Archief van
Maand: juni 2016

“Toen ik ging zitten voelde het al beter”

“Toen ik ging zitten voelde het al beter”

Vorige week kwam er een jongen van 13 jaar bij me. Hij had al een (kort) hulpverleningstraject achter de rug bij andere instellingen. Ik begroette hem en al vrolijk kletsend kwam hij de kamer binnen. Hoewel hij voor het eerst kwam, was hij niet verlegen en reageerde hij heel spontaan.

Kennismaken

De eerste vijf minuten maakten we kennis, ik vroeg hem naar zijn hobby’s, zijn fijne eigenschappen en complimenten die hij wel eens krijgt. Druk pratend werd deze jongen steeds enthousiaster en vertelde heel open wat hem hier bracht. Ik leerde weer heel wat bij over de nieuwste game-video’s op YouTube en noteerde een bandnaam die ik volgens hem toch écht eens moest beluisteren.

“Dit kan wel eens wat worden!” zei hij

Na een poosje leunde hij zuchtend en glimlachend achterover in zijn stoel. Ik moest grinniken om zijn houding en keek hem vragend aan, waarna hij opgelucht mededeelde: “dit voelt nu al beter dan bij die anderen! Toen ik ging zitten, eens om me heen keek en alles zo zag dacht ik al: ja, dit kan wel eens wat worden!”.

Stoffige personen

Verrast door zijn openhartigheid vroeg ik hoe dat zo kwam, waarna de jongen treffend uitbeeldde hoe een volgens hem stoffig en ongeïnteresseerd persoon in één van de vele kamers in de rij (‘kamer 1a, 1b etc.’) hem binnen riep en zelf bleef zitten, waarna deze figuur op nasale en monotone wijze vraagt: “zoooo vertel maar, wat is je probleem”. Om dan te vervolgen met een slaperig geknik en een teveel aan verkleinwoordjes (“ja dat zijn lastige probleempjes voor kindertjes he?”), waardoor deze jongen al direct afhaakte.

Aansluiten

Terwijl ik mijn lach niet kan inhouden tijdens deze beeldende schets, bedenk ik weer eens hoe weinig er soms nodig is om een goed gevoel te geven bij de cliënt. En of dat nou aan onze sfeer van de praktijk lag of dat ik de juiste toon aansloeg: het had effect. Het aansluiten bij zijn hobby’s en het weglaten van de -zoals hij het noemt- kinderachtige praat, was in dit geval voldoende.

Met een tevreden blik nam hij afscheid en liet mij voldaan achter. Hoe fijn is het werk dan: een goed gesprek, samen lachen en samen delen in het probleem. Ja, ik kijk al uit naar de volgende keer.


Misschien ook interessant:

  1. 10 tips voor een bedankje voor de juf
  2. Op de grens van gewoon opgroeien
  3. Over mij
Kinderleed als je net 4 bent geworden

Kinderleed als je net 4 bent geworden

Typisch kinderdrama op jonge leeftijd

Fosse is net 4 jaar geworden, en zoals het een coole jongen betaamd, houdt hij van voertuigen. Als het maar hard kan en het liefst wielen heeft. Of anders gewoon heel groot, stoer en sterk is. Het zal wel in de genen liggen, of anders verdenk ik mijn vriend ervan dat hij iedere avond stiekem ‘voertuig-gerelateerde-zaken’ in zijn oor fluistert. Hoe dan ook, Fosse kreeg een racewagen. Uiteraard!

Leeftijdsindicatie…?

Van zijn grote vriend kreeg hij een nog grotere op afstand bestuurbare race-auto. Dat de leeftijdsindicatie 7+ aangaf leek voor niemand van de mannelijke club relevant, want Dit Exemplaar was de bom! Nadat in sneltreinvaart (of race-autovaart) alle schroefjes los- en vastgeschroefd waren en er om en nabij de 12 batterijen geïnstalleerd waren (wat vreten die krengen energie joh! En wáárom moet je tegenwoordig een doe-het-zelf cursus volgen voordat je een stuk speelgoed uitgepakt hebt!?), kon er geracet worden. Behalve een afstandsbediening had dit groene snelheidsmonster ook opties voor “popping wheels” en “air ride” (ja ja, je leert heel wat bij vandaag). Dus zoefde deze jongen met een noodvaart op twee linkerwielen die 10cm hoger stonden dan de rechterwielen, de kamer door. Whoop whoop!

Buiten spelen

Helemaal gelukkig was mijn kind. En natuurlijk wilde hij twee dagen later met zijn nieuwe auto buiten spelen en de kinderen uit de buurt laten zien waar hij zo trots op was. Een paar uur lang speelde Fosse samen met wat buurkindjes met de race-auto, afgewisseld met picknickpartijtjes op straat of ‘everzwijnenjacht’ met een pijl en boog. Toen daar de vuilnisauto aankwam, zetten de kinderen en ik de spullen aan de kant. Ik bleef met Fosse aan de kant van de weg staan om de wagen erdoor te laten. En toen sloeg het noodlot toe.

“Zijn spiksplinternieuwe raceauto, net twéé dagen oud, zou binnen nu en 5 seconden compleet worden verbrijzeld onder de gigantische vrachtwagenwielen.”

Terwijl ik stond te kijken, zag ik de vuilnisauto al een draai onze straat in maken, waar mijn blik op een felgroen object viel, tússen de voor- en achterwielen van de vuilnisauto. Er was geen redden meer aan, en intussen zag mijn zoontje ook wat er ging gebeuren. Zijn spiksplinternieuwe raceauto, net twéé dagen oud, zou binnen nu en 5 seconden compleet worden verbrijzeld onder de gigantische vrachtwagenwielen. En hoewel Fosse over het algemeen houdt van het motto ‘hoe groter, hoe beter’, gold dat niet specifiek voor deze situatie.

Nóg een keertje…

En zo werd het arme kind getuige van een vreselijk kinderdrama. En alsof dat niet genoeg was (Fosse stond inmiddels luidkeels te brullen), besloot de beste man achter het stuur om de vuilnisauto vervolgens achteruit de straat in te steken. Met opnieuw een ijzingwekkend gekraak en geknars van splijtend plastic en metaal onder de wielen. Tsja. Nu was ‘ie in ieder geval zeker weten stuk.

kind kleuter verdrietig huilen trauma
het autowrak

Toen de wagen eindelijk stilstond, heb ik de auto, of wat er van over was, er onder vandaan gevist. Het was een troosteloos plakje plastic. De vuilnismannen stopten vervolgens uit om te vragen wat er aan de hand was. Terwijl ik probeerde om Fosses hysterische snikken te overstemmen, legde ik uit dat hij deze ondefinieerbare prak 2 dagen geleden voor zijn verjaardag had gekregen. Deze beste man keek vervolgens bijna net zo beteuterd als het slachtoffer en gaf aan: “ik hoorde wel iets, maar ik zag niks”. Ik hoopte ter plekke dat hij deze tactiek niet in andere situaties zou toepassen.

Hoe kunnen we dit voorkomen?

Nouja, toen moesten we het geheel afronden. Met Fosse sprak ik af om voortaan het speelgoed weer terug in de tuin te leggen, om dit kinderleed te voorkomen in het vervolg. Het moraal van het verhaal zeg maar. Al had ik die liever iets minder expliciet ingezet. Maar zoals Fosse het zelf zegt: “gelukkig heb ik nog een pinpas (cadeaukaart), dan kan ik gewoon een nieuwe kopen, mama!”. Ik had geloof ik meer hersteltijd nodig dan hij!


Misschien ook interessant:

  1. Het leed, dat taart maken heet
  2. Het einde van het peuterspeelzaal-tijdperk
  3. Haat-liefde verhouding met de Action
Het leed, dat taart maken heet

Het leed, dat taart maken heet

Een nieuwe traditie

Toen onze oudste bijna één jaar werd, kreeg ik een goed idee. Althans, dat vond ik toen. Ik zag dat mijn schoonzusje voor haar dochter een prachtige taart had gemaakt, bekleed met marsepein en prachtig versierd. ‘Dát wil ik ook!’ Dacht ik toen. En dus keek ik mijn schoonzusje lief aan en vroeg ik haar me te helpen en te leren hoe je zo’n taart bakt.

En pas veel later drongen de hints en stille waarschuwingen tot me door: ‘het is wel veel werk hoor’, ‘dat marsepein is best duur en je hebt behoorlijk wat nodig’, ‘het is best een gepriegel, zie je dat wel zitten?’. Maar met de prachtigste taart-dromen in mijn hoofd wuifde ik haar argumenten vakkundig in de wind. Tot ik die beruchte avond tot ruim na middernacht 2-millimeter brede bolletjes uit een vormpje aan het drukken was en ik met het zweet op mijn rug streepjes voor Dikkie Dik (dat was het taart-thema) stond te snijden uit een lap kleverige, verf-afgevende homp marsepein. Uiteraard had ik een subtiel instap-niveau gekozen als eerste taart: eentje van 2 niveaus hoog.

 

En toen had ik ineens 3 kinderen…

Waarom wilde ik dit ook alweer? Ohja, traditie! Leek me leuk. Als verrassing een prachtige zelfgemaakte taart uit de koelkast toveren. Maar toen bedacht ik niet dat ze élk jaar jarig zijn. En een paar jaar later had ik drie kinderen! Oei. Dus zo stonden we afgelopen weekend weer tot 1:00u ’s nachts te wachten tot de laatste taart uit de oven gehaald kon worden, zodat we deze konden bedekken met botercrème voor hij de koelkast in ging. En niet dat ik toen klaar was! Nee, ik mocht de volgende avond nog ‘even’ een Spiderman boetseren voor op het marsepein. En ook nu weer vervloekte ik mijn ‘goede idee’ van 6 jaar geleden. Ik was er klaar mee.

 

“Dus stond ik de lijntjes in het gezicht van Spiderman als een doorgewinterde dronken parkinson-patiënt op te spuiten”

 

In sommige dingen moet je ook gewoon niet goed willen zijn. Zingen is daar één van voor mij, taarten maken een andere. Dus stond ik de lijntjes in het gezicht van Spiderman als een doorgewinterde dronken parkinson-patiënt op te spuiten, en was ik in staat de spuit uit het raam te gooien (niet de taart, want die te lekker). Maargoed. Als je door je wimpers keek, leek het van een afstandje nog bést op Spiderman! En als mijn zoontje hem de volgende dag zou herkennen was de missie geslaagd.

 

Het einde van een traditie

Hoe belangrijk ik tradities en rituelen ook vindt, soms moet je ook reëel zijn. En dus maakten we tijdens deze avond een besluit: zodra onze kinderen naar de middenbouw gaan (vanaf groep 3), stoppen we met taart maken. Ik zie er steeds meer tegenop en het kost zoveel tijd! Zowel het bedenken van een thema, het doen van inkopen (nouja, vooral in ons geval kost dat tijd: ‘schat, heb je maar één pakje blauwe fondant gekocht…?’), als het bakken en opmaken van de taart. Toch werd mijn leed de dag van de verjaardag weer direct verzacht, toen ik Fosses glimmende gezichtje zag en hij zachtjes ‘Spiderman!’ zei, nadat ik hem vroeg wie er op zijn taart stond. Missie geslaagd.


Misschien ook interessant:

  1. Het einde van het peuterspeelzaal-tijdperk
  2. Haat-liefde verhouding met de Action
  3. Op de grens van gewoon opgroeien
Het einde van het peuterspeelzaal-tijdperk

Het einde van het peuterspeelzaal-tijdperk

Friet met mayo

Ik heb vorige week friet getrakteerd. Nouja, groente-friet. Want het is een gezonde school hè! Maar wel in een puntzak. En een klodder mayo voor de liefhebber. Want vorige week is er weer een mijlpaal geslagen: die van de overgang tussen de peuterspeelzaal en de basisschool.

Fosse is 4 jaar geworden en was die ochtend dus voor de laatste keer naar de speelzaal. En toen ik daar kwam, bepakt en bezakt met schalen friet (als in stokjes gesneden wortel en paprika die titel mag dragen althans), een baby op mijn rug en bewapend met filmcamera, viel het me ineens op. Fosse is gróót! Met kop en schouders steekt hij boven de brabbelende tweejarigen uit.

Afsluiten van een fase

En op zulke momenten dringt het pas tot je door: jeetje, weer een fase voorbij. Eentje die niet meer terugkomt. In ons geval definitief, want ik heb besloten Signe straks niet naar de speelzaal te doen (daarover een andere keer meer). Terwijl Fosse doodleuk zijn ‘met-blik-op-oneindig’ maatje wijst op het feit dat de drinkbeker recht voor zijn neus staat, probeer ik deze laatste momenten goed in me op te nemen.

Knakworsten

Deze schijnbare romantiek wordt een tikkeltje verstoord als mijn collega-moeders van islamitische komaf ineens de knakworsten in de puntzakjes ontdekken. Oeps. Bij het brainstormen over ‘gezonde traktatie’ was ik gestopt. Geen rekening gehouden met de halal-voorschriften van de groepsgenootjes van Fosse.

Zo eindigt het gezamenlijk zingen en eten ineens in een ietwat ongemakkelijk achtervolgingsspelletje tussen de moeders en kinderen en is de groepsleiding ineens 5 knakworsten rijker. Aandachtspuntje voor de volgende keer. Fosse zwaait zijn vriendjes en de leiding gedag en ik neem toch wel enigszins opgelucht afscheid.

“Ze zijn er aan toe”

Want stiekem ben ik toch wel blij dat ik niet meer twee dagen per week door weer en wind naar school hoef te fietsen, en daarbij onnodig Signe uit haar slaap moet halen. En hoewel Fosse het vaak naar zijn zin had, is hij de speelzaal nu echt wel ontgroeid. Het is toch waar wat ze zeggen, over de basisschool: ‘ze zijn er aan toe’. Inderdaad, ook mijn gup valt ineens in dit cliché.

 


Misschien ook interessant:

  1. Haat-liefde verhouding met de Action
  2. Op de grens van gewoon opgroeien

 

Haat-liefde verhouding met de Action

Haat-liefde verhouding met de Action

Ik heb een soort haat-liefde verhouding met de Action. Liever kom ik er niet, maar ik wéét dat ik sommige dingen veel goedkoper daar kan halen, dus voel ik me gedwongen er af en toe heen te gaan. En als ik dan tussen de miljoenen knopen, glitterstiften en notitieboekjes staat, voel ik mijn liefde groeien. Ik heb ineens dringende noodzaak tot uitbreiding van ons knutselassortiment, bedenk ineens essentiële tekorten  in onze bak-artikelen of verzin een ander urgent excuus om van alles bovenop mijn kinderwagen te storten (handig man, zo’n pakezel). Totdat ik bij de kassa sta en weer €50 meer betaal aan onnodige zooi terwijl ik alleen tandpasta nodig had: dan komt die haat weer om de hoek kijken.

 

Verlengde-winkelmand-constructie

Vandaag was ook weer zo’n dag. We geven 2 juli een feest en ik wilde graag van die sap-dispensers kopen. Je weet wel, zo’n tank met een kraantje voor limonade wat ineens vreselijk hip is. En laten die bij de Action nou geen €40 per stuk, maar €4 per stuk kosten! Dus plant ik 1 glazen pot in het mandje aan mijn arm en de andere 2 bovenop de kinderwagen. Past precies, want er zit een soort zonne-luifel waar ik het in kan zetten als ik de luifel omhoog doe. Fungeert 99% van de tijd als ‘verlengde-winkelmand-constructie’ dus.

 

Losgebroken kinderen

Terwijl ik de rest van de benodigdheden in mijn mandje mik (inderdaad, de tandpasta), stuur ik richting kassa. Maar als dan de kinderwagen eenmaal stil staat, besluit mijn jongste van net een jaar dat het allemaal wel lang genoeg heeft geduurd, dat zitten. En ik weet niet hoe het bij jullie is, maar Signe is dan ook behoorlijk vastberaden. Terwijl ik met handen vol en één hand aan de buggy in de rij naar voren manoeuvreer, doet Signe verwoede pogingen om los te breken. Letterlijk. Ik hoor een harde klik en even later staat Signe (stáát ja) rechtop achterstevoren in de buggy, luid protesterend.

“Medewerker kassa 4 alstublieft” schalt het direct door de ruimte

Snel probeer ik haar weer in de wagen te vouwen zodat ik kan gaan afrekenen, maar zo soepel is deze kersverse dreumes duidelijk niet. Met lichte dwang doe ik nog een poging, die kansloos faalt. En falen voel ik me zeker, als ze uit boosheid vervolgens een zet geeft tegen de onderkant van de luifel. Met een enorme klap vallen de twee gigantische potten in 1000 scherven op de grond. Shit! “Medewerker kassa 4 alstublieft” schalt het vervolgens direct door de ruimte. Snel breng ik mijn kroost in veiligheid: Signe als een rugbybal onder mijn linkerarm, Fosse vooruit langs de rij de winkel uit en Meia naast me, weg van het glas.

Met een hoofd als een boei en zwetend als een otter stamel ik wat onsamenhangends over ‘heb haar nog steeds niet vast kunnen zetten’ en ‘verwarring tussen buggy en klimrek’. Gelukkig lachen de medewerkers mij vriendelijk toe en worden de oudste twee guppen aan de hand genomen door een andere klant, zodat we voorbij het glas kunnen rijden. Uiteindelijk reken ik dus maar één sap-dispenser af. Moet ik tóch nog een keertje terug…

 

Op de grens van gewoon opgroeien

Op de grens van gewoon opgroeien

Blog als brug

Yes! Eindelijk kan ik dan beginnen met mijn blog. Het was al een poos een stille wens van me: een blog over de brug tussen ‘gewone opvoeding’ zoals ik die ervaar met mijn eigen kinderen, en het werken als orthopedagoog in een praktijk voor pedagogisch en psychologische hulp.

Herkenbaarheid

Soms is die scheidslijn duidelijk. Een vette markering tussen een ‘voortkabbelende sleur van de dagelijkse dingen’ en het spastisch contact zoeken met crisisteams om nú in te grijpen in een bepaalde situatie.

Soms, en dat is vaker dan je misschien denkt (of hoopt), is die scheidslijn echter vaag. Zelfs zó vaag dat ik tijdens gesprekken met ouders regelmatig denk: ‘goh, dat gaat bij ons ook zo’. Blijkbaar is 12 jaar studie dus bepaald geen garantie voor blessurevrij opvoeden. Dat is tegelijkertijd een teleurstelling als geruststelling.

Je wordt vanzelf groot?

Inmiddels ben ik na de pabo, HBO pedagogiek, Universiteit Orthopedagogiek en een 5-jarig registratietraject tot Orthopedagoog-Generalist en 3 kinderen verder wel een beetje klaar met leren. Het wordt tijd dat de focus meer op mijn gezin komt. Tegelijkertijd geniet ik van mijn werk en maak ik zoveel bijzondere dingen mee. Die wil ik graag delen.

Opgroeien gaat vanzelf, je wordt vanzelf groot. Bij de meeste kinderen is dat inderdaad zo, en uiteindelijk worden de meeste kinderen gewoon ‘groot’. Maar de manier waarop? Dát is nu juist zo interessant. Nog nooit ben ik ook maar twee dezelfde casussen tegen gekomen. En ook in mijn gezin merk ik dat: zelfs al delen mijn kinderen dezelfde genen en groeien zij in hetzelfde gezin op, de uitkomst is anders.