Archief van
Maand: augustus 2016

Ruimte nodig hebben voor je energie

Ruimte nodig hebben voor je energie

Ontwikkelingsdrang

Mijn dochter was 3 jaar, ik zie mezelf nog zitten: internet afstruinend naar een activiteit voor mijn beweegmonster. Ik voelde me een beetje alleen, en nog wel eens. Onze kinderen hebben Ruimte nodig. Met hoofdletters. Uiteindelijk vond ik een activiteit: peuter/kleutergym, eigenlijk vanaf ongeveer 4 jaar, maar Meia mocht gelukkig meedoen. Want wat had ze dat nodig. Het was zomervakantie, dus geen peuterspeelzaal of andere activiteiten om zich op te richten en we liepen zowat tegen de muren op. Vooral als het regende was het huis te klein. Figuurlijk, maar ook letterlijk!

Frustratie

Ik wist het al vanaf de babytijd. Altijd boos en gefrustreerd als ze iets wilde dat haar nog niet lukte. Wilde altijd nét meer dan ze op dat moment kon. En gillen dat ze dan deed! Stilzitten was er niet bij, slapen deed ze ook al liever niet. Altijd maar in de weer, in beweging, als een spons alles in zich opnemend. Niks willen missen van het leven, een tomeloze ontwikkelingsdrang. Echt baby is ze daarom voor mijn gevoel nooit geweest.

Altijd willen bewegen

Met 4 maanden tijgerde ze door de kamer, met 6 maanden kroop ze en met 7 maanden liep ze langs de tafel. Er was geen houden aan. En dat tempo hield ze vast, tot de dag van vandaag. Maar iedere keer was het zoeken geblazen: hoe sluit ik aan bij haar behoeften? Wat kan ik voor haar doen? Want ze leek niet snel tevreden, wilde bewégen, vrij zijn. Zodra ze vast werd gezet (maxi-cosi, kinderstoel, de fiets) zette ze het op een brullen. Ze voelde zich denk ik begrensd en vocht om vrij te komen.

Op vakantie naar Marokko, 3 uur vliegen. 11 maanden was ze op dat moment, toen ze op schoot vastgezet moest worden in de gordels. En we hadden pech, want er was turbulentie, dus moest ze nog langer in de gordels. Nou, de medepassagiers hebben het geweten: “ach heeft ze zo’n last van haar oren”. Nee hoor mevrouw, ze moet blijven zitten, dát is het probleem. Wij hadden trouwens wel last van onze oren. Door haar gekrijs.

Exploratiedrang

En zodra ze kon lopen werd de wereld om haar heen groter, net als voor elk ander kind. De mogelijkheden waren eindeloos, wat in de praktijk inhield dat ik kilometers heb gemaakt achter Meia aan, in haar exploratiedrang. Genieten, op het moment dat ik het toe kon staan en mijn eigen plannen kon laten varen. Frustrerend, op veel andere momenten, waarop ik op tijd ergens moest zijn of Fosse mijn zorg opeiste.

Wat was ik daarom blij dat ik de peutergym had gevonden! Een activiteit waarin ze haar energie kwijt kon, een moment voor zichzelf, en waarop ze tegelijk andere vaardigheden leerde. Op haar beurt wachten, rekening houden met anderen, je lijf leren beheersen. Om maar wat te noemen.

Naar buiten!

En voor de overige uren in de week was het zoeken geblazen. Naar buiten! Was het credo. Haar beweegdrang en energie dwong ons tot creativiteit in de vrije momenten. Veel wandelen, fietsen, naar de speeltuin, voetballen op het plein, zelf leren fietsen, buiten spelen met andere kinderen en nieuwe plekken ontdekken.

En Fosse groeide intussen op, motorisch ook vlot en vaardig, maar gelukkig geduldiger en zonder frustraties. Hij profiteerde mee van de uitjes die we als gezin ondernamen en groeide daarmee op met dezelfde waardering voor bewegen en buiten spelen.

Buiten spelen

Wat prijs ik ons gelukkig met onze kindvriendelijke wijk, met een binnenplein waar de kinderen naar hartenlust veilig kunnen spelen. Ik realiseer me dat dit lang niet meer vanzelfsprekend is tegenwoordig. Zeker nu ik zelf de passie voor het sporten en bewegen weer heb hervonden, besef ik des te meer hoe belangrijk het is om te bewegen en je lijf te gebruiken. Het maakt je gelukkig, wakker, alert. Ik zou niet meer zonder kunnen.

Maar wat mijn kinderen aangaat, lijken zij soms anders in hun behoefte aan ruimte dan andere kinderen. Neem ze mee naar een restaurant (nou eigenlijk moet je dat bij voorbaat al niet willen trouwens), en ze zijn binnen 30 seconden op onderzoek uit, om zo nu en dan weer eens aan te schuiven om een stuk pannenkoek naar binnen te duwen, om vervolgens zo vlug mogelijk weer van tafel te gaan.

Niet vast willen zitten

En nu, met onze derde, merk ik veel gelijkenissen met Meia. Gelukkig heeft Signe ook niet dezelfde frustraties, maar wel dezelfde motorische ontwikkeldrang. Stilzitten is een no-go. Dagelijks houden we ons hart vast als ze op de stoelen klimt en triomfantelijk los gaat staan, als ze zichzelf op de bank laat vallen, als ze in een mum van tijd weer halverwege de trap is geklommen.

Nu ze aan het lopen is geslagen, breekt ook voor haar de tijd aan van ‘er achter aan lopen’. De grootste frustraties voor haar op dit moment zijn vastgezet worden in de auto, in de bakfiets, in de kinderwagen en in de kinderstoel. Vanmorgen kreeg ze het zelfs voor elkaar om voorover uit haar ledikant te kukelen, omdat ze achter haar broer aan wilde gaan.

Energie doseren

Gelukkig heb ik inmiddels de nodige ervaring (inclusief bezoekjes aan huisartsenposten) en weet ik dat de mogelijkheden toenemen als ze wat ouder worden (denk aan sport, buiten spelen met vriendjes, gym). Zo zit Meia nu op zwemles en turnt ze, waar ze haar energie gedoseerd in kwijt kan. Dat brengt rust op de andere momenten. Dat vooruitzicht voor de andere twee maakt een hoop goed. Wie weet breekt er ooit een moment aan dat we met zijn allen aan tafel blijven zitten als we uit eten gaan!

