften, groeide onze spullenvoorraad en verbleekte de voornemens van eenvoudig, degelijk en kwalitatief speelgoed zonder al te veel poespas steeds meer naar de achtergrond. Om toch de kinderen tot spelen te laten komen, bedachten we wat trucs.

  1. Zeker bij de eerste jaren van onze kinderen, verstopten we na de verjaardagen en sinterklaas wat van het nieuwe speelgoed. Klinkt gemeen he? Maar gelukkig kunnen ze als ze zo klein zijn nog niet goed bijhouden wat ze precies hebben gekregen. We borgen daarom een deel op voor later. Zo bleef er op een later moment ook nog een moment van verrassing en ruimte voor nieuwe ervaringen, als we de cadeaus dan nogmaals gaven.
  2. In lijn op het voorgaande, borgen we sommig speelgoed uit het zicht op. We stopten ze hoog in hun kledingkast of in kastjes in hun kamer waar ze (expres) niet bij konden, zodat ze er om moesten vragen als ze het wilden hebben.
  3. Toen ik merkte dat onze kinderen écht niet meer speelden, maar alleen maar wat in de bakken rommelden en er van alles uithaalden zonder er naar te kijken, besloot ik dat er wat veranderd moest worden. We gingen naar ikea en kochten daar stapels opbergdozen in soorten en maten. Daarna volgde een weekend lang sorteren van al het speelgoed en deze op het neurotische af in elk hun eigen bakje stoppen. Op deze manier konden ze een bakje pakken met daarin één soort speelgoed, en hier vervolgens mee spelen. Dat klonk als een ideale situatie, maar ik merk dat hier nog wel haken en ogen aan zitten in de uitvoering (zie verderop).
  4. We wisselen speelgoed regelmatig: wat beneden staat verhuizen we naar boven, spullen uit de kast worden tijdelijk beneden gezet. Wat al een tijd niet wordt gebruikt, gaat de kast in. Zo prikkel je steeds opnieuw je kind. Voorwaarde is dan wel dat je je spullen netjes bij elkaar moet houden.

Verlanglijstjes

Het werken met lijstje.nl voor het aanmaken van de verlanglijstjes van je kinderen werkt praktisch en zorgt ervoor dat je dubbele cadeaus vermijdt en zelf een beetje kunt sturen in wat er wordt gegeven. Toch blijft dat lastig, omdat mensen soms hun eigen interpretatie op de spullen geven of van het lijstje afwijken.

Uit het speelgoed groeien

Dan heb je nog het probleem dat kinderen uit speelgoed groeien. Zo zit je na een jaar met een berg babyspeelgoed waar niet naar wordt omgekeken. En zo’n zes jaar lang had ik ideeën voor een soort speelgoedruilbeurs, maar dit komt tot op heden niet van de grond (meteen een stille oproep aan mensen die zich geroepen voelen dit even te organiseren!).

Wegdoen van speelgoed

Zo hakte ik afgelopen weekend, na drie keer mijn nek bijna te breken over rondslingerende poppetjes, balletjes en andere prullaria, een knoop door: weg ermee! Er wordt niet (meer) mee gespeeld, ligt alleen maar in de weg en zorgt voor irritaties en onnodige opruimtijd. Dus pakte ik een rol vuilniszakken en sorteerde al het babyspeelgoed dat we door de jaren heen hebben verzameld. In totaal drie vuilniszakken vol en wat losse dingen daarnaast stonden vervolgens klaar om weg te doen naar de kringloop.

Sorteren, uitzoeken, opruimen…

De volgende uitdaging ligt in het sorteren van al het overige speelgoed. Ligt het aan mijn kinderen? Er is een onverhuld talent voor in no-time alle sorteren bestaand speelgoed als een soort grote blender door elkaar te husselen en in tig verschillende opbergplekken te stoppen. Hoe vaak ik niet ochtenden lang potloden en stiften heb gesorteerd, stapels papier heb gemaakt en puzzels in de goede doos heb teruggestopt… om gek van te worden! En met iedere keer spraken we (uiteraard) af dat er nu wél goed op werd gelet, etc. etc. (je kent het wel). Maar tot op heden lijkt het niet te lukken.

Zorg dragen

Ik vind het belangrijk dat ze leren zorg te dragen voor hun spullen, maar het lijkt wel lastiger te worden naarmate er meer beschikbaar is. Het lijkt ze iets te geven in de trant van ‘iets kwijt? dan pak ik toch wat anders’ of ‘kapot? ik heb toch nog genoeg’. Een soort nonchalance, en dat irriteert me. Een les die ik van belang vind is namelijk dat je zuinig bent, dat je dankbaar bent voor wat je hebt. Gretigheid en inhaligheid en daarmee dus verwend gedrag zijn eigenschappen waarmee ik (en dus ook mijn kinderen) liever niet mee in verband word gebracht.

Overzicht houden

Met het vieren van Meia’s verjaardag voor de deur, was ‘plaatsmaken voor het nieuwe’ (jemig wat klinkt dat decadent!) een vereiste. Tijdens het uitzoeken en opruimen mijmerde ik over hoe ik het ooit voor me zag: kleine beetjes speelgoed, van goede kwaliteit, overzichtelijk, zodat het gepakt kan worden en weer opgeruimd zoals bedoeld. Ik besloot dat het nog niet te laat was. Wegdoen wat overbodig was, was stap 1. Ondertussen dacht ik aan de volgende stappen. Eén daarvan is grondig uitzoeken van het huidige speelgoed en deze weer sorteren. Want, zoals ik uit ervaring leerde: less is more! En wat er dan overblijft ga ik goed opbergen, zodat het overzicht blijft.

Spelkamer

Het speelgoed dat incompleet, stuk of ongebruikt is gaat weg. Of naar de kringloop of verkopen of weggeven, we zien wel. Ook kan ik een deel van het ongebruikte of ontgroeide speelgoed gebruiken voor de praktijk. Er komen immers dagelijks kinderen bij ons, soms in gezelschap van (jongere) broertjes en zusjes die soms zoet gehouden willen worden. En een van mijn dromen is ook een spelkamer in de praktijk, dus wie weet krijgt het speelgoed een nieuwe bestemming in die richting.

Activiteitenboek

En een laatste, ambitieuze stap die ik wil nemen is het maken van een soort activiteitenboek. Met foto’s van alle beschikbare spullen, spellen en speelgoed of andere activiteiten die gedaan kunnen worden. Op school werken ze met een planbord, en dat gaat naar mijn idee heel goed. Ik hoop met een activiteitenboek hetzelfde te kunnen bereiken: bewust kiezen voor een activiteit, deze afmaken en weer opruimen. Dat wordt nog een uitdaging, ik ben nog in de brainstormfase over de uitvoering hiervan, maar ik hou je op de hoogte.

 

Gaatjes schieten bij je kind

Gaatjes schieten bij je kind

De eerste oorbellen

Meia had het er al een tijdje over: gaatjes. Zo rond het moment dat ze naar de basisschool ging, viel het haar op dat sommige meisjes oorbellen hadden en kwam ze er al snel achter dat zij gaatjes in hun oren hadden. Dat klonk indrukwekkend, en boezemde toch een zeker ontzag in voor deze meiden.

Afschrikwekkend?

En zo kwam het dat zo nu en dan het onderwerp hier op terug kwam. Zeker toen de dochter van een vriendin van me voor haar 5e verjaardag gaatjes liet schieten. Met open mond bekeek ze de ‘after-foto’ en met grote ogen luisterde ze naar het verhaal dat er écht gaatjes in haar oren werden geschoten. De woorden ‘gaten’ en ‘schieten’ zorgen geloof ik ook direct voor allerlei visualisaties die eerder afschrikwekkend dan aantrekkelijk zijn, maar blijkbaar niet zó beangstigend dat ze er vanaf zag. Is de mens dan toch een tikkeltje sadomasochistisch vraag ik me af? Afijn, dat is een heel andere discussie.

Op welke leeftijd neem je gaatjes?

Terug naar de oren. Op een verjaardag waar ze het betreffende meisje weer tegenkwam, was ze opnieuw onder de indruk van het geschitter van de oorbelletjes en laaide de wens naar eigen gaatjes weer op. Ik zat echter in twijfel. Sowieso vond ik 4 jaar, de leeftijd waarop de interesse begon, te jong om de gaatjes te laten schieten. Ik weet niet waarom, maar als meisjes nog erg klein zijn, vind ik het wat tegennatuurlijk om dan al echte oorbellen te dragen. Ik besloot na een innerlijke discussie dat 6 jaar een mooie leeftijd zou zijn. Want dat zou de overgang zijn van kleuters naar de middenbouw, en luidde ook een nieuwe fase in.

Twijfels: moet ik het wel of niet doen?

Toch vond ik het nogal wat. Je maakt toch een gat in iemands oor, laten we wel wezen. Twee oren trouwens. Je beslist dan als ouder dat dit gebeurt, en wéét dat je kind niet kan inschatten hoe de pijn is. Bij dit soort beslissingen slaat bij mij altijd de twijfel toe: moet ik dit wel doen? Doe ik hier goed aan? Is het écht de wens van mijn dochter, of is het een tijdelijke bevlieging waar ze later spijt van krijgt?

Deceptie

De dag brak aan: Meia werd 6 jaar, en die dag had de stille belofte dat ze gaatjes in haar oren kreeg. We besloten al vroeg te vertrekken. Zelfs zo vroeg, dat we een half uur moesten wachten tot de juwelier open ging (tja, als je kinderen hebt, heb je er om 9 uur immers al een halve werkdag opzitten). Daardoor steeg de spanning nog wat extra. Toen er uiteindelijk reclameborden naar buiten werden geschoven bij de winkel, rende Meia er enthousiast naartoe, om verlegen haar wens aan te geven: ‘ik wil graag gaatjes schieten’. En wat een deceptie toen er direct werd verkondigd dat het apparaat kapot was!

Poging 2

Teleurgesteld dropen we af, naar huis terug, want er was geen tijd meer om naar een andere juwelier te gaan, omdat mijn kinderen een feestje in de buurt hadden (op de verjaardag van Meia zelf, inderdaad!). Ik hield de hoop voor mezelf dat we aan het einde van de middag nog een gaatje zouden vinden (wat een woordkeus) voor een herkansing bij een andere juwelier. En gelukkig lukte dat! Dus haastten we ons naar het andere adres waar we prompt een meisje voor ons hebben die oorbellen laat schieten. Meia is direct live getuige van dit proces. Gelukkig was dit meisje al ouder en gaf ze geef krimp bij het schieten. Ja, ik sta daar toch even met samengeknepen billen uit angst dat ze ineens niet meer durft.

Aan de beurt

Maar Meia sloeg het tafereel aandachtig gade en zocht ondertussen de oorbelletjes graag uit die ze wilde (wat ongeveer 15x per minuut veranderde), zodat ze toch écht zeker wist welke ze wilde toen ze zelf aan de beurt was. Trots als een pauw ging ze zitten en stelde de medewerkster meteen bijdehand op de hoogte van het feit dat ze vandaag jarig was. Haar grijns was echter wel in één klap van haar gezicht toen ze de schok van de eerste oorbel voelde. En ineens had ik zo met haar te doen, het arme kind, had geen benul hoe het écht voelde, en nu moest haar tweede oor nog…

Nieuw spiegelbeeld

Maar nog verdwaasd van het eerste schieten, werd ook meteen de tweede oorbel erin geschoten. En toen was het klaar. Met een lichte trilling van haar onderlip en aarzelend voelen aan haar oren bekeek Meia haar nieuwe spiegelbeeld. En gelukkig, de aanblik van fonkelende bloemetjes in haar oren lieten haar glimlach al snel terugkomen. Toen de medewerkster ook nog een compliment maakte hoe goed haar oorbellen bij haar jurk pasten, was ook haar zelfverzekerde houding weer terug. En stiekem was ik daar best een beetje opgelucht over.

Trots!

Op weg naar huis leek ze haar best te doen haar nek uit te steken, en als ze kon, zou ze met haar oren klapperen, om trots aan alle voorbijgangers haar nieuwe looks te tonen. Dat haar oorlellen nog rood en gezwollen waren, en behoorlijk jeukten en irriteerden die eerste uren, vertelden we er maar niet bij. Maar na een paar uur trok ook dat weg, en kon ze écht genieten van haar cadeau. En toegegeven, ik vind het toch ook wel heel mooi staan.

 

Van negatieve aandacht naar meer begrip

Van negatieve aandacht naar meer begrip

ODD en de aandacht opeisen

Laatst gaf ik psycho-educatie en mediatietherapie aan een moeder van een zoontje met flink wat brutaal en opstandig gedrag, geclassificeerd met ODD (een gedragsstoornis). Mediatietherapie is therapie via een medium, in dit geval de moeder. Je legt dan dingen uit die de ouders kunnen doen voor hun kind. Psycho-educatie is een stukje informatieverschaffing over het functioneren van het kind en wat het kind nodig heeft in de opvoeding en benadering.

Hij doet het expres?

Deze moeder leidde, net als vele anderen, een druk bestaan. Vier kinderen, man veel van huis, oudste kind vraagt vanwege handicaps veel verzorging, en dan dit aangemelde jongetje met wie ze het flink te stellen had thuis. Het leek wel of hij voelde wanneer zij eindelijk tijd voor zichzelf had, want precies op DIE momenten ging hij lopen etteren en zuigen. En niet gek dat je dan als moeder na een tijdje het idee krijgt dat je kind expres ruzie met je zoekt en je dwars wil zitten. En waarom in vredesnaam?

Ten eerste is het (gelukkig!) een fabeltje dat kinderen hun kinderen expres dwars zitten. Dus “hij doet het er om!” gaat niet op, al voelt het soms nog zo. Maar dat heeft uiteindelijk vaak meer met jezelf te maken dan met je kind. Maargoed, dat is een hele andere discussie.

Doordrammen en zeuren

In ieder geval leek dit jongetje op de meest vervelende momenten aandacht te vragen. Stond de moeder druk te koken, bleef hij net zo lang om iets lekkers zeuren tot ze toegaf. Had ze net alle kinderen op bed gelegd, kwam hij weer om de hoek kijken en klagen dat het te heet was, hij dorst had, moest plassen, etc. Gék werd ze er van! En heel eerlijk? Die momenten herken ik natuurlijk ook dondersgoed uit mijn eigen leven: zit je net lekker op de bank, begint er eentje te huilen!

Eén op één tijd

Maar hoe ga je er mee om? Soms is het voor mij makkelijk praten, aan de andere kant van de tafel. Maar ik besef, zeker nu ik zelf 3 kinderen heb, dat het echt niet eenvoudig is om de dingen die we bespreken in de praktijk uit te voeren. En daarom is mijn bewondering voor de bereidheid, de motivatie en inzet van deze moeder (en vele anderen) des te groter. Want ze besefte, door onze gesprekken, dat haar zoontje eigenlijk alleen maar graag bij haar wilde zijn. Dat hij haar aandacht opeiste, omdat haar aandacht het grootste goed was voor hem. En door haar drukke leven, met de verzorging van de kinderen, het huishouden en alles wat erbij komt kijken, schoot het geven van deze kostbare één op één tijd erbij in.

Kwetsbaar

Wanneer je kind, net als de hare, steeds maar streken uithaalt, niet luistert, de grenzen opzoekt en overgaat, dan krijgt het heel vaak negatieve aandacht: niet doen, hou op, stop daar mee, doe eens normaal, gedraag je eens, wees stil! Deze moeder was het merendeel van de tijd brandjes aan het blussen en crisisinterventie aan het plegen. Maar ineens begreep ze, dat onder al die ondeugende acties, het stoere, brutale en soms ronduit slechte gedrag van haar zoontje, ook een kwetsbaar, klein jongetje zat. Die ook zocht naar bevestiging, trots, waardering en erkenning. Die graag samen een boek leest, spelletjes speelt, grapjes maakt of samen op pad gaat.

Geen scheidsrechter meer

En zodoende paste ze haar gedrag aan. Ze begreep dat zijn ongewenste gedrag een noodgreep was, dat het zijn manier was van aandacht vragen, dat hij niet de tools had om het anders te doen. Wanneer hij en zijn brusjes ruzie maakten, reageerde ze kalm. Ze stopte met scheidsrechter spelen en negeerde zijn gedrag waar ze kon. En waar ze het zag, hoe klein ook, prees ze hem. Wat ze als vanzelfsprekend zag, benoemde ze nu: bedankt dat je meteen naar beneden komt, wat fijn dat je direct hebt geluisterd.

Stress en rustig reageren?

Het klinkt simpel, maar dat is het niet. Sterker nog, als je op de meest drukke en cruciale momenten wordt getergd en getriggerd, is het heel logisch en menselijk dat je geïrriteerd of boos reageert. ‘Blijf kalm’ lijkt dan mijlenver weg. Als iemand tegen mij zegt “rustig!” op het moment dat ik gestresst ben, is dat olie op het vuur. Op het moment dat je onder druk staat of stress ervaart kún je immers niet rustig reageren. Of niet vanzelf in ieder geval. Je brein gaat dan namelijk in een andere stand staan (het reptielenbrein, waarover later meer), waardoor het nodig is zo snel mogelijk weer kalm te worden om zinnig te kunnen reageren.

Van wie is het probleem?

Het helpt dan om te beseffen dat het gedrag van je kind, zoals bij dit jongetje, geen onwil is. Als je meer begrip en acceptatie hebt, kun je rustiger reageren. Je voelt je immers minder persoonlijk aangevallen: je snapt dat dit een probleem van je kind is, en niet van jezelf. Dit perspectief nemen of inleven in de ander, is daarom heel handig om de zogenaamde negatieve spiraal te doorbreken.

Positieve spiraal

Dat merkte deze moeder ook. Toen ze de aandacht verlegde van zijn negatieve gedrag naar de uitzonderingen van goed gedrag, zag ze dat hij rustiger werd. Hij voelde dat hij meer gezien werd door zijn moeder, en dat maakte hem trots. Andersom had de moeder meer begrip voor hem, kon ze zien dat hij zijn best deed en werd ze blijer van het geven van de complimenten, hoe zeldzaam ook. Het begin van een positieve spiraal was een feit.

 

8 Low-budget kinderfeestjes

8 Low-budget kinderfeestjes

Tips voor feestjes met jonge kinderen

Vanaf het moment dat mijn kinderen naar de basisschool gingen, was het raak: kinderfeestjes! En omdat mijn oudste dochter in de zomervakantie jarig is, mochten we meteen aan de bak met het verzinnen van een leuk feestje. Ik groef in mijn eigen jeugdherinneringen aan feestjes, speurde internet af en keek de kunst af bij ouders die me voorgingen.

Het viel me alleen tegen hoe duur de meeste kinderfeestjes waren! Zeker voor kleuters die net komen kijken vond ik het onzin om zoveel geld uit te geven voor een leuke middag. Dat kon anders, besloot ik. In de loop der tijd heb ik daarom wat ideeën verzameld die in de categorie vallen van kinderfeestjes voor een klein budget. Alvast voor alle ouders en andere bekenden die mij de inspiratie gaven: bedankt! Jullie tips zijn zo leuk dat ik ze graag met anderen deel!

1. Spelletjesmiddag

Het eerste kinderfeestje dat we voor onze oudste dochter gaven was een traditionele “spelletjesmiddag”. We begonnen met pannenkoeken eten en lieten de kinderen daarna de cadeautjes verstoppen voor de jarige, die ze mocht zoeken. Ik had een kleine knutselactiviteit voorbereid: het versieren van sleutelhangers met foamklei (budgetvariant is bijvoorbeeld te koop bij de Hema). Geeft geen rommel en iedereen heeft direct een kleinigheidje om mee naar huis te nemen. Na het knutselen gingen we naar buiten (zomer, dus gelukkig heerlijk weer!), waar we twister speelden in de tuin. Ondertussen zette mijn vriend een speurtocht uit met stoepkrijt. Onderweg waren er kleine opdrachten en vragen, zoals: ‘trek elkaars schaduw om’, ‘welk huisnummer zie je aan de overkant van de weg’, ‘hoeveel blauwe deuren tel je in de straat’, ‘zing een liedje’, ‘loop 3 rondjes rond de paal’, etc. Uiteindelijk mochten ze de papa zoeken, die zich aan het einde bij een speeltuintje had verstopt. Dikke pret met alle vragen onderweg en genoeg gelegenheid om lekker de energie kwijt te kunnen. Na even gespeeld te hebben in de speeltuin wilden de kinderen graag zélf een speurtocht uitzetten voor de grote mensen. Eenmaal terug, speelden de kinderen nog even buiten of kleurden een kleurplaat, en was het alweer tijd om opgehaald te worden.

2. Bezoek de molen

Een bezoekje aan de molenaar. Laatst was het open dag bij de molen ‘Kyck over den Dyck‘ in Dordrecht (dit soort handige tips scoor je bijvoorbeeld door je lokale VVV-facebook pagina te liken), waar er pannenkoeken werden gebakken en je een rondleiding kon krijgen. De molen was veel groter en hoger dan ik dacht! Het bestaat uit een winkeltje beneden, waar je bijvoorbeeld ook wat kan eten en drinken. Daarboven zijn verschillende niveaus, waar je telkens een ander stukje van de molen tegenkomt: eerst zie je de wieken door de ramen, daarna kun je ook naar buiten. Bijna boven zie je de raderen draaien en in de nok vindt je de maalstenen. Het geluid, de bewegingen en de natuurkracht maken het tripje een hele belevenis! Een rondleiding door de molenaar kost slechts €1 per persoon en is gegarandeerd een leuke trip! Eventueel kun je met zelf gemalen meel (te koop in de molen) daarna bijvoorbeeld muffins gaan bakken.

 

3. De natuurspeeltuin

Een middagje bij de Speeldernis. Deze leuke natuurspeeltuin in Rotterdam is een klein paradijsje voor echte buitenspeelkinderen en waterratten. Hutten bouwen, slootje springen, dammetjes maken en met modder spelen… het kan er allemaal. Optioneel is een arrangementje met bijvoorbeeld popcorn poffen, marshmellows roosteren of broodjes knakworst bakken boven het vuur. Een arrangementje kost €9,50 per kind en geeft garantie voor een hele middag speelplezier. Maar ook hier is een budget variant in de vorm van een doe-het-zelf feestje: je neemt je eigen eten en drinken mee en kan voor €2 per kind een plekje rond het vuur reserveren.

 

4. De lokale speeltuin

We hebben in Dordrecht een aantal leuke speeltuinverenigingen, waar je ook je verjaardag kunt vieren. Voordelen: dichtbij, meenemen van eigen eten en drinken is toegestaan en de hele middag ben je onder de pannen. Voor ongeveer €1 tot €1,50 per kind heb je de hele middag alle kinderen in een veilige speelomgeving en kun je als ouders vanaf de picknicktafels een oogje in het zeil houden. In dit geval werden de kinderen daar ook door de betreffende moeder geschminkt als extra verrassing voor de kinderen.

 

5. Kindertheater voorstelling

Een iets duurder feestje: een Kindertheater voorstelling, bijvoorbeeld bij Kindertheater Marjolijn. Speciaal gericht op kinderen vanaf 2 jaar, voor verschillende leeftijden. Kaartjes zijn standaard €7 per kind inclusief wat drinken en een koekje. Voor de jarige ligt er een verrassing klaar. Een ideaal slecht-weer uitje of uitstapje voor in de winter wat bovendien de creativiteit en fantasie van kinderen prikkelt.

 

6. Schatgraven

Hiervan heb ik twee verschillende varianten die ik recent heb gehoord. Bij de eerste versie kregen de kinderen een geheime boodschap of brief waarin stond dat er een schat verstopt was in de buurt. Niet helemaal toevallig bleek dit in de zandbak van de kinderboerderij te zijn. Een heuse schatkist werd inderdaad opgegraven door jongens met scheppen. De schat bestond uit ‘diamanten’ en ‘robijnen’: kleine gekleurde steentjes en andere glimmende hebbedingen. In de tweede versie moesten de kinderen ook een schat vinden. Ditmaal vonden ze flessenpost, die ze uit het water visten. Deze brief bleek van een piraat, die een plattegrond had getekend op een schatkaart die gevolgd moest worden. De enthousiaste kinderen doken in het verhaal, gingen op zoek en vonden uiteindelijk prachtige goudklompen (goud gespoten stenen), om schathemeltjerijk weer naar huis te keren.

 

7. Apekooien in de gymzaal

Slecht weer? Huur een gymzaal! Er zijn vaak meerdere sport- en spelzalen in de gemeente te huur. Niet alleen voor verenigingen, maar ook voor particulieren zoals ouders. Verzin leuke spelletjes, klim in de touwen of ga apenkooien! Een sportief en actief feestje dat niet veel geld hoeft te kosten. Voor een uur huur betaal je ongeveer €12 en je kunt er heel wat kinderen in kwijt! Kijk in Dordrecht bij Dordtsport voor de verschillende gymzalen.

 

8. Themafeestje

Deze bestond al in mijn jeugd en is altijd goed. Denk aan een Frozen, Lego (Friends) of een Minions feest: kom allemaal verkleed, versier samen een cake in de kleuren van het thema, zorg voor een thema-diploma om aan het einde mee te geven, doe een thema-activiteit (modeshow, minions gooien i.p.v. blikgooien, met z’n allen een kasteel van karton knutselen, kroontjes of zwaarden maken, (glitter)tattoos zetten…) en natuurlijk laat je alle kinderen schminken in het thema. Tussendoor ga je allemaal even lekker naar buiten voor een frisse neus en om alle energie kwijt te raken.

 

Heb je zelf nog andere ideeën en tips voor low-budget kinderfeestjes voor jonge kinderen? Misschien heb je ergens iets gelezen, of heb je zelf iets origineels gedaan? Laat het hieronder weten!

Naar zwemles: positieve ervaringen

Naar zwemles: positieve ervaringen

Zwemles, een lijdensweg?

Ik herinner het me nog zo goed: met je dikke wintertrui in een overvolle gang achter het glas staan kijken, waar het 35 graden is. De zwemlessen van mijn oudste broertje. Het zweet brak me uit, ik verveelde me kapot en die lessen leken eindeloos te duren. En dan heb ik het nog niet eens over het omkleden. Tussen de natte lijven of dik ingepakte mensen, op een vochtige vloer met moddersporen, wachtend tot mijn moeder de zwembroek bij mijn broertje had afgestroopt, tot hij gedoucht, gedroogd en ein-de-lijk aangekleed was… Wat een martelgang!

Wachtlijst van een jaar

Niet zo gek dat ik er als een berg tegenop zag toen mijn oudste de leeftijd naderde dat zwemles onderwerp van gesprek werd. En dat was trouwens véél eerder dan ik had gedacht! Meia zat toen op peuter/kleutergym, waar andere ouders elkaar vroegen of hun kind al op de wachtlijst stond. Wachtlijst!? Het was maar goed dat ik dat opving, want na enig speuren op internet werd mijn vrees bevestigd: een jaar wachttijd is gemiddeld! Meia was toen bijna 4 jaar en daarom besloot ik meteen werk van mijn zaak te maken, veel liever had ik gehad dat ze nog vóór haar 5e jaar was begonnen, maar die kans leek nu verkeken.

Leeftijd om te beginnen met zwemles

Wat is de beste leeftijd om met zwemlessen te beginnen? Dat is voor ieder kind weer een beetje verschillend. Over het algemeen geldt dat er een minimale leeftijdsgrens van 4 jaar wordt gehanteerd, de meeste verenigingen houden echter 5 jaar aan. Wanneer kies je ervoor om jonger te beginnen? Dat kan aantrekkelijk zijn als je kind over de volgende vaardigheden beschikt:

  • voldoende kracht
  • goede motorische vaardigheden
  • voldoende concentratie en taakgerichtheid
  • voldoende uithoudingsvermogen

Dat kinderen vaak sneller hun diploma behalen naarmate ze ouder zijn bij het starten met zwemles, heeft veelal te maken met het feit dat ze dan al bovenstaande vaardigheden beter beheersen. Het is daarom soms verstandiger even te wachten met starten tot ze net wat ouder zijn, ook omdat het automatiseren van vaardigheden dan beter gaat (gevoelige fase).

Let op: zwemles is duur!

Toen ik ging uitzoeken welke zwemverenigingen en mogelijkheden er waren, kwam de tweede klap: wat een geld!! Misschien naïef, maar ik had er niet bij stilgestaan dat zwemles zó duur was. Dan te bedenken dat 1,5 jaar zwemmen gemiddeld is, is €37,75 per maand een flink bedrag. Daar komen dan extra kosten zoals inschrijving en afzwemmen nog bij. Zit je al snel aan een krappe €700 voor alleen maar het A-diploma. Naast de reguliere (dure) zwemlessen, waren er ook aanbieders vanuit bijvoorbeeld de reddingsbrigade, een kleiner zwembad, of de sportbond, die iets lager zaten in prijs. Dus besloot ik Meia op de wachtlijst te zetten bij één van deze clubs.

Diplomagarantie

Maar toen ze ruim 4 jaar was, hadden we nog steeds geen bericht gehad. Daarom heb ik haar op nog twee andere aanbieders op de wachtlijst geplaatst, in de hoop dat ze in ieder geval ergens snel aan de beurt zou zijn. En toen benaderde een andere moeder me, een moeder van vriendjes van mijn kinderen. Ze had gelezen over een zwembad die verder weg zat (lees: 20 minuten met de auto, terwijl wij zo’n beetje naast het zwembad wonen), die een heel ander systeem hanteerde. Hierbij betaalde je niet per maand maar per diploma: je hebt dus diplomagarantie, ongeacht hoe lang je kind erover doet.

Voordelen en positieve ervaringen

Inmiddels zwemt Meia al bijna een jaar bij dit zwembad, samen met haar vriendje. Vandaag ging ik weer eens mee met een les (meestal brengt mijn vriend, of de moeder van het vriendje), en ik was positief verrast door de grote vorderingen die ze hadden gemaakt. Inmiddels doet ook het zusje van het vriendje mee met de zwemles. Hoewel het even rijden is, ben ik echt heel blij met de keuze voor dit zwembad en deze zwemmethode, want:

  • Ze zwemmen in vaste groepjes, van maximaal 6 kindjes. Daarmee is het heel rustig en overzichtelijk, met veel begeleiding van de zwemjuf. In ons geval zijn 3 ervan dus onze kinderen (binnenkort 4, als Fosse kan beginnen).
  • Er is één bad, de kinderen blijven dus in hetzelfde groepje en hoeven niet door te schuiven in verschillende baden. In plaats daarvan werken ze met zwembandjes: iedere keer dat er vorderingen worden gemaakt, mag een kind een zwembandje minder.
  • Doordat we onze kinderen samen laten zwemmen, kunnen we het rijden en de logistieke rompslomp verdelen: grote aanrader! Het scheelt zoveel tijd en energie wanneer je om de week gewoon je kind mee kunt geven en zelf thuis bijvoorbeeld het eten kan klaarmaken!
  • Omdat dit zwembad op een vakantiepark staat, is het voor Fosse en Signe geen straf om verplicht mee naar zwemles te moeten. Er is namelijk een peuterbadje waar ze tijdens de zwemles zelf in mogen spelen en ook mag je gebruik maken van de binnenspeeltuin op het park (gratis!). Zo heb je direct een wekelijks uitje voor de andere kinderen.

zwemles leren zwemmen a diploma wachten op het terras

  • Ook voor de ouders is het geen straf om te wachten, zeker niet als het lekker weer is: buiten op het terras in de ligstoelen een boekje lezen? Daar kan het!
  • De zwemmethode beschikt over een app waarin je de vorderingen bij kunt houden van je kind. Zo zie je precies welke vaardigheden al worden beheerst en hoe lang het nog duurt voor ze (bijna) mogen afzwemmen. Zo kwam Meia een tijdje terug ineens met het ‘walvisdiploma‘ thuis: dit bleek het halve A-diploma te zijn.
  • Ook kun je in deze app gemakkelijk lessen afmelden: voor elke afgemelde les, heb je recht op een reserveles, die je op een ander moment mag inhalen. Ook in de zomervakantie worden de lessen gecompenseerd, zodat je kind extra kan zwemmen.
  • Door het kleinschalige en persoonlijke karakter kennen de zwemjuffen- en meesters de kinderen goed. Ze werken met een beloningssysteem, waarbij elk kind een boekje krijgt en na elke les een sticker mag uitzoeken als het goed heeft meegedaan.

Op deze manier heb ik (gelukkig!) een heel andere ervaring met de zwemles, dan toen ik nog kleiner was. Als straks Fosse mee kan doen, zodra er een plekje vrij is in het groepje, kunnen we met 4 kinderen tegelijk naar zwemles, super efficiënt! Ik houd jullie op de hoogte van de ontwikkelingen.

Wil je meer lezen over deze zwemmethode? Klik dan even hier.

Ontwikkelingsvoorsprong bij de oudste: het besef

Ontwikkelingsvoorsprong bij de oudste: het besef

Voorlopen in ontwikkeling

Toen Meia nog maar een baby was, merkte ik al vrij snel dat er een aantal dingen niet ‘volgens het boekje’ liepen. Meia was onze eerste en wij waren ook de eerste in de familie en onze vriendengroep, dus was vergelijkingsmateriaal niet direct voor handen. Maar ik voelde dat onze baby anders reageerde dan de meeste anderen.

En hoewel ik toen net een studie achter de rug had, voelde ik me alles behalve zeker in die eerste maanden. Zeker omdat je bepaalde verwachtingen hebt ten aanzien van baby’s en het ouderschap die dan niet kloppen met de werkelijkheid. Dat brengt je een beetje uit evenwicht.

Weinig slaapbehoefte

Een van de eerste dingen die opvielen was dat ze zo weinig sliep. Baby’s sliepen toch het merendeel van de dag? Ik begreep er niks van. Hoe deden andere ouders dat? Ik zat soms 1,5u mijn kind in slaap te wiegen, voordat ze eindelijk sliep. Redelijk uitgeput ging ik dan vervolgens naar beneden, op muizenvoeten, waar ze na krap 20 minuten alweer wakker was! Gek werd ik er van! Ik had echt het idee dat ze helemaal niet wilde slapen. In de kraamweek was de kraamverzorgster al zo verbaasd dat ze haar hoofdje al zo vaak zelf rechtop hield als ze op schoot zat of op haar buik lag. Ze is zeker sterk, dacht ik toen. Maar na een paar dagen kreeg ik het idee dat ze haar hoofdje doelbewust wilde gebruiken om om zich heen te kijken, tot ze niet meer kon.

Alles in zich opnemen

Sowieso zat ze het liefst rechtop op schoot, over onze schouders heen kijkend, grote opengesperde ogen. Ze vond alles mooi, maar nooit lang. Zolang je maar met haar rondliep, de dingen benoemde en aanwees, liedjes zong, gekke bekken trok of wat dan ook, was het goed. Het vergde nogal wat energie om haar tevreden te stellen, want dat was ze echt niet gauw. Het was alsof ze zich geen tijd gunde om te slapen, alsof ze niets wilde missen en alles in zich op wilde nemen. En het leek zelden genoeg.

Huilen uit boosheid en frustratie

Haar ontwikkeling verliep razendsnel. En dat besefte ik uiteindelijk pas toen onze tweede, Fosse werd geboren. Toen we met hem een babytijd ‘volgens het boekje’ doormaakten, werd het contrast met de babytijd van Meia met een schok duidelijk. Terwijl je bezig bent met het verwerven van je nieuwe rol als moeder, ouder, het wennen aan en leren kennen van je kind, merk je niet hoe de ontwikkeling anders verloopt van die van anderen. Althans, niet erg bewust. Op een meer onbewust niveau merkte ik wel dat we steeds tegen dingen aanliepen omdat je niet goed snapt waarom ze bijvoorbeeld zo vaak huilde, en dan vooral uit nijd of boosheid leek het wel.

Snelle motorische ontwikkeling

Want Meia was (en is) een meisje met temperament, met een kop erop zogezegd. Als zij iets wil, dan wil ze het nu, en wil ze het ook nu kunnen. En zo kwam het dat zij met 4 maanden door de woonkamer tijgerde, met 7 maanden langs de tafel liep, en met 9 maanden woordjes begon te zeggen. Ze leek zichzelf geen rust te gunnen, alsof ze geen tijd te verliezen had. Ik denk ook mede om die reden dat we regelmatig bij de huisartsenpost te vinden waren: Meia had zichzelf geleerd op de bank te klimmen, maar nog niet om er ook handig vanaf te komen, met de nodige ongelukjes van dien. Meia klom de trap op en wist op haar eerste verjaardag zichzelf in de draaistoel te hijsen en deze vervolgens te laten draaien. Val- en struikelpartijen lagen altijd op de loer, door al haar gekke toeren die ze uithaalde.

Temperamentvol

Steeds regelmatig kreeg ik vanuit de omgeving opmerkingen in de trant van “ze is wel vlot hoor”, “kan ze dat al?”, die lieten doorschemeren dat zij wellicht vlotter in haar ontwikkeling was. Maarja, bij zulke kleintjes kun je daar toch verder niks mee, dacht ik toen. En iedere keer hoopte en dacht ik: “als ze straks kan kruipen/lopen/praten/pakken/etc. dan zal ze wel tevreden zijn, dan zal haar frustratie weg zijn”. Maar dat was slechts van korte duur. Want zodra ze de ene kant op kon rollen, was ze boos dat ze niet meer terug kon rollen. Kon ze eindelijk dingen pakken, werd ze boos dat ze geen twee dingen beet kon houden of ergens niet bij kon. Kon ze tijgeren, zat ze steeds klem onder de tafel of kast. Kon ze lopen, ging het haar te traag en viel ze constant in haar hopeloze pogingen te rennen. Het was constant alsof haar hoofd een stap voorliep op haar lijf. Alsof ze begreep wat er in theorie mogelijk was, maar het nog niet helemaal kon uitvoeren. En het dreef haar (en ons) regelmatig tot wanhoop.

Zoeken van uitdaging

Het eerste jaar was al met al een pittig jaar. Weinig slapen, pas doorslapen met 8 maanden, overdag bij wijze van spreken een dagprogramma vol met entertainment willen hebben om tevreden te zijn (de box is bij ons toen nooit gebruikt, enkel als opslagplek voor alle zooi). Ik was benieuwd wat de jaren daarna zouden brengen. Toen ze goed kon lopen werd haar wereld wel groter, evenals haar zelfstandigheid en haar mogelijkheden. Het leek eindelijk wat rust te brengen. Maar ze zat nooit stil. Overal zocht ze de uitdaging in. Met 2 jaar was ik blij dat ze eindelijk naar de peuterspeelzaal kon, zodat ze misschien wat uitgedaagd kon worden. Maar dat was achteraf bezien wat ijdele hoop. Ook daar konden ze niet bieden wat ze wilde, en wij konden ook niet precies uitleggen wát ze nodig had, omdat we dat nog niet precies wisten.

Grenzen opzoeken

En wat er dan gebeurt is iets wonderlijks. Kinderen die uitdaging nodig hebben, zoeken die uitdaging, ongeacht op welk terrein. Het is als het ware een soort ontwikkelhonger die gestild moet worden. Als er geen gebied is om die uitdaging in te vinden, dan wordt het zoeken van de uitdaging verlegd op het terrein van de relatie. Dus gebeurde het dat Meia, met haar 2 jaar, op bijna manipulatieve wijze, de grenzen op zocht bij ons als ouders. Het was bikkelen, want ze leek geen gezag te accepteren en we begrepen er geen snars van. Hoe kon zo’n klein meisje nu zo’n ijzeren wil hebben en zo vastberaden zijn? Ik merkte dat het steeds botste als wij in de machtspositie belandden (zinloos, geloof me): dan was het hard tegen hard.

Machtsstrijd

Pas na talloze vruchteloze machtsstrijden viel bij mij het kwartje: ik moet er naast blijven staan, ze moet het gevoel hebben dat zij niet de mindere is, niet ondergeschikt, maar gelijkwaardig, dat zij als partner wordt behandeld. En dat was inderdaad het antwoord (Ja jongens, al ben je dus orthopedagoog, als moeder blijf je ook maar mens!). Toen we meer als ‘team’ gingen samenwerken, ik haar uitlegde waarom ik deed zoals ik deed, ik argumenten gaf voor de reden waarom ik dingen van haar verwachtte, kon ze de deze accepteren en zich er naar voegen. Maar zelfs dan, met nog geen 3 jaar oud, kon ze ook beslissen iets niet te doen, gewoon omdat ze de reden ervan niet overtuigend genoeg vond. En toegegeven, nog steeds zijn dat lastige momenten: want hoe krijg je soms voor elkaar wat je wilt, zonder in een machtsstrijd te verzanden?

Vaststellen van een voorsprong

Ik overlegde deze en veel andere zaken ook wel eens met mijn collega’s en bijvoorbeeld op het consultatiebureau. En steeds vaker begon ik te denken of ze misschien voorliep, dat ze daarom andere behoeftes had in haar ontwikkeling, dat we daarom soms niet op één lijn zaten. En toen ze op het consultatiebureau uiteindelijk ook zeiden dat het doen van een intelligentieonderzoek wellicht goed was, heb ik die stap uiteindelijk gezet. Met net 3 jaar heeft Meia het onderzoek gedaan, afgenomen door een collega. En hoewel je vermoedens hebt, is de uitslag toch even schrikken. Een voorsprong van 1-2 jaar op verschillende onderdelen. Dus toch.

Eindelijk rust?

Op die leeftijd kun en mag je nog niet spreken van hoogbegaafdheid, maar van een ontwikkelingsvoorsprong, vanwege de grilligheid in de ontwikkeling. Maar doordat we nu wisten dat we haar cognitieve vermogens op een ander niveau konden (ja zelfs moesten, eigenlijk) aanspreken, veranderde ons meisje zienderogen. Weg met de leeftijdsindicaties op alle spellen en speelgoed, maar afgaan op interesses. Ik kreeg dat jaar een museumkaart voor mijn verjaardag en sindsdien hebben we haar meegenomen naar musea. Er ging een wereld voor haar open. Ze vroeg de oren van onze hoofden en genoot van alles wat ze zag en hoorde. In de bibliotheek liet ik de peuterboeken links liggen, maar zocht ik voorleesboeken en boeken met specifieke onderwerpen. Ze verslond ze!

Vinger aan de pols voor de toekomst

En nu ze eindelijk de voeding kreeg die ze zo nodig had, klaarde ze op: er kwam rust, ze kon weer spelen, ging zich beter concentreren, was niet meer zo vluchtig. Toen ze daarnaast ook op peuter/kleutergym met bijna 3 jaar, kon ze ook haar motorische energie kwijt. Op de peuterspeelzaal werd materiaal uit de kleutergroepen gehaald om haar te prikkelen. En alle puzzelstukjes vielen steeds meer op hun plek: we snapten de onrust, de frustraties en de rappe ontwikkeling uit de babytijd nu ineens. En nu we wisten wat ze nodig had, konden we daarop inspelen. Vanuit mijn opleiding wist ik dat we waakzaam zouden moeten blijven, dat vinger aan de pols houden nodig bleef. Maar ik had vertrouwen in de toekomst en was benieuwd hoe ze zich verder zou ontwikkelen.