 

Start van een nieuw schooljaar tot nu toe

Start van een nieuw schooljaar tot nu toe

De indrukken van de eerste schoolweek

Ik heb er deze week voor mijn gevoel twee mijlpalen in geramd. Inmiddels is de school al weer een paar dagen bezig, en ik lijk het bijna net zo spannend te vinden als mijn kinderen, vraag me af hoe andere ouders dat beleven? Fosse is voor het eerst naar school, hij is gestart in groep 1 en daarmee officieel een kleuter. Daarmee heb ik ook meteen afscheid genomen van zijn peuterfase, maar daar ben ik niet heel rouwig om. Meia is gestart in de middenbouw. Fysiek zit ze in groep 3, maar omdat het Montessori is, kan ze qua niveau soms met groep 4 of 5 meedoen, afhankelijk van de lesjes. In haar geval wel zo prettig. Een overzicht van alle indrukken tot nu toe.

Spanning voor school

Vrijdagavond gingen we uit eten, want Meia was die dag jarig. Op de terugweg belden opa en oma om haar te feliciteren. En Fosse wilde ook graag nog wat zeggen. Dat was de eerste keer dat hij uit zichzelf begon over school: dat hij het spannend vond, maar er ook veel zin in had. Ik zat met mijn oren te klapperen van verbazing, want ik had hem de afgelopen weken vrijwel nooit iets horen zeggen over school. Als iemand hem vroeg “heb je zin in school?” zei hij plichtsgetrouw “ja”, maar ik kreeg er geen hoogte van hoe hij er écht over dacht. En het laatste weekend voor de school begon, begon hij ineens aan te geven dat hij het toch wel spannend vond en een beetje eng. We probeerden zo goed mogelijk te benoemen hoe het zou gaan, maar die spanning neem je toch niet helemaal weg. Voor het slapen gaan kwam bijvoobeeld ineens de vraag: “als ik nou moet plassen, mag ik dan zomaar gaan of moet ik het vragen?”. Waarover kinderen zich al niet druk maken.

“Het leek alsof zijn ledematen met de minuut meer rotaties maakten…”

Maandagochtend, 22 augustus. Het was sowieso al een klus om ze uit bed te krijgen. Wij hebben van die kinderen die de gehele vakantie niet na 6.30u wakker worden, en uitgerekend de laatste week ineens besluiten ‘uit te slapen’ (voor zover je dat zo kunt noemen als je het over 7.15u hebt). Fosse was als eerste wakker en drentelde al druk en zenuwachtig door het huis. Hij zette zijn nieuwe schooltas pontificaal in het looppad en het leek alsof zijn ledematen met de minuut meer rotaties maakten. Terwijl ik fruit stond klaar te maken, zoefde hij langs en hoorde ik hem in een soort trance murmelen: “…misschien hoef ik alleen maar te plassen als ik op school ben…”.

Kinderzorgen

Ik moest grinniken, maar had ook met hem te doen. Fosse is pas laat zindelijk geworden (later meer hierover) en vind het fijn als zijn billen worden afgeveegd door een volwassene. Ik had hem de laatste weken echter uitgelegd dat de juf daar op school geen tijd voor zou hebben, en dat het daarom handig was als hij daar al zelf mee ging oefenen. Maar blijkbaar had dit ook direct angst of bezorgdheid opgeroepen bij het mannetje, hij maakte zich zorgen hoe dat nu moest als hij een grote boodschap had gedaan op school. Gelukkig hadden we het de afgelopen dagen wel geoefend, en kon hij daarin gerustgesteld worden.

Het bekende ochtendritme

Meia was intussen ‘wakker’ geworden. Ze had nogal wat tijd nodig om haar ontbijt naar binnen te werken, alsof ze op haar gemak wakker werd in een Frans kuuroord, allemachtig. Nouja, uiteindelijk had ze het allemaal op en volgde het bekende ritme van wassen, aankleden, tanden poetsen, haren kammen. Standaard vergezeld van de nodige aansporingen, want tijdsbesef zit er nog niet zo in. Of misschien hebben ze gewoon andere prioriteiten. Toen eindelijk iedereen was aangekleed en in de fiets zat, konden we gaan.

“Het is een gave, maar 2 minuten later lag de inhoud van de gehele schoenenkast in de gang”

“Hebben we alles bij ons? Oh sh*t, gymschoenen!”. Rechtsomkeert weer naar binnen en op jacht naar gymschoenen, want op school lopen de kinderen binnen op binnenschoenen. Ik wist dat Meia ze eind vorig jaar had meegenomen, dus ze moesten in de schoenenkast liggen. Het is een gave, maar 2 minuten later lag de inhoud van de gehele schoenenkast (en die is GROOT) in de gang. Inmiddels was het 8.13. Met 5 mensen tegelijk groeven we in de berg schoenen om uiteindelijk de gymschoenen eruit te vissen. Er was geen tijd meer om de troep op te ruimen, dus snel op de fiets en naar school.

De start van de eerste schooldag

Eenmaal daar was het een mierennest. Op de eerste schooldag zijn voor mijn gevoel ineens 2x zoveel ouders en loopt iedereen als een kip zonder kop door het gebouw. Stefan ging Fosse wegbrengen, ik Meia, die nu boven zat. Eenmaal boven sloegen bij Meia de zenuwen toe. Met haar vingers in haar mond en mijn hand stevig vasthoudend, baanden we ons een weg naar de garderobe. Maar daar waren de haakjes nog niet vergeven. En moest ze nu al gymschoenen aan of niet? En waar kon ze haar fruit eigenlijk zetten? Omdat ik de antwoorden ook niet had, werd Meia nou niet bepaald gerustgesteld. Dus besloten we de juf op te zoeken en het haar te vragen. Gelukkig spotte Meia toen al snel haar grote vriend en verdween de nervositeit. De juf gaf aan waar ze haar spullen kon laten en 2 minuten later zat ze trots naast haar vriend in de nieuwe klas.

Snel gewend

Ondertussen was Stefan met Fosse mee naar binnen: hij kende de klas, de leerlingen van vorig jaar en de juf van Meia, doordat hij altijd mee naar binnen liep om haar weg te brengen. De drempel was daarom veel lager voor hem. Hij zocht meteen zijn vriendinnetje op, pakte een boekje en vergat al bijna gedag te zeggen tegen ons. Gelukkig maar, dat ging goed. En inderdaad, bij het ophalen kwam hij hand in hand met zijn vriendin naar buiten en zei de juf dat alles als vanzelf was gegaan bij hem. Ook Meia kwam enthousiast en vol verhalen thuis.

Het drama ná schooltijd

Maar, en daar zullen we vast niet de enigen in zijn (hoop ik!?), school en ‘nieuwe dingen’ slurpen energie. Het enthousiasme en de vrolijke noten duren zo’n beetje tot aan de voordeur. Dan lijkt de koek op. Huilbuien, af en toe een flinke klap of duwen: het is ineens aan de orde van de dag. De afspraken die zijn gemaakt, lijken ineens naar een donker hoekje in hun geheugen te zijn geduwd. Het feit dat er geen tweede ijsje komt, leidt tot een drama waar ze 6 huizen verder getuige van zijn. En dát vraagt weer de nodige energie van ons als ouders.

In het ritme komen

De tweede schooldag, het ritme is weer bekend en iedereen weet weer hoe het ook al weer moest. Nu alleen nog zorgen dat we niet 4x blijven snoozen. En met de start van school, beginnen ook de sportverenigingen weer. Zo ook het turnen van Meia. Hoewel ze ook vandaag moe uit school kwamen en sneller van slag waren, was er nog genoeg energie voor het sporten en buiten spelen. Uit school kregen ze de schoolkalender mee, en ook de eerste nieuwsbrief was verstuurd. Huiswerk voor de ouders dus, want: allemaal dingen om aan te denken, rekening mee te houden en te regelen.

Huiswerk voor ouders

Zo kwam ik erachter dat de gymschoenen van Meia te klein waren, dat Fosse nog helemaal geen gymschoenen heeft, dat Meia gymkleren op school moet hebben liggen én een etuitje met schrijfspullen mee mag nemen. Ook de schoolfotograaf zou op woensdag al komen en er moest ingetekend worden voor een tijdstip voor de foto’s met broertjes en zusjes. En wat moest ik ze eigenlijk aantrekken, aangezien het loeiheet zou worden? En toen ik dacht dat ik alles gehad had, schoot het me ineens te binnen dat Meia ook nog moest trakteren. Ja mensen, het schoolleven gaat niet over rozen.

De tussenstand so far

Vandaag is de derde dag, woensdag. De dag dat de kinderen leuk aangekleed naar school gaan (want: schoolfotograaf), Meia een kwartier bezig was met het kiezen van de juiste pen en mooiste liniaal (want: etui), haar gymkleren bij elkaar moest zoeken, ik een afspraak plande voor het trakteren van Meia en direct na school de gymschoenen heb besteld (lange leve de webshops!). Straks mag ik eerder naar school voor de foto’s met broertjes en zusjes, en dan hoop ik mijn takenlijstje voor vandaag op schoolgebied af te hebben gevinkt.

 

Hoe zijn de eerste dagen bij jullie gegaan?

Naar de middenbouw

Naar de middenbouw

Voor het eerst naar groep 3

Het is zover: onze oudste gaat inmiddels naar de middenbouw. Voor de vakantie heeft ze met de andere oudste groep-2 kinderen een ceremoniële ‘bouwsprong’ gemaakt van de kleuters (onderbouw) naar de middenbouw. Meia zit op een Montessorischool, waar we bewust voor hebben gekozen (hierover een andere keer meer). En vanaf groep 3 zitten de groepen 3, 4 en 5 samen: de middenbouw dus.

Nu is Meia niet een gemiddelde leerling in haar ontwikkeling (maar hé, welk kind is dat nou wel?), ze gaat wat vlotter door de stof heen. Maar dat maakt geen verschil voor haar spanning en onzekerheid die zij voelt voor de start straks. De afgelopen weken was de aandacht behoorlijk gericht op andere dingen, gelukkig. In de vakantie werd er gewandeld, gezwommen, in de hangmat ‘ge-chilt’ en was ze druk met vriendjes maken, motten vangen of streken uithalen. Toch kwam zo nu en dan het gesprek ineens op school, en merkte ik wat gereserveerdheid in de houding van Meia.

Onzekerheid

Waar zij in de kleuterjaren ongemerkt toch een steeds groter zelfvertrouwen heeft ontwikkeld, doordat ze haar plekje had, beter wist hoe alles ging en ze uiteindelijk uitgroeide tot een ‘oudste kleuter’ met enig aanzien bij de ‘jongste kleuters’, moet zij in groep 3 straks weer overnieuw beginnen. Althans, zo voelt zij dat. Meia liet bijvoorbeeld vallen dat ze dan de jongste zou zijn, dat de andere kinderen allemaal groter waren. Dat ze niet wist waar alles was, hoe de dag verliep. En bovendien: dat ze er moeilijke werkjes zouden hebben die ze niet kon. Soms verbaas ik me over de (onnodige) zorgen die kleine kinderen al kunnen hebben. En stiekem nemen die zorgen een beetje van hun onbevangenheid weg voor dit soort nieuwe dingen in hun leven.

“Maar ik kan nog niet lezen!”

Ik herken die onzekerheid ook wel van vroeger, en helemaal wegnemen kun je het niet. Je weet tenslotte pas hoe het is als het zover is, als ze het zelf heeft meegemaakt. Veel kinderen die naar groep 3 gaan, maken zich zorgen: ze kunnen tenslotte nog niet lezen, schrijven en rekenen. Ze zijn in de veronderstelling dat dit een voorwaarde is om groep 3 binnen te komen, arme donders! Het kan daarom goed zijn van te voren even stil te staan bij de komende veranderingen en zoveel mogelijk feitelijk uit te leggen wat de kinderen te wachten staat. Dan beperk je in ieder geval de doemscenario’s een beetje.

Leren in stapjes

Als kinderen het idee hebben dat zij al iets moeten kunnen, bijvoorbeeld lezen, voordat ze überhaupt zijn begonnen, kan het helpen om samen met hen stil te staan bij de dingen die ze eerder hebben geleerd. Als je kind bijvoorbeeld kan fietsen zonder zijwielen, kun je hem eraan herinneren hoe hij ook met veel oefenen, vallen en opstaan en steeds weer opnieuw proberen, kun je dit noemen: “weet je nog dat je iedere keer een stukje langer los kon fietsen? En dat het ook een tijd heeft geduurd voordat het zo goed ging?”. Hiermee maak je inzichtelijk dat vaardigheden in stapjes eigen worden gemaakt. Zo gaat het ook in groep 3 (en daarna).

Wennen in de middenbouw

Voordat de kinderen van deze school naar de middenbouw gaan, gaan ze eerst een paar keer oefenen en op visite bij de verschillende klassen. ’s Ochtends gaan ze samen met hun maatje en hun laatje vol eigen werkjes naar boven. Daar maken ze kennis met de kinderen, de klas, de juf of meester en manier van werken. Die keren kwam Meia enthousiast terug, maar ook een tikkeltje onder de indruk. De oudste groep 5 leerlingen zijn immers wel 3 jaar ouder en met vaak hele andere zaken bezig dan de verse aanwas vanuit de kleuters. Vanwege die reden kunnen de jongste middenbouwers nog af en toe op visite bij hun oude kleuterklas. Hier kunnen ze weer even bijtanken en in rap tempo het gevoel van zelfvertrouwen terugwinnen. Ook ervaren ze dan al snel dat ze hun oude klas zijn ontgroeid en toch wel beter op hun plek zijn in de middenbouw. Uitstapjes naar de lagere klassen worden daardoor op natuurlijke wijze steeds minder noodzakelijk.

Ook spannend voor ouders

Maar los van alle theorieën, Meia is echt niet de enige die het spannend vindt dat ze straks een heuse basisschoolleerling is. Ik vind het minstens net zo spannend! Hoe zien de dagen er uit, welke lessen volgt ze, hoe houdt ze zich staande in de groep, wat zal ze leuk en minder leuk vinden, wat zal ze gaan leren… zomaar wat dingen die in mijn hoofd spelen. Vorig jaar hoorde ik van de toenmalige ‘nieuwe lichting’ in de middenbouw, dat de kinderen het pittig vonden: écht aan de bak moesten ze, inclusief ‘huiswerk’. Ik houd jullie op de hoogte van de ervaringen.

Mini-gastblog: wat is een vakantiegevoel?

Mini-gastblog: wat is een vakantiegevoel?

3 Tips van een mindfulness coach

Ik ken Kim Freriksen van het sporten bij NatuurlijkSportief. Tijdens het rennen vertellen we elkaar wel eens over onze werkzaamheden en zo leerde ik hoe Kim het sporten met Mindfulness combineert, wat mij betreft een goede combi! Zowel van sporten als van Mindfulness is bekend dat ze ons gelukkiger en meer ontspannen kunnen maken. Niet alleen voor kinderen, maar zeker ook voor volwassenen dus een aanrader.

Want eerlijk is eerlijk: ouder zijn is soms gewoon bikkelen en hard werken. En af en toe stroomt je hoofd dan over. Dan heb je even tijd nodig voor bezinning. Of ben je toe aan vakantie. Maar helaas duurt de vakantie ook niet eeuwig. Kim kan je echter wel leren hoe je dat vakantiegevoel vasthoudt. In deze mini-gastblog licht ze alvast een tipje van de sluier op over haar groepstraining waarmee ze binnenkort weer start:

Wat is een vakantiegevoel eigenlijk? 

Je komt ontspannen terug, met een “leeg”-gemaakt hoofd, hebt veel nieuwe indrukken opgedaan… Zo wil je je altijd wel voelen! Daarom 3 tips om je vakantiegevoel vast te houden, óók als je vakantie alweer achter de rug is:

  1. Geloof niet alles wat je denkt. Gedachten die zeggen dat je van alles moet, hebben het niet altijd bij het juiste eind. Ze praten je soms van alles aan, waar je niks mee hoeft te doen.
  2. Een frisse blik. Loop je eigen stad in en kijk rond met een frisse blik alsof je er niet eerder geweest bent. Wat neem je waar? Wat valt je op? Gebruik je zintuigen.
  3. Geniet van het moment. Als je vanavond met iemand een drankje drinkt of uit eten gaat, leg je telefoon dan eens weg en heb aandacht voor de ander. Ruik en proef wat je eet en drinkt. Leef in het hier en nu. Fijne avond!

 

Nieuwsgierig geworden naar Mindfulness? Of wil je meer weten over de groepstraining waar Kim binnenkort mee start? Op haar website lees je meer informatie.

Nieuw: vragenuurtje via Facebook!

Nieuw: vragenuurtje via Facebook!

Het is zo fijn om zoveel leuke reacties te krijgen van verschillende mensen over de blogs en de raakvlakken tussen ‘gewoon’ en ‘professioneel’ opvoeden! Ik kreeg direct allerlei tips voor onderwerpen om over te schrijven, zowel voor een stukje herkenning als voor meer inhoudelijk advies. Het lezen van de huis-tuin-en-keuken avonturen van ons gezin brengt blijkbaar vaak al een stukje relativering met zich mee. En dat is fijn, iedereen kan wel wat luchtigheid gebruiken op zijn tijd.

Stel je (inhoudelijke) vraag via Facebook!

Dat bracht me op een idee. Ik vind het leuk om met mensen in gesprek te gaan (ik doe niet anders op mijn werk, tenslotte :)) en mensen reageren vaak spontaan al op een blog, zowel online als offline. Daarom bedacht ik dat een vragenuurtje via Facebook wellicht een leuk idee is! Ik prik een moment, die ik van tevoren bekend maak, zoals elke laatste vrijdag van de maand, tussen 10.00u en 11.00u, waarin iedereen in een uur tijd zijn of haar vraag kan stellen over een bepaald onderwerp. In die tijd kun je je vragen stellen, waar ik dan zo goed mogelijk op probeer te reageren. Is de tijd om, dan bewaren we de rest van de vragen voor een andere keer. Of misschien schrijf ik er wel weer een artikeltje over.

Welke onderwerpen wil je bespreken?

De onderwerpen kies ik van tevoren, zodat je al van tevoren een vraag kunt bedenken. Maar daarvoor heb ik natuurlijk ook jullie inbreng nodig: welke onderwerpen leiden tot vragen en zouden jullie graag meer over willen weten? Denk bijvoorbeeld over de volgende zaken:

  • zakgeld voor mijn kind
  • zelfbeeld
  • omgaan met driftbuien
  • beeldschermtijd
  • huiswerkproblemen
  • snel huilen
  • brutaal gedrag
  • ruzie tussen broertjes en zusjes
  • eetproblemen
  • etc.

Laat het weten in een reactie!

Maar ook over mijn werk, de combinatie werk-privé of overwegingen om hulp te zoeken kunnen in het rijtje passen. Denk bijvoorbeeld aan vragen over de werkwijze, hoe een behandeling eruit ziet of wat er mogelijk is. Laat je interesses voor het vragenuurtje achter in een reactie, dan maak ik een lijstje. Geef ook eventueel je voorkeur voor dag en tijd aan om mee te doen in het vragenuur!

‘Wat voor weer is het in je buik?’ – over emoties

‘Wat voor weer is het in je buik?’ – over emoties

Emotionele inflatie

Het valt me op dat er zo veel kinderen worden aangemeld die moeite hebben met hun emoties. Ze hebben weinig woorden voor hun gevoelens en zeggen bijvoorbeeld ‘niet leuk’ als ik vraag hoe ze zich ergens bij voelen. Er lijkt af en toe wel sprake van een soort emotionele inflatie. En niet zelden ligt dat aan de basis van veel klachten waar kinderen (en ouders) mee komen.

Nuchtere Nederlanders

Nu is het ook de Nederlandse maatschappij: de nuchterheid van ons kikkerland voedt ons op met moralen als ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’ en ‘niet lullen, maar zakken vullen’. Stilstaan bij je binnenwereld is ons vaak vreemd, en wordt al gauw als zweverig betiteld: “ik ben niet zo’n prater”.

Zo was het dus ook bij het meisje dat ik een tijdje terug zag. Ze werd aangemeld omdat ze snel jaloers was, moeite had met delen en zich snel achtergesteld voelde. Ik zag haar nu voor de tweede keer, en van ouders had ik al begrepen dat dit meisje dichtklapte als je het over gevoelens had. Ze dook dan letterlijk weg: liet haar hoofd hangen, trok haar shirt half over haar gezicht heen en gaf geen antwoord meer op de vragen.

Dit vroeg dus om een meer indirecte benadering. Want de klachten waarmee ze werd aangemeld, hadden uiteindelijk allemaal wel te maken met haar gevoel, dus dat zou hoe dan ook aan de orde moeten komen. En eigenlijk geldt dat natuurlijk voor alle cliënten, want ergens heeft iedereen ergens last van en wil iedereen zich weer gelukkig voelen.

Emotieregulatie

Het meisje kwam vrolijk binnen, had een grote glimlach en vertelde spontaan over wat haar maar te binnen schoot. Ze wilde graag een tekening van de vorige keer afmaken, de verwerking van een dagdroom (waarover later meer). Dit is een techniek die ik veel gebruik voor o.a. het stimuleren van een gezonde emotieregulatie. Voordat ze hieraan begon, vroeg ik haar eerst om nog even haar ogen te sluiten en zich voor te stellen hoe het beeld er nu uitzag: was er nog iets veranderd? Ze gaf aan dat er dieren bij waren gekomen, die zich in de boom nestelden.

Spiegelen

Terwijl ze kleurde, bleef ik spiegelen. Ik benoemde alles wat ze deed: ‘zo, je kiest je kleurtjes zorgvuldig uit’, ‘hmm ik zie dat je graag wil dat er een scherpe punt aan zit’, ‘wat kijk je met veel aandacht naar je tekening’, ‘je ziet het precies voor je he?’. Dit spiegelen is essentieel voor het gezien worden, het voelen van begrip, erkenning, het meeleven. Het vormt de basis voor bijvoorbeeld het aangeven van vervelende dingen.

Symboliseren

Het meisje kleurde inderdaad rustig en geconcentreerd, met veel aandacht. Ze tekende de diertjes in de boom, en ik vroeg me hardop af: ‘hoe zou die boom dat vinden, die diertjes in zijn takken?’, waarop ze direct reageerde: ‘die vind het gezellig, want nu krijgt hij eindelijk eens wat aandacht! Hij staat daar naast een weg, daar rijden steeds maar auto’s langs en die mensen letten alleen maar op de weg, die zien die boom helemaal niet staan’. Ik was ontroerd door dit pure antwoord, want door in beelden te praten (te symboliseren), kan een kind veel gemakkelijker iets van zijn binnenwereld delen. En hoewel dit meisje waarschijnlijk helemaal niet de link legt met zichzelf, helpt het onbewust wel om meer van jezelf te gaan snappen. Deze processen gaan vaak onbewust en hoeven ook niet uitgelegd te worden, liever niet zelfs.

“Die boom krijgt nu eindelijk eens wat aandacht!”

‘Goh zeg die boom stond daar dus maar, met al zijn kleuren, en niemand die hem zag! Hoe zou hij zich hebben gevoeld?’. ‘Niet zo prettig’, zei het meisje. Ook zij had duidelijk weinig woorden om de gevoelens te benoemen. Een werkpunt dus voor de behandeling. ‘En hoe vinden die diertjes het daar, in de boom?’, ging ik verder. ‘Fijn, want die auto’s hebben vieze stinkgassen en daar in de boom ruiken ze dat niet’. Ook hier kwam er duidelijk een stukje gevoel naar boven, wat er gewoon mocht zijn. Het is niet belangrijk om te weten wat dit ‘betekent’. Vaak weten kinderen dit zelf wel, soms komt dit later, soms komt het niet. En als het niet komt, dan is het ook prima.

Weerstand

Uiteindelijk was de tekening klaar. We vervolgden met een ander taakje, waarin ik haar vroeg verhaaltjes te bedenken bij platen van dieren die ik haar gaf. Maar direct bij de eerste taak merkte ik weerstand. Ze bleef lang stil, zei geen verhalen te kennen en dat ze over één plaat geen verhaal kon vertellen. Ze leek bozig, en ik benoemde dat: ‘hè dat vind je geen leuke taak zeg, je lijkt er wel een beetje boos van te worden’, wat leidde tot een luide uitroep van haar kant: ‘Niet!!’, waarna ze haar handen voor haar ogen sloeg en niets meer zei. Ik had duidelijk iets geraakt bij haar, maar was nog aan het zoeken waar het mee te maken kon hebben. Zoals haar ouders mij al hadden gewaarschuwd, klapte ze dicht.

Erkenning geven

Aan ouders geef ik vaak de tip om te benoemen wat je ziet, ook al weet je niet precies hoe je kind zich voelt. En dat doe ik uiteraard in therapie ook. Dus gokte ik een beetje in de richting die ik dacht, om haar de erkenning te geven die ze zo nodig had: ‘jeetje dit vind je echt een vervelende taak zeg. Je vind het misschien wel lastig dat het niet lukt en dat maakt je verdrietig of boos, klopt dat?’. Na een paar van soortgelijke opmerkingen begon ze te snikken en stortte ze ineens haar hart uit: ze was gepest op school, haar bouwwerk was in elkaar gegooid, ze had afgesproken met een vriendinnetje maar haar moeder was de afspraak vergeten en ze waren allebei vergeten dat ze vandaag naar therapie moesten. Hierdoor miste ze de middag op school, en precies dié middag gingen ze leuke dingen doen waar ze zich zo op had verheugd. En nu ging ik ook nog eens hele lastige dingen van haar vragen wat ze gewoon heel moeilijk vond.

Wat voor weer is het in jouw buik?

Bijna was ik gaan applaudisseren, want wat was dit knap van haar! Ze had zo precies verteld wat er speelde en wat haar zo verdrietig en boos maakte, iets wat ze eigenlijk nooit kon. Een grote stap voor haar! Om haar emoties te reguleren en haar te helpen dit verdriet en de teleurstelling te verwerken, vroeg ik haar het volgende: ‘als je nu eens voelt hoe het nu binnen in jou lijf voelt, wat voor weer is het dan nu in jouw buik?’. Ik schoof haar een blaadje en potloden toe, die ze zonder een woord te zeggen pakte.

Verwerking

Wat volgde, was een mooie illustratie van haar overlopende emoties, die kriskras door elkaar liepen in haar binnenwereld: ze begon te krassen, grote grijze krullen van een dikke wolk, waarna ze de ene bliksemschicht na de andere eronder kraste. Met veel bravoure en kracht en met ferme halen werd alles neergekalkt: er kwamen tornado’s, wind, dikke regendruppels, en uiteindelijk nam ze een hand vol kleurtjes die ze tegelijkertijd over het papier joeg. Toen zuchtte ze diep en grinnikte een beetje verlegen. Ik bleef ondertussen steeds maar spiegelen, om haar te laten weten dat ze niet alleen was in haar stress, dat ik haar zag, dat haar rotgevoelens er gewoon mochten zijn.

Ik zuchtte oprecht met haar mee, de spanning van net was weggevloeid. ‘Hoe voel je je nu?’, vroeg ik na een korte stilte. Spontaan draaide ze haar blad om en begon dit keer rustig te kleuren, een kleinere wolk nu. Nog steeds met wat regendruppels en een beetje wind. Maar wat belangrijker was, was de zon, die langzaam doorbrak.

 

 

Borstvoeding afbouwen na een jaar

Borstvoeding afbouwen na een jaar

Volhouden van lang voeden

Om er maar direct een cliché tegenaan te gooien: het jaar met mijn jongste is voorbij gevlogen! En zo besef ik ineens dat ik al een jaar borstvoeding geef. Sommige mensen kijken me enigszins met opgetrokken bovenlip en lichte afschuw aan als ik dit zeg, maar de meesten zeggen het knap te vinden dat ik het ‘zo lang heb volgehouden’. Nou het was dan ook wel pittig hoor, als ik dan weer lekker op de bank plofde met een warme knuffel (Signe), goed boek en mok thee. Maar ik heb het overleefd. Ternauwernood.

Na het sporten stonden mijn borsten op standje ‘instabiele landmijnen’: het minste of geringste kon voor ‘ontsteking’ zorgen

Maar zonder gekheid: een jaar borstvoeding! Dat is best een poosje. Hoewel het wel steeds makkelijker werd. In het begin was het nog een gedoe: als ik maar een uurtje van huis was (bijvoorbeeld om te sporten), moest ik daarvoor én daarna direct lozen. Na het sporten stonden mijn borsten op standje ‘instabiele landmijnen’: het minste of geringste kon voor ‘ontsteking’ zorgen. Het was daarom fijn toen er steeds meer tijd tussen de voedingen ging zitten, zodat je ook eens wat langer van huis kon. Maar zelfs dan voelde ik me een tikkende tijdbom en was mijn kolfapparaat een trouwere metgezel dan Steef in die momenten. Echt niet dat ik de deur uit ging zonder!

De kolf als trouwe metgezel

Een middagje afspreken met wat vriendinnen en aansluitend eten was een hele onderneming, waarbij constant in mijn achterhoofd zeurde: ‘ik moet straks kolven’. Helemaal comfortabel zit je dan toch niet. Hetzelfde gold voor die momenten op mijn werk. Wanneer Signe ’s nachts ineens besloot haar hele slaap-/waak-ritme om te gooien, liep dit ook in de war met mijn werkafspraken. Soms móést ik dan tussendoor kolven, terwijl ik afspraken had staan. Bedankt stagiaire, voor het opvangen van deze nogal ongemakkelijke momenten!

Afbouwen van de borstvoeding

Nee, met hoeveel liefde ik ook de borstvoeding geef, ik ben oprecht blij dat ik niet meer vast zit aan het kolven. Nu, een jaar later, krijgt Signe nog 2x per dag voeding. Toen ze net geboren was, lag dit tussen de 12-14x per dag (ja, je leest het goed!). Recent ben ik begonnen om één voeding er af te laten vallen. Omdat ik nooit eerder langer dan een jaar heb gevoed, wist ik eigenlijk niet hoe ik dit moest aanpakken. Zowel Meia als Fosse kregen borstvoeding tot zij ongeveer 9 maanden oud waren.

Voedingen laten vallen

Gelukkig sprak ik pas een vriendin die haar zoontje ook langer dan een jaar heeft gevoed. Aan haar vroeg ik hoe zij dat deed: zomaar stoppen? Nog tussentijds de spanning eraf kolven? Hoe reageerde haar kindje daarop? Want ondanks dat dit mijn derde is, wist ik niet meer precies hoe ik dat heb gedaan bij de oudste twee. Blijkbaar tasten zwangerschappen toch meer aan in je geheugen dan je zelf doorhebt. En eigenlijk was haar antwoord heel simpel: gewoon met één voeding stoppen en na een tijdje de andere voeding stoppen. Wordt de spanning te groot, dan nog een keertje voeden of kolven, maar de tijd tussen de voedingen steeds verder rekken. Dus desnoods 1x in de 2 à 3 dagen voeden. Dan wennen je borsten vanzelf.

En inderdaad, ik vind het nog altijd een wonder hoe snel je lichaam zich aanpast aan de veranderingen die je doormaakt. Nu ik de ochtendvoeding niet meer geef, had ik de eerste dag flinke stuwing aan het einde van de middag. Maar de volgende dag kon ik het al rekken tot ’s avonds.

Het einde van het voeden

Het afbouwen kondigt tegelijk het einde en afscheid aan van een fase die is geweest. Het voeden heb ik als fijne, bijzondere momenten ervaren. Het knuffelen, het lichamelijke contact, even samen ontspannen. Daar ben ik nu, met elke voeding, langzaam afscheid van aan het nemen. Het feit dat Signe onze derde en laatste is, betekent ook definitief een einde aan het voeden, het einde van wat was. En dat vind ik stiekem best een beetje jammer. Elke afsluiting van zo’n fase maakt me bewust: deze momenten komen nooit meer terug. Koester ze zolang ze er zijn.

Koesteren

Dus dat doe ik nu maar. Ik kruip nog even lekker op de bank, met het warme lijfje tegen me aan, de friemelende handjes, de roze wangetjes van het drinken, de rozige uitdrukking. Genieten van het feit dat ze in slaap valt, een diepe zucht slaakt als ze stopt met drinken. En natuurlijk ook gewoon genieten van het feit dat ik legaal onder het opruimen van de rommel in de keuken na het avondeten uit kom!

De afweging: wel of niet naar de peuterspeelzaal?

De afweging: wel of niet naar de peuterspeelzaal?

Waarom ik mijn derde kind thuis houd

Al eerder schreef ik over het afscheid van mijn middelste van de peuterspeelzaal. Toen mijn oudste nog naar de speelzaal ging, was dit op een andere locatie en met een iets ander beleid. Er was toen nog volledige vergoeding voor de twee ochtendjes die zij per week ging. Dit maakte de drempel voor mij laag om haar hier naartoe te laten gaan, zodat ik die uurtjes even mijn handen vrij had. Maar al vrij snel kwamen de bezuinigingen in het onderwijs, de zorg en ook de voorschool.

Is de speelzaal het geld waard?

In tegenstelling tot de basisschool, waar ik per jaar maar zo’n €75 betaal, moest ik voor die ‘luttele’ twee ochtendjes per week ineens per maand een flinke smak geld betalen! Dat maakte mijn houding ineens een stuk kritischer: was het dat geld wel waard? Tsja, je blijft tenslotte Hollander. Bovendien had ik een dure studie naast mijn werk, waardoor ik goed moest nadenken over de verschillende uitgaven.

Gastouder versus peuterspeelzaal

Maar Fosse had er zin in, en ik vond het ‘oneerlijk’ om Meia wel naar de voorschool te laten gaan en Fosse niet. Dus toen Meia op de basisschool begon, startte Fosse tegelijkertijd op de peuterspeelzaal. Maar al snel groeide bij mij wat twijfels. We hadden toen nog een gastouder waar de kinderen 2 dagen per week naartoe gingen. In feite deed zij dezelfde dingen, en oefende Fosse daar ook in het omgaan met andere kindjes. Toen Fosse 3 jaar werd, kregen we zelfs opvang aan huis (een nanny! hierover later meer :)), waardoor het nog meer dubbelop ging voelen.

Observaties op de peuterspeelzaal

Hoewel Fosse het wel naar zijn zin had, kreeg ik van de speelzaal weinig tot niets te horen over de voortgang. Nadat hij er inmiddels een jaar naartoe ging, vroeg ik of er nog iets van een observatie of gesprek zou komen. De leidsters planden een observatie in en ik kreeg de boekjes daarna mee naar huis. En toen ik die las, besloot ik: Signe hoeft van mij niet naar de peuterspeelzaal. In de boekjes werd namelijk een ander beeld geschetst van Fosse dan hoe wij hem kenden. Blijkbaar ervaren zij hem anders (dat kan natuurlijk) en ik was benieuwd hoe dit kwam. Dus vroeg ik een gesprekje aan.

Ouders betrekken

Met de leidsters had ik leuk contact, maar ze vertelden inhoudelijk weinig, waardoor ik dus verrast was door de observatie. Dit vond ik een teleurstelling: ik ben van mening dat je het contact met ouders warm moet houden, de lijntjes kort, met snelle terugkoppeling van observaties. Of ouders hier nu om vragen of niet. Maar al te vaak geven ouders van mijn cliënten aan hoe belangrijk zij het vinden om betrokken te worden bij de behandeling van hun kind. Naar mijn mening is dat in dit soort situaties niet anders.

Tegenzin voor de speelzaal

Ik gaf in het gesprek aan hoe ik Fosse thuis kende, hoe andere ouders hem kenden, en hoe dit verschilde van hun ervaringen. Waar zij relatieve ‘achterstanden’ constateerden (hij praatte onduidelijk, was roekeloos in de motoriek), stelden anderen geen problemen vast (op advies van de speelzaal bij fysiotherapeut geweest bijvoorbeeld).

Tegelijkertijd merkte ik dat Fosse steeds meer tegenzin begon te ontwikkelen in het naar de speelzaal gaan. Steeds meer vriendjes en vriendinnetjes werden 4 jaar en verhuisden naar de basisschool. Alle puzzels en spelletjes waren intussen wel gespeeld had ik het idee, steeds vaker bleef hij om mij heen drentelen. En het feit dat ik Signe uit haar slaap verstoorde om Fosse die dagen te brengen en halen, hielp bij mij ook niet mee.

Waardevolle vaardigheden

Zo kwam ik tot het besluit om Signe thuis te halen. Na 2 kinderen heb ik gezien wat de speelzaal kan bieden. Ik vind het heel waardevol dat er wordt gewerkt aan vaardigheden als op je stoeltje blijven zitten, op je beurt wachten, samen delen, zingen, etc. Maar nu met onze nanny ben ik ervan overtuigd dat zij hetzelfde en méér kan bieden, zonder die maandelijkse kosten en het wekelijkse heen-en-weer-gesjouw-met-kinderen.

Twijfels

Toch vind ik het ook wel spannend: hoe zal Signe het straks vinden als ze dan de stap maakt naar de basisschool? Zal ze moeite krijgen met afscheid nemen? Doe ik haar tekort door haar thuis te houden? Kan ze wel voldoende sociale vaardigheden oefenen als ze alleen maar thuis is en niet in de groep functioneert? We zullen het zien, de komende jaren.

 

Naar de tandarts met je peuter

Naar de tandarts met je peuter

Met kinderen naar de tandarts

Gelukkig ben ik ‘one of the lucky few’ die niet bang is voor de tandarts. Bij mij duurt een gemiddelde controle pakweg 12 seconden. Helaas is de “behandeling” van 40 minuten (als het die vriendelijke benaming mag dragen) bij de mondhygiëniste die eraan vooraf gaat, echter minder ontspannen. Lees: met een slijptol langs overgevoelige blootliggende tanden is garantie voor uitgelopen make-up en chemische brilreiniging achteraf. Afijn, daar gaat dit artikel vandaag niet over. Maar over kinderen mee naar de tandarts nemen.

Peuter in de tandartsstoel

Hebben jullie wel eens geprobeerd om een peuter in de tandartsstoel te krijgen? Bepaald geen gemakkelijke opgave kan ik je zeggen. Omdat het logistiek gezien niet anders kon, nam en neem ik mijn kinderen altijd mee als ik zelf op controle moet bij de tandarts. Dus komen ze al sinds ze in de maxi-cosi liggen mee naar binnen. Soms brullend (ligt niet bepaald relaxt op die stoel), soms slapend. Maar nog vaker met grote ogen kijkend naar alle witte jassen en zilveren instrumenten. Op veilige afstand uiteraard.

Voorbereiden

De tandarts prees het dat ik mijn kinderen altijd mee nam. Volgens hem is het heel verstandig om ze zo vroeg mogelijk kennis te laten maken met de controles, zodat het ook een gewoonte wordt. En omdat ik zelf ook niet bang ben (hoewel ik er liever andere hobby’s op nahoud), voorzag ik geen problemen met Fosse. Toen hij de leeftijd van bijna 3 jaar bereikte, brak de tijd aan dat hij ook ‘tanden mocht tellen’ bij de tandarts. De afgelopen 2 keer dat Fosse verplicht meeging met mij, stond hij niet bepaald te springen, dus ik was zeer benieuwd.

“met een slijptol langs overgevoelige blootliggende tanden is garantie voor uitgelopen make-up en chemische brilreiniging achteraf”

De dagen ervoor bereidde ik hem langzaam voor. Als we tanden poetsten herinnerde ik hem eraan dat we binnenkort ook naar de tandarts gingen, dat we goed moesten poetsen, zodat hij kon laten zien hoe mooi zijn tanden waren. Dat hij dan bij mij op schoot mocht. En uiteraard had Fosse op die momenten de stoerste verhalen, dus dacht ik: ‘kat in het bakkie!’. Tot het eenmaal zover was.

Bang voor de tandarts

Fosse begon al te protesteren toen we ons ’s ochtends klaar maakten voor vertrek. Ik kalmeerde hem en pepte hem op voor vertrek. Eenmaal in de wachtkamer, begon Fosse steeds vaker te roepen: ‘ik wil niet!’. En toen we aan de beurt waren, stond hij inmiddels huilend achter mijn benen verstopt. Hoewel ik nog met zachte dwang probeerde hem over te halen in de stoel te gaan zitten, had Fosse al besloten: Ik. Ga. Niet.

Balend dat het me niet lukte hem te overtuigen, stelde de tandarts me gerust: als ze drie jaar zijn, willen ze niet, maar zodra ze vier jaar worden gaan ze op de stoel zitten. Ik geloofde er niks van. De angst die ik nu zag in Fosses ogen, de paniek die ontstond bij elke centimeter dichter bij de tandartsstoel, die kon niet zomaar overgaan! Toch?

Melktanden tellen

Maar van de week was het weer zover. Halfjaarlijkse controle. Met het hele gezin die kant op. En bofkont die ik ben, mag ik altijd als eerste naar de martelkamer annex mondhygiëniste, zodat het gezin ondertussen op controle kan. En geloof het of niet: toen ik klaar was, was het hele gezin al geweest. Inclusief een inmiddels vierjarige die als eerste (!) op de stoel wilde en vol trots twee rijen vol melktandjes liet zien. De stuiterbal die hij daarna kreeg, was meer dan verdiend. De wonderen zijn de wereld nog niet uit